Vroeg-dynastieke Periode
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Vroeg-dynastieke periode in de Egyptische Oudheid volgde op de Pre-dynastieke periode, waarin het land verenigd werd onder een koning Narmer (of Menes). Documenten zoals het Narmer palet getuigen van deze gebeurtenis.
De vroeg-dynastieke periode beslaat de 1e Dynastie, de 2e Dynastie en de 3e Dynastie die gedateerd worden van ca. 3032 - 2639 v.Chr. Tijdens deze periode was Egypte een verenigde staat, met als hoofdstad Memphis. Het eerder ontwikkelde hiërogliefenschrift ontwikkelde en verspreidde zich verder.
De periode van de 1e en 2e Dynastie van Egypte wordt ook wel Thinitische Periode genoemd, naar de plaats Thinis waar de eerste koningen vandaan kwamen.
De 1e Dynastie begon met de regering van Menes, die waarschijnlijk geïdentificeerd kan worden met Hor-Aha. De koningen werden begraven in Abydos, terwijl hoge ambtenaren in Sakkara werden begraven. Enkele van deze koningen lieten hun hofhouding met zich begraven als zij stierven, maar omdat elke nieuwe koning in dat geval een compleet nieuwe vertrouwenskring op moest bouwen, raakten deze praktijken al snel in onbruik.
De koningen van de 2e Dynastie lieten zich in Sakkara begraven en na de derde koning van deze Dynastie, Nynetjer lijkt het erop dat de centrale macht van de koning verzwakte en er rivaliserende claims op het koningschap waren.
De 3e Dynastie is vooral bekend door de koning die de trappenpiramide te Sakkara liet bouwen, Djoser genaamd.
[bewerk] Tijdlijn


