Vroege Oostelijke Slaven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Globaal verspreidingsgebied van de Baltische en Slavische talen rond 600 v.Chr.

De Vroege Slaven waren de de bevolkingsgroep waaruit de huidige Slavische volkeren zijn ontstaan. Uit de vroege Oostelijke Slaven ontstonden onder andere de Oekraïners, Russen en Wit-Russen.

Oorsprong van de Slaven[bewerken]

De oorsprong van de Slavische volkeren is tot op heden onbekend en wordt betwist. Dit komt door het ontbreken van geschreven bronnen van voor de 8e eeuw onder hen. Het cyrillisch schrift werd pas in 863 geïntroduceerd en hun gebied lag relatief geïsoleerd van de beschavingen in Europa en Azië.

Tot aan het begin van de jaartelling hielden de Slaven zich op in Oost-Polen, Wit-Rusland en westelijk Oekraïne rond de Pripjatmoerassen. Ze leefden voornamelijk in de uitgestrekte wouden in deze streek en in de Slavische mythologie kan men hier nog sporen van terugvinden.

Veel is afgeleid uit archeologische opgravingen, geschreven bronnen van reizigers die het gebied bezochten en vergelijkende taalkundige analyses van de Slavische talen.

Uit archeologisch en taalkundig bewijs is door historici, filologen en archeologen de theorie opgesteld dat de Slaven tegen 1500 v.Chr. een etnische groep moeten hebben gevormd. Rond 800 v.Chr. werd het gebied dat eens Europees Rusland zou worden genoemd bewoond door deze Slavische stammen en door Fins-Oegrische stammen, die later werden geassimileerd door de eersten. De Slaven concentreerden zich in een gebied rondom de Prypjatmoerassen, mogelijk tussen de rivieren de Wisła en de Don en zwermden van daaruit alle richtingen uit. De Slaven waren polytheïstisch, een typisch bosvolk. Deze Slaven hielden zich bezig met landbouw, jagen en vallen zetten, vissen, bijenhouden en nomadische veeteelt.

Scythen en Sarmaten[bewerken]

De Slaven werden waarschijnlijk verdreven uit de zuidelijke steppen door de nomadische Scythen, die op hun beurt weer verdreven waren uit Centraal-Azië en steeds verder westwaarts trokken tussen 800 en 600 v.Chr. De Scyten onderwierpen een aantal, waarschijnlijk Slavische, stammen in het zuiden, die door Herodotus Neuri en Budini werden genoemd. De Slaven legden voorzichtige contacten met de Griekse koloniën op de Krim en er ontstond handel tussen de Grieken en de Scythen. De eersten handelden in olijfolie, wijn en textiel en de laatsten in vee, huiden, bont, hout, bijenwas, honing en graan. Rond 200 v.Chr. kwamen de Sarmaten vanuit Azië en vestigden zich in het zuiden. De Scythen werden verdreven of geassimileerd en verdwenen rond 100 v.Chr. als bevolkingsgroep, al wordt door Romeinse geschiedschrijvers later soms nog wel gesproken van Scythen, waar het echter Slaven betreft. Het Romeinse Rijk nam in die tijd ook de Griekse koloniën in.

Goten en Hunnen[bewerken]

400 jaar later werden de Sarmaten verdreven door de Baltische Goten, die hun rijk uitbreidden tot aan de Zwarte Zee en de Romeinse keizer Decius bij de Donau versloegen in 251. Rond 300 tot 400 werden de Goten bekeerd tot het christendom en splitsten zich op, waarbij de Ostrogoten in het Russische gebied bleven. De Slaven accepteerden hen als hun overheersers rond 400. De Hunnen kwamen vanuit Centraal-Azië naar Europa en verdreven de Ostrogoten naar het westen. Rond 360 bereikten ze de Kaspische Zee en veroverden tot 400 het hele zuidelijke gebied tussen de Wolga en de Rijn. Rond 451 hadden de Hunnen onder leiding van Attila de Hun de meeste Slavische stammen overwonnen, maar kregen ook de eerste tegenslag te verduren tegen de Romeinse generaal Flavius Aetius in de Slag op de Catalaunische velden in Gallië.

Oostelijke, Westelijke en Zuidelijke Slaven[bewerken]

██ Het gebied van de Oostelijke Slaven.

██ Het gebied van de Westelijke Slaven.

██ Het gebied van de Zuidelijke Slaven.

Na 450 nam de macht van het uitgestrekte rijk van de Hunnen af en rond 500 hadden deze zich teruggetrokken tot bij de benedenloop van de Don en de Wolga. Een aantal overgebleven Goten vestigden zich op de Krim, wat tot in de 16e eeuw terug te zien was in het Krim-Gotisch. De Germanen trokken vervolgens naar het westen en de Slaven trokken in hun gebieden en vestigden zich tot aan de Elbe en bedreigden aan de Donau het Byzantijnse Rijk.

Avaren[bewerken]

Opnieuw kwam er echter een Turks volk naar Zuidelijk Rusland; de Avaren. De Byzantijnse keizer Justinianus I had een niet-aanvalsverdrag met hen gesloten en de Avaren trokken daarom ten noorden van zijn rijk door Zuid-Rusland, versloegen de Slaven, die toen de dominante bevolkingsgroep waren in het Russisch Laagland, en bereikten de Elbe in 562. Ze stichtten het Kanaat Avar rond de Donaudelta en vielen in 626 alsnog Constantinopel aan, maar wisten de stad niet te veroveren. De Slaven splitsten zich rond die tijd op in zuidelijke, westelijke en oostelijke groepen. In 606 hadden de Westelijke Slaven bij de Elbe de Avaren teruggedreven en de Zuidelijke Slaven spreiden zich uit tot op het Griekse schiereiland Peloponnesos.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Westelijke Slaven
Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Zuidelijke Slaven

Na de dood van Khan Kubrat in 665 werd het Avaarse Rijk een samensmelting van drie volkeren : de Avaren, de Bulgaren en de Slaven.

In de 8ste eeuw zijn de Khans vadsig geworden en leefden ze van bloedgeld. De druk van binnenin de Slaven, aan de westgrens het Karolingische Rijk (Karel de Grote bracht hen zware nederlagen toe in zijn veldtochten in 791, 795 en 796-797) en aan de oostgrens het Bulgaarse Rijk.

In 804 doofde het Avaarse Rijk uit en werd het onder Karel de Grote en de Bulgaarse khan Kroem verdeeld, met de Donau als grens.

Groot-Moravische Rijk[bewerken]

Als Slavische stammen in opstand (818-829) komen tegen het harde Bulgaarse beleid, gaat Lodewijk de Vrome, Mojmír I steunen bij het zich afscheuren van het Bulgaarse Rijk, het begin van het Groot-Moravische Rijk, de eerste Slavische staat.

Oostelijke Slaven[bewerken]

Oostelijke Slaven, 9e eeuw.

Het ontstaan en de expansie van deze groep wordt in de geschiedenis van Rusland gekenmerkt door een gebrek aan feitelijke kennis over het gebied waarin zij leefden. Er zijn zeer weinig documenten uit het gebied bekend van voor de 11e eeuw en geen enkele van voor de 9e eeuw. Ze begint in de 9e eeuw met de invallen van en handel met de Vikingen, waardoor het eerste 'Russische' rijk ontstond: het Kievse Rijk.

De Oostelijke Slaven bevonden zich aan de Dnjepr in het hedendaagse Oekraïne en verspreidden zich vandaar noordwaarts naar de noordelijke vallei van de Wolga (ten oosten van het huidige Moskou) en westwaarts naar de stroomgebieden van de noordelijke Dnjestr en de Westelijke Boeg in het hedendaagse Moldavië en het zuiden van Oekraïne. De Oostelijke Slaven hadden in die tijd handelsrelaties met de noordelijke Vikingen en het zuidelijke Byzantijnse Keizerrijk. Kiev werd waarschijnlijk gesticht in de 5e of de 6e eeuw als een fort dat de Dnjepr beheerste en waar tol werd geheven op boten die terugkeerden naar het Byzantijnse Keizerrijk.

De Chazaren, een ander Turkstalig volk, had zich inmiddels gevestigd ten oosten van de Kaspische Zee en rukte van daaruit op naar het westen. Tegen 650 strekte hun rijk zich uit van de Amu Darja tot aan de Dnjestr en begon veel te handelen met het Byzantijnse Keizerrijk. Ten zuiden van de Kaukasus rukte echter een nieuw rijk op; het islamitische rijk van de Abbasiden en in 793 begonnen de invallen vanuit het oosten door de Scandinavische Varjagen en volgens de Nestorkroniek onder Rurik in 880 de basis vormden voor het middeleeuwse Kievse Rijk.[1]

Het eerste historische manuscript is de Nestorkroniek (eigenlijke benaming Het verhaal van de voorbije jaren) die waarschijnlijk in de laat 11e, begin 12e eeuw door Nestor van Kiev werd geschreven. In het boek worden de twaalf Slavische stammen (plemena) beschreven die in de 9e eeuw tussen de Oostzee en de Zwarte Zee woonden en de basis vormden voor het Kievse Rijk:

Kaart die de waarschijnlijke globale spreiding van de verschillende bevolkingsgroepen toont in de 9e eeuw, voor de komst van de Varjagen

Dit waren de (tussen haakjes de Russische naam):

  1. Chorvaten (Witte; voorouders van de Kroaten)
  2. Drevljanen (Древляне)
  3. Doeleben (Дулёбы) (later Boezjanen (Бужане) en Wolynjanen (Волыняне) volgens sommige historici)
  4. Dregovitsjen (Дреговичи)
  5. Ilmenslovenen (Ильменские славяне of словѣне)
  6. Krivitsjen (Кривичи)
  7. Oelitsjen of Oeglitsjen (Уличи/Угличи)
  8. Poljanen of Polanen (Поляне)
  9. Radimitsjen (Радимичи)
  10. Severjanen (Северяне)
  11. Tivertsen (Тиверцы)
  12. Vjatitsjen (Вятичи)

In de 12e eeuw viel het Kievse Rijk uiteen in een groot aantal zelfstandige vorstendommen. In de daaropvolgende eeuwen consolideerden zich twee grotere "Slavische" rijken: het Grootvorstendom Litouwen, later Pools-Litouwse Gemenebest, en Moskovië, het latere Keizerrijk Rusland. In het eerste werd als cultuurtaal het Oudroetheens gebruikt, in het tweede het Russisch. Uit deze tweedeling zouden enerzijds de Wit-Russen en Oekraïners, anderzijds de Russen ontstaan.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Deze zogenaamde Noormannen-theorie is algemeen geaccepteerd in de westerse wereld, maar wordt betwist in de Slavische wereld onder wetenschappers, die een alternatieve Anti-Noormannentheorie aanhangen.