Wüstung

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Wüstung is de Duitse benaming voor een verlaten dorp of voormalig gebied met een economische activiteit (landbouw (flurwüstung), handwerken of industrie) die vóór de Nieuwe Tijd (ca. 1500) werd opgegeven, maar waaraan nog veldnamen, resten in de bodem of mondelinge overleveringen herinneren. Kastelen, ruïnes en andere losstaande archeologische monumenten worden niet beschouwd als wüstungen, evenmin als nederzettingen die reeds in de prehistorie werden opgegeven en waarover dus geen geschiedkundige bronnen zijn overgeleverd. De benaming wordt echter soms wel voor nederzettingen gebruikt die in de Nieuwe Tijd verdwenen, zoals het vroegere Eifeldorp Wollseifen.

Vaak werden dergelijke nederzettingen en gronden verlaten in perioden van bevolkingsteruggang, in het Duits ook wel wüstungsperioden genoemd. In Nederland kwamen dergelijke perioden van ontvolkingen minder voor, waardoor er in dat land minder van dergelijke voorbeelden te vinden zijn.

Enkele Nederlandse voorbeelden zijn Selhorst bij Harderwijk, Gasperde bij Vianen en Katen bij Zwolle.[1] Mogelijk was ook Sint Gangolf in de IJzermieden bij Gerkesklooster een wüstung.[2]. Ook in het Centrale Woldgebied in de provincie Groningen zijn wüstungen gevonden.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. S.J. Fockema Andreae, R.C. Hekker & E.H. ter Kuile. Hoofdstuk VIII: Invloed der stad op haar omgeving. Duizend jaar bouwen in Nederland (2 dl.) p. 106. Amsterdam: Allert de Lange (1957-1958)
  2. P.N. Noomen. St. Gangolfus in de Izermieden: een 'Wüstung' in Achtkarspelen. It Beaken pp. 32-40 (1993)