Walcherenexpeditie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
||||||||||||||||||||||||||||
De Walcherenexpeditie was een Britse inval in Zeeland in 1809. Zeeland was toen deels onderdeel van Frankrijk en deels onderdeel van het Koninkrijk Holland, een Franse vazalstaat geregeerd door Lodewijk I, broer van de Franse keizer Napoleon I.
De expeditie liep uit op een groot fiasco voor de Britten, niet door een militaire nederlaag maar omdat de Britse soldaten in groten getale stierven aan malaria. Zo'n 4.000 van de soldaten bezweken aan malaria en andere ziektes (tegen zo'n 100 gesneuvelde soldaten) voordat de troepenmacht uiteindelijk in december werd teruggetrokken.
Inhoud |
[bewerk] Achtergrond
De Britten, die vanaf 1792 continu in oorlog met Frankrijk waren geweest (met uitzondering van een korte periode van vrede in 1802-1803), vormden in 1809 samen met Oostenrijk een nieuwe coalitie tegen Frankrijk, de Vijfde Coalitie genoemd. Ook de kleine Italiaanse staten Sicilië en Sardinië namen deel aan dit bondgenootschap.
De doelstelling van de Britse expeditie was om het Franse eskader van tien linieschepen in Vlissingen te veroveren. Daarnaast waren de Britten van plan om Antwerpen in te nemen, waar volgens geruchten tientallen Franse linieschepen in aanbouw waren.
Ook was de expeditie bedoeld om de aandacht van de Fransen af te leiden van Oostenrijk. De Britten kwamen echter pas eind juli in actie, toen Oostenrijk de Slag bij Wagram en daarmee de oorlog al verloren had.
[bewerk] De expeditie
Een Brits expeditieleger van 40.000 troepen en 150.000 paarden werd ingescheept in zo'n vijfhonderd transportschepen en geëscorteerd door een oorlogsvloot van veertig linieschepen en dertig fregatten. De bevelhebber van het Britse leger was John Pitt, een broer van de voormalige premier William Pitt de jongere.
Het leger landde op 30 juli op verschillende plaatsen op Walcheren. Middelburg werd de volgende dag zonder slag of stoot bezet, Veere na korte gevechten op 1 augustus. Vlissingen capituleerde op 15 augustus, na een kort beleg en twee bombardementen waarbij de stad zware schade opliep. De Franse gouverneur van Vlissingen, generaal Louis Monnet, en het garnizoen van 5.000 Fransen werden gevangen genomen en afgevoerd naar Engeland. Verder oostelijk landden de Britten op Zuid-Beveland, namen Goes in en hadden het hele eiland op 2 augustus in handen. Ook Schouwen en Duiveland werden bezet en Zierikzee op 10 augustus ingenomen. Het strategische fort Bath was geëvacueerd door de Fransen en werd zonder slag of stoot door de Britten bezet.
Al snel kwamen de eerste berichten van malaria, waar het moerasachtige Zeeland in die tijd berucht om was. Eind augustus waren al 3.000 Britse soldaten ziek en midden-september had dit aantal toegenomen tot 10.000. De epidemie van malaria (en waarschijnlijk ook andere ziektes zoals dysenterie) werd al snel Walcheren fever genoemd door de Britse soldaten. Ondanks eerdere ervaringen met malaria tijdens een expeditie op Zeeland in 1747 waren de Britten slecht voorbereid, met maar één hospitaalschip per divisie. De Britten stierven in groten getale en 's nachts vonden massabegrafenissen plaats.
De Fransen en Hollanders vernamen het nieuws van de invasie op 1 augustus en liet de Hollandse koninklijke gardetroepen aanrukken naar Bergen-op-Zoom, terwijl de Hollandse divisie in Noord-Duitsland teruggeroepen werd. Al snel had zich een verdedigingslinie voor Antwerpen verzameld van 12000 Franse en Hollandse soldaten en 13000 soldaten van de (ongeüniformeerde en deels onbewapende) Nationale Garde. Koning Lodewijk nam het bevel van de defensie persoonlijk op zich, maar bleek weinig militair kunnen te bezitten. Op 15 augustus verving Napoleon hem door de Franse maarschalk Jean-Baptiste Bernadotte terwijl de Hollandse troepen onder bevel stonden van Jean-Baptiste Dumonceau, een in Brussel geboren generaal in dienst van het Koninkrijk Holland.
De Britten stonden bij Antwerpen maar hun bevelhebber Chatham schatte de Frans-Hollandse verdediging veel te hoog in, op 35.000 man, en durfde geen aanval op Antwerpen aan met zijn door ziekte verzwakte troepen. De Britten bleven zo vastzitten in Zeeland terwijl de troepen in sneltreinvaart bezweken aan malaria. Eind augustus zag Chatham dat de zaak verloren was en begon de terugtrekking van zijn troepen terwijl een achterhoede nog korte tijd Bath bleef bezetten.
Tegen de tijd dat Chatham op 16 september Zeeland verliet, was alleen een garnizoen van 5.000 man op Walcheren overgebleven, waarvan al een derde ziek was. Dit garnizoen, bijgenaamd dying army, hield vier maanden stand tot het in december alsnog geëvacueerd werd.
[bewerk] Nasleep
De Franse bevelhebber Bernadotte was tijdens de Slag bij Wagram in ongenade gevallen bij Napoleon door een dagorder waarin hij de Saksische troepen onder zijn bevel de eer gaf voor de overwinning, terwijl deze troepen juist waren teruggevallen en gered moesten worden door Franse troepen. Na de Britse terugtrekking uit Zeeland kwam Bernadotte opnieuw met een ongelukkige dagorder waarin hij niet alleen de Frans-Hollandse troepengrootte weggaf maar ook de Nationale Garde lof toezwaaide. Op 11 september ontsloeg Napoleon Bernadotte als bevelhebber en verving hem met maarschalk Bessières. Na deze definitieve breuk met Napoleon accepteerde Bernadotte in 1810 een aanbod om kroonprins van Zweden te worden en werd in 1818 koning van Zweden als Karel XIV Johan.
Ook koning Lodewijk I viel in ongenade bij de keizer door zijn, volgens Napoleon, trage en onkundige optreden. Voor Napoleon was het de laatste druppel, na eerdere irritaties over Lodewijks tegenzin om Franse maatregelen als de dienstplicht en het Continentaal Stelsel uit te voeren. Op 28 december werd Walcheren ingelijfd bij Frankrijk, in maart 1810 volgde de rest van zuidelijk Nederland en in juli werd het hele Koninkrijk Holland bij Frankrijk ingelijfd.
In Groot-Brittannië leidde het fiasco tot een conflict tussen de ministers George Canning en Robert Stewart dat eindigde in een pistoolduel en het aftreden van beide ministers.

