Vrouwelijke ejaculatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vrouwelijke ejaculatie is de benaming voor het uitstoten van vocht uit de para-urethrale klieren, lijkend op de ejaculatie bij de man met dit verschil dat bij de vrouw het vocht vloeibaar en transparant is. Aangezien erbij de vrouw echter nog nooit 'structuren' werden aangetroffen die de aanmaak van ejaculaat mogelijk maken, gaat men er in het algemeen van uit dat het vocht afkomstig is uit de blaas, mogelijk ook uit de baarmoeder al is het laatste minder waarschijnlijk

De vrouwelijke ejaculatie is sinds de jaren negentig een populair onderwerp geworden. Het verschijnsel deed zijn intrede in vele pornofilms, waar in nagenoeg alle gevallen een ejaculatie wordt nagebootst met behulp van urine of een geïnjecteerde vloeistof. Meestal vindt een vrouwelijke ejaculatie plaats als de G-plek (G-spot) heftig en langdurig gestimuleerd wordt, al is niet zeker of alle vrouwen daadwerkelijk over een G-plek beschikken dan wel er gevoelig voor zijn.

Opwekken van ejaculatie[bewerken]

Tijdens stimulatie van de G-plek zal er vaak op een gegeven moment een drang of sensatie van urineren ontstaan. Vooraan in de bovenzijde van de vagina, waar de G-plek zich bevindt, zal door (vinger)stimulatie deze plek wat gaan opzetten en harder/ruwer aanvoelen. Ook zal deze, mits de vrouw op haar rug ligt, iets naar beneden drukken. Door verdere stimulatie van de G-plek kan de vrouw tot een ejaculatie komen. De vrouw kan ook ejaculeren door over de clitoris te wrijven na het stimuleren van de G-plek. Onderzoeken hebben uitgewezen dat een vrouwelijke ejaculatie zeldzaam is. Het komt voor bij ongeveer 5% tot 10% van de vrouwen. Zie hieronder "Controversieel en zeldzaam".

Ejaculaat[bewerken]

Uit onderzoek blijkt dat het meestal gaat om een glasheldere, smaak- en reukloze vloeistof, die wat samenstelling betreft lijkt op het prostaatvocht van de man. Soms kan er zich ook een kleine hoeveelheid urine in bevinden.[1][2] Het bewijs voor het bestaan van een specifiek vrouwelijk ejaculaat blijft omstreden. Nochtans zijn er talloze 'ervaringsdeskundigen' die beamen dat het vrijgekomen (spuitende) vocht niet naar urine ruikt of smaakt.[3] Uiteraard bevat het vrouwelijk ejaculaat geen voortplantingscellen.

Functie[bewerken]

Een echte functie is niet bekend. Er is wel een hypothese dat het antibacterieel zou werken en zo infecties van het uro-genitaal stelsel kan voorkomen. Ook is niet duidelijk of de vrouwelijke ejaculatie als een orgasme mag worden gezien dan wel dat de vrouw het zo ervaart, wel of niet in combinatie met de prikkeling van de clitoris. Waarschijnlijk verschilt dit per vrouw afhankelijk van het gevoel van opwinding en de beleving daarbij.

Oorsprong van het vocht[bewerken]

De para-urethrale klieren kunnen zelf vocht produceren wanneer zij gestimuleerd worden, echter hebben deze klieren niet het ruime vocht voorradig dat tijdens de ejaculatie geloosd wordt. Vermoedelijk is het geëjaculeerde vocht dus afkomstig uit de blaas. Dit verklaart het 'gevoel van urineren' dat vrouwen net voor de ejaculatie (kunnen) ervaren. Een andere hypothese is dat het vocht uit de baarmoeder afkomstig is, maar hoe is onduidelijk.

Controversieel en zeldzaam[bewerken]

In 1982 liet Daniel Goldberg elf vrouwen onderzoeken door twee gynaecologen die door Beverly Whipple waren geïnstrueerd. Zes van deze vrouwen beweerden te kunnen ejaculeren. De gynaecologen vonden bij vier van de elf vrouwen een gebied dat voldeed aan de omschrijving van de G-plek, konden bij vijf vrouwen geen G-plek vinden, en waren het niet eens over het al dan niet voorkomen van een G-plek bij de resterende twee vrouwen.[4] Er was geen verschil in voorkomen tussen de vrouwen die wel dan niet konden ejaculeren. Tijdens het onderzoek van het ejaculaat van zes vrouwen kon men geen prostaatsubstanties terugvinden. Het vocht leek eerder op urine.

In een ander onderzoek, van Masters en Johnson, werden 300 vrouwen in de leeftijdscategorie van 18 tot 40 jaar onderzocht. Slechts 14 vrouwen uit de groep waren in staat te ejaculeren.

Darling, Davidson en Conway-Welch publiceerden in 1990 het resultaat van een onderzoek dat zij deden naar de vrouwelijke ejaculatie. Een anonieme vragenlijst werd verstuurd naar 2.350 vrouwen in de Verenigde Staten en Canada, waarvan 55% werd teruggestuurd. Op 40% van de enquêteformulieren maakten de vrouwen melding van het vrijkomen van een vloeistof (ejaculatie) tijdens het orgasme; 82% van de vrouwen die schreven een gevoelige plek in de vaginawand te hebben (G-plek) rapporteerden een ejaculatie tijdens hun orgasme.

Onderzoeken (onder andere dat van de Tsjech Stanislav Kratochvíl in 1994) wezen uit dat het vrouwelijke ejaculaat bestaat uit urine, afscheiding van de klieren van Skene of een mengeling van beide. De ejaculatie van dit vocht wordt in verband gebracht met de stimulatie van de G-plek.
De Slowaak Milan Zaviačič liet in 1988 bij een aantal vrouwelijke vrijwilligers de G-plek stimuleren. Bij sommige van de proefpersonen was er geen ejaculatie, bij anderen traden orgasme en ejaculatie tezamen op, en bij een derde groep trad er een ejaculatie op zonder orgasme en soms zelfs zonder seksuele opwinding. Gebaseerd op deze bevindingen ondervroeg Kratochvil 300 vrouwen. Bij 6% van de vrouwen werd melding gemaakt van afgifte van een vocht gelijkende op een mannelijke ejaculatie. Nog eens 13% had ten minste één zulke ervaring. Afgifte van vocht zonder ejaculatie werd gerapporteerd door ongeveer 60% van de vrouwen.

De vrouwelijke ejaculatie mag blijkens de onderzoeken als een zeldzaam fenomeen worden gezien. Of het geleerd kan worden door bepaalde oefeningen te doen, zal per vrouw verschillen en hangt mede af of zij een G-plek heeft dan wel er genoeg gevoelig voor is (en of de stimulatie op de juiste wijze plaatsvindt).

Op 3 januari 2010 bracht een aantal wetenschappers een onderzoek naar buiten dat de G-plek als zodanig niet bestaat. Deze wetenschappers, verbonden aan het King's College in Londen, onderzochten 902 tweelingparen. Zowel een- als twee-eiige tweelingen tussen 23 en 83 jaar. Hieruit kwam naar voren dat er geen bewijs is voor het bestaan van een G-plek. Had de G-plek wel bestaan, zo luidt de logica van de onderzoekers, dan zouden eeneiige tweelingen er als paar notie van gemaakt moeten hebben omdat zij hun DNA delen. Er bleek echter geen vast patroon te zijn: sommige deelneemsters zeiden wel een G-plek te hebben, terwijl hun identieke tweelingzus zei die niet te hebben.
Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat 'beleving ervan' altijd een subjectief, persoonsgebonden gevoel is en niet identiek hoeft te zijn, ook niet bij tweelingen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. PDF-document A Review of Female Ejaculation During Orgasm, door Nick Fleming, 23 november 2006
  2. (en) The female prostate revisited: perineal ultrasound and biochemical studies of female ejaculate (samenvatting), door Wimpissinger F, Stifter K, Grin W, Stackl W.
  3. G-spotting en plasseks, Skepter, nummer 1, 2010
  4. The Next Sexual Hype - 'The G Spot', door Linda Wolfe, in New York Magazine, 19 juli 1982