Vrouwenemancipatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1980: Bij staalconcern Hoogovens in IJmuiden zijn steeds meer vrouwen werkzaam. Het bedrijf is via personeelsadvertenties nadrukkelijk op zoek naar vrouwelijke werknemers.

Vrouwenemancipatie is een wereldwijde beweging voor gelijkberechtiging van vrouwen en mannen op juridisch, politiek, economisch, sociaal en cultureel vlak. In Europa, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland begon de strijd voor emancipatie van vrouwen in het fin de siècle rond 1900, die bekroond werd met successen als het actief en passief stemrecht voor vrouwen. Een tweede hoogtepunt ("tweede golf" ) vormden de jaren 60 en 70, met in Nederland actiegroepen als Dolle Mina met slogans als Baas in eigen buik. De doelstellingen (gelijke beloning, stemrecht, gelijke behandeling in het gezin en de rechtspraak, recht op seksuele vrijheid) zijn volgens sommigen grotendeels bereikt (2004) in Europa en Noord-Amerika, anderen vinden het een blijvend en niet te onderschatten aandachtspunt. In België en Nederland is er geen gelijke verloning en zijn vrouwen de grote afwezige in de (gemeente)politiek. In het grootste deel van de wereld is de vrouwenemancipatie in het beginstadium. Een golf onder de vrouwelijke allochtonen in West-Europa komt langzaam op gang.

Historisch[bewerken]

Victoriaans Europa[bewerken]

Tijdens de negentiende eeuw geeft het Victoriaans Europa een zeer duidelijke plaats aan de vrouw. Zoals zoveel andere reizigers naar de Verenigde Staten stelde de Fransman Alexis de Tocqueville in 1832 vast dat vrouwen er belangrijk waren, zowel in hun oordeel als in hun klachten. Als vroege chroniqueur van de vrouwenemancipatie tonen zijn beschrijvingen hoe men in Europa dacht over de vrouw. De Tocqueville liet zich verbaasd uit over de bewegingsvrijheid van de vrouw in de V.S. en het feit dat ze ervaren reizigers zijn. In Louisiana kenden ze zelfs het recht op briefgeheim en ze staken mannen met hun kunstkritieken naar de kroon. Echtparen beslisten er samen en mannen hadden er zelden een maîtresse.[1]

Twintigste eeuw[bewerken]

"Straatdoop" van vrouwelijke agenten in Polygoonjournaal 1955

In de twintigste eeuw worden drie golven van emancipatie onderscheiden: de eerste feministische golf, de tweede feministische golf en de derde feministische golf. Bij vrouwenemancipatie wordt gezegd dat 'mannen moeten mee-emanciperen'.[2][3] Hiermee wordt meestal bedoeld dat zij moeten meehelpen aan de emancipatie van vrouwen. In veel islamitische landen is de emancipatie van de vrouw minder gevorderd. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen anno 2012 geen auto besturen. Ook hebben vrouwen daar geen stemrecht.

Thematisch[bewerken]

In het huishouden[bewerken]

Begin 2007 maakte de Franse arbeidseconome Hélène Couprie de resultaten van een onderzoek bekend waaruit bleek dat wanneer Britse vrouwen in het huwelijk treden of gaan samenwonen hun huishoudelijke bezigheden met vijftig procent toenemen terwijl die van de mannelijke wederhelft met negenentwintig procent afnemen. De mannen gaven als reden aan dat zij menen dat vrouwen liever de controle over de huishouding willen, vrouwen gaven als reden dat zij geïrriteerd zijn over dat mannen de rommel niet opruimen.[4][5] In 2005 was de wekelijkse urenbelasting zorg en werk van vrouwen en mannen vanaf 25 jaar bijna gelijk: voor vrouwen 48 uur per week en voor mannen 49 uur.[6] Vrouwen besteden echter veel meer uren aan onbetaald werk zoals het huishouden, de zorg voor de kinderen en andere, terwijl mannen meer tijd aan betaald werk spenderen. Bij jonge ouders met kinderen onder de vijf jaar is dat verschil het extreemst: vrouwen besteden 47 uur per week aan onbetaalde arbeid en 14 uur aan betaalde. Bij mannen is dat 23 en 39 uur.

In het onderwijs[bewerken]

Rond 1977 moesten scholen voor specifieke mannenopleidingen ook voor meisjes/vrouwen toegankelijk geworden.

In de politiek[bewerken]

  • Eén op de tien Vlaamse burgemeesters is een vrouw.
  • Eén op de drie Vlaamse gemeenteraadsleden is een vrouw.[7]

Op de werkvloer[bewerken]

  • Vrouwen in kaderfuncties verdienen maandelijks gemiddeld 1000 euro minder dan mannen in deze functie.[8]
  • 70% van de vrouwen tussen 25 en 49 jaar werkt voltijds, tegenover 94% van de mannen. Eens er kind(eren) zijn werkt 58% van de vrouwen en 93,5% van de mannen voltijds.[8]
  • Eén op zes vrouwen met een universitair diploma voert taken uit onder haar niveau. Bij mannen is dit één op tien.[8]
  • In Nederland is vijf op de tien vrouwen economisch zelfstandig. Bij mannen is dit zeven op de tien.[9]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. KNIBIEHLER Y. Lichaam en hart, de vrouw als burger, openbaar en privé. In: DUBY G. & PERROT M. Geschiedenis van de vrouw. De Negentiende Eeuw, Agon, Amsterdam, 1993, p. 288; PERROT M. Buiten de cirkel. In: DUBY G. & PERROT M. Geschiedenis van de vrouw. De Negentiende Eeuw, Agon, Amsterdam, 1993, p. 387.
  2. Programma Geuzenveld: zij aan zij, schouders eronder. Artikel op website PvdA Amsterdam, 14 januari 2006
  3. Plasterkprijs voor 'emancipatie' man. Artikel in De Volkskrant, 16 augustus 2008
  4. (en) Single women 'do less housework', BBC News, 23 feb 2007
  5. Trouwen of samenwonen maakt vrouwen tot huisslaaf, Het Laatste Nieuws, 23 februari 2007
  6. Emancipatiemonitor 2006, Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau & Centraal Bureau voor de StatistiekHoe zit dat met de combinatiebelasting van mannen en vrouwen? op papa.nl.nu
  7. Wat zijn de verschillen tussen vrouwen en mannen?, Belgische Federale Overheidsdiensten, 21 februari 2012
  8. a b c Loonkloof bestaat: 1.000 euro meer voor man in zelfde job, Het Laatste Nieuws, 7 maart 2012
  9. Sociaal en Cultureel Planbureau, Emancipatiemonitor 2012