Vrij Syrisch Leger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vrij Syrisch Leger
الجيش السوري الحر
Oprichting 29 juli 2011 - heden
Hoofdkantoor Idlib gouvernement, Syrië
Actief in gebieden Syrië, Turkije
Leider Kolonel Riad al-Asaad
Brigade-generaal Mustafa al-Sheikh
Ideologie soennitische revolutie
Doelstelling Omverwerpen van de regering van Bashar al-Assad
Methoden Gewapend verzet
Financiering Saoedi-Arabië, Turkije (regering-Erdogan), Qatar en anderen

Het Vrij Syrisch Leger (Arabisch: ‏الجيش السوري الحر‎, al-Ǧaiš as-Sūrī al-Ḥurr) is een leger dat tijdens de opstand in Syrië van 2011-2012 werd opgericht door de gedeserteerde kolonel Riad al-Asaad, die naar Turkije was gevlucht. Op 29 juni 2011 verklaarde Al-Asaad via YouTube dat hij en andere militairen de wapens op zouden nemen tegen het Syrische bewind van president Bashar al-Assad, met het doel om demonstranten te beschermen tegen het regeringsleger.

Terwijl de internationale gemeenschap slechts het Al Nusra-front als terroristische organisatie beschouwen, wordt het gehele Vrije Syrische Leger door de Syrische regering van president Assad alsook door de Volksrepubliek China, Venezuela, Brazilië en Rusland beschouwd als een terroristische organisatie. De Verenigde Staten, Europese Unie en Saoedi-Arabië beschouwt hen echter als rebellen in opstand tegen een alleenheerser.

Tekenen van verzet[bewerken]

Al voor 29 juni 2011 waren er in Syrië tekenen dat de opstand tegen Assad niet bloedeloos verliep. Gewapende demonstranten en militairen die overliepen naar de oppositie bevochten elkaar reeds toen in de straten van onder andere Homs, Daraa en al-Rastan.

Reeds voor de officiële aankondiging van de oprichting van het Vrije Syrische Leger waren er tekenen dat er op sommige plekken in Syrië gevochten werd tussen regering en oppositie. Vooral in de steden Homs en Daraa, waar de protesten vanaf het begin een vrij massaal karakter kenden, werd gevochten. Vermoedelijk was dit het geval omdat regeringstroepen die naar deze steden werden gezonden om de demonstraties neer te slaan, weigerden op burgers te schieten en deserteerden. In de begindagen van het Vrije Syrische Leger waren de deserteurs vooral bezig om demonstranten te beschermen, soldaten van het regeringsleger in hinderlagen te lokken en zich te verbergen voor de geheime dienst van president Assad. Van een georganiseerd oppositieleger was nauwelijks sprake, en ook de Syrische Nationale Raad erkende het Vrije Syrische Leger niet als haar gewapende militie in Syrië.

Blokkades, belegeringen en hinderlagen[bewerken]

Vanaf september 2011 namen de acties van het Vrije Syrische Leger toe. In veel steden braken gevechten uit tussen het leger en de rebellen. In de noordelijke provincie Idlib was voor het eerst sprake van door de oppositie bestuurd grondgebied.

Begin september trokken regeringstroepen op naar de stad al-Rastan, ten noorden van Homs, die volgens berichten al meer dan een week in handen van de oppositie was. Zeven dagen werd er gevochten in de straten van de stad, waarbij het Vrije Syrische Leger naar eigen zeggen 17 tanks vernietigde. Uiteindelijk moest het VSL zich echter terugtrekken onder druk van het regeringsleger. Terwijl de strijd om al-Rastan woedde, nam de invloed van de VSL in andere delen van het land toe. In Homs vielen verschillende wijken in handen van het Vrije Syrische Leger, en er werden controleposten opgezet in de straten. Aan de Turkse grens namen gedeserteerde militairen een groot deel van de bergachtige Jabal-al-Zawiya over. Er waren ook meldingen van vuurgevechten en doden in Daraa, Zabadani, Douma, Hama, Latakia, Deir-el-Zor en Sadq. In Damascus zelf viel het VSL een luchtmachtbasis aan en beschoot een aantal gebouwen in het centrum met granaten.

Offensieve operaties[bewerken]

Sinds januari 2012 is het Vrije Syrische Leger op verschillende plekken in het offensief gegaan. De steden Zabadani, Douma, Homs (grotendeels) en Daraa vielen in handen van de gewapende oppositie. Het leger van Assad zet echter steeds zwaardere wapens in. Inmiddels is Homs wederom vrijwel geheel in handen van het Syrische leger gevallen tegen november 2012.

Sinds januari 2012 heeft de strijd meer het karakter gekregen van straatgevechten in de grote steden. Grote delen van Homs (waaronder de wijken Bab-Amr, Al-Quasr en Inshaat) vielen in handen van het Vrije Syrische Leger, dat ondanks lichte bewapening de troepen van Assad buiten wist te houden. Op de grens met Libanon bevestigden nieuwsmannen van BBC en CNN dat de stad Zabadani in handen van het VSL was. In het noorden controleerden de gedeserteerde militairen delen van de provincie Idlib, waaronder het platteland rondom de stad zelf. Rondom Damascus nam de activiteit van het FSA ook toe: de voorstad Douma viel in handen, en gevechten braken uit in de buitenwijken Saqba en Harasta. Het Syrische leger zette uiteindelijk ruim 2000 militairen in om deze steden te heroveren, en het VSL moest zich terugtrekken uit Douma. In Homs begon het regeringsleger begin februari met het beschieten van de stadswijken, terwijl Zabadani door tanks en gevechtsvoertuigen werd omsingeld en beschoten. Delen van Aleppo zijn ook in handen gekomen van het Vrije Syrische Leger, waaronder delen van de wijken Salaheddine en Hanano die echter bij een tegenoffensief verloren gingen aan het Syrische regeringsleger. Het VSL controleert nog grote wijken van centraal, zuidelijk en noordoostelijk Aleppo geheel of gedeeltelijk. De rebellen vechten ook met de regeringstroepen in het stadscentrum.

Van een georganiseerd Vrije Syrische Leger was in de loop van 2012 echter steeds minder sprake. VSL is een verzamelnaam geworden van een groot aantal brigades en milities, die ideologieën aanhangen van gematigd tot extreem Islamitisch. Een voorbeeld van de laatste is de Jabhat al-Nusra, die buiten elke militaire hiërarchie vallen en eigenmachtig de Sharia ofwel het standrecht toepassen.

Mensenrechtenorganisaties beschuldigen ook deze strijdgroepen van grootschalige mensenrechtenschendingen, terwijl geen van de oorlogvoerende partijen zich veel van de humanitaire noden lijkt aan te trekken[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het Parool, 11 januari 2013