Waaslandtunnel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Waaslandtunnel
Tunnelingang op rechteroever (2007)
Tunnelingang op rechteroever (2007)
Algemene gegevens
Locatie Antwerpen
Coördinaten 51° 14′ NB, 4° 24′ OL
Lengte totaal 2110,85 m
Lengte gesloten deel 1768,85 m
Start bouw 1931
Ingebruikname 1933
Weg N49a
Waaslandtunnel
Waaslandtunnel
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De Waaslandtunnel of in de volksmond de "konijnenpijp" of "kleinen tunnél" genoemd, is de oudste voertuigentunnel onder de Schelde die Antwerpen verbindt met Linkeroever. Het is met zijn 1717 meter de tweede langste autotunnel van België, na de Leopold II-tunnel. Het nummer van deze weg is N49a.

Geschiedenis[bewerken]

Begin 1900 was er een steeds groter wordende nood aan een verbinding tussen beide oevers. Vergevorderde plannen werden gestopt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog kreeg alles een ander uitzicht door de snelle opkomst van de auto. Op initiatief van de toenmalige burgemeester Frans Van Cauwelaert, kregen de plannen in 1929 hun vaste vorm door de stichting van de "Intercommunale Maatschappij van den Linker Scheldeoever" (IMALSO). Na grondig onderzoek besloot de IMALSO niet één, maar twee tunnels te bouwen. Eén voor voertuigen (Waaslandtunnel) en een andere voor voetgangers en fietsers (Sint-Annatunnel).

Bouw[bewerken]

De werken vingen aan op 1 maart 1931 en werden uitgevoerd door de 'Compagnie Internationale des Pieux Armés Frankignoul'. Op de rechteroever werden huizen, pakhuizen en een brouwerij gesloopt. De Brouwersvliet werd drooggelegd, zodat men een bedding verkreeg voor de voertuigentunnel, en daarna voorgoed gedempt. Het grootste deel van de tunnel werd geboord door zeer waterrijke grijze en groene zandlagen. Slechts een deel onder de Schelde gaat door een dichte kleilaag.

Opening[bewerken]

De veerboot naar Linkeroever rond 1914.

De opening vond plaats op 10 september 1933, en werd bijgewoond door koning Albert I en koningin Elisabeth. Onder leiding van de toondichter Renaat Veremans werden het lied "Tunnelgroet" en de cantate "Heilzang" ten gehore gebracht. Verdere festiviteiten waren: een waterstoet, zeilwedstrijden, een zwemfeest, een festival voor zangverenigingen, internationale ralley's voor auto's, motorfietsen, rijwielen en vliegtuigen, een beiaardconcert, een bloemententoonstelling en een optocht van schoolkinderen. Een bronzen medaille met een diameter van zeven cm. herinnert ons aan dit evenement. Het is gedateerd 1933. Het wordt ondergetekend door Fonson.

De tunnel was ontworpen voor een piekdebiet van 1000 voertuigen/uur/richting. In 1934 reden meer dan 450.000 voertuigen door de tunnel.

Tol[bewerken]

Aanvankelijk moest tolgeld worden betaald. Begin jaren '30 waren daarover verhitte discussies. Het leverde zelfs communautaire meningsverchillen op in de Kamer over Vlamingen die tol moeten betalen om de Schelde over te steken, terwijl Luikenaars geen tol moesten betalen om de Maasbruggen over te steken. De tol werd op 31 juli 1958 afgeschaft.

Oorlog[bewerken]

Het terugtrekkende Duitse leger heeft in 1944 de toegangen van de tunnel beschadigd en heeft de tunnel onder water laten lopen. Het herstel van de tunnel heeft meerdere jaren geduurd.

Beschrijving[bewerken]

De tunnel is een cilindervormige pijp uit drie delen. Een betonnen sectie op linker- en rechteroever, en een gietijzeren middendeel van 1236 m met betonnen bekleding. De totale lengte van de tunnel is 2110,85 m. De lengte van portaal tot portaal 1768,85 m. De uitwendige diameter is 9,40 m en de inwendige 8,70 m. De breedte van de rijweg in de tunnel is 6,75 m. De eenvormige helling bedraagt 3,5 cm per meter.

De maximumdiepte tussen gemiddeld hoog water en het bovenste raakvlak van de tunnel is 26,59 m. Het diepste punt, het onderste raakvlak van de cilinder, ligt op 37,65 m onder de deksteen van de kademuur.

De tunnel werd over de grootste lengte onder luchtdruk uitgevoerd d.m.v. een handschild met een buitendoormeter van 9,40 m. De tunnelbekleding bestaat uit gietijzer elementen met loodvoegen (analoog aan de Sint-Annatunnel). De bouw werd toegewezen voor 240 mio BEF (ongeveer 6 mio euro).

De rijrichting op de rijstroken in de tunnel kon op piekmomenten gedraaid worden. Zo werden 's avonds beide rijstroken gebruikt voor het verkeer dat het centrum verliet. Hiertoe werden er matrixborden geplaatst boven de ingangen van de tunnel (zie foto 1). Vanaf 18 augustus 2011 wordt de Waaslandtunnel niet meer afgesloten in één rijrichting. Door een heraanleg van de Tunnelplaats op rechteroever kon de maatregel - waarbij één tunnelkoker werd afgesloten om via beide rijvakken het verkeer stad in- of uitwaarts te laten rijden - definitief afgeschaft worden. De tunnel blijft nu permanent beschikbaar voor het verkeer in beide richtingen, elk over één rijstrook

In de tunnel zijn geen vrachtwagens toegestaan. De Waaslandtunnel wordt beheerd door het Vlaamse Gewest.

Andere verbindingen[bewerken]

Andere verbindingen tussen beide oevers zijn de Sint-Annatunnel (voetgangers en fietsers), de Kennedytunnel, de Brabotunnel (pre-metro) en de Liefkenshoektunnel (toltunnel). Later komt daar ook de Oosterweeltunnel bij, als de kleine ring rond Antwerpen gesloten wordt.