Walderveense molen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Walderveense molen
Walderveense molen juli 2010
Walderveense molen juli 2010
Basisgegevens
Plaats Walderveen
Bouwjaar 1895
Type stellingmolen
Kenmerken houten, rietgedekte achtkant op stenen onderbouw
Vlucht 21,50 m
Functie korenmolen
Restauraties  1912, 1916, 1962, 1980, 1990, 2005
Huidig gebruik  Het malen van graan op vrijwillige basis
Monumentnummer  14489
Externe links en afbeeldingen
Molendatabase
De Hollandsche Molen
Gevelsteen
Gevelsteen
Onderkant kap en in het riet het jaartal 1962
Onderkant kap en in het riet het jaartal 1962

De Walderveense molen is een in 1895 door de molenmaker Wijnveen uit Voorthuizen (later Ede) gebouwde windmolen in de plaats van een standerdmolen. Bovenop de stenen onderbouw werd een tweedehands molen geplaatst, de in 1849 in Zaandam gebouwde molen. De molen staat aan de Renswoudsestraatweg 28 in de buurtschap Walderveen in Lunteren, tussen Barneveld en Renswoude.

De molen is ingericht als boerengemaal wat onder anderen blijkt uit de trap van de maal- naar de steenzolder, die tussen de twee maalkoppels staat en de maalbakken die vlak bij het luiluik uitkomen. Op een boerengemaal werden vaak kleine partijtjes gemalen waarbij de boer wachtte tot het graan gemalen was en het meel meteen meenam. Op het ene maalkoppel werd het graan gebroken en op het andere werd het gebroken graan vermalen tot meel.

Opstelling maalbakken. De vloer van de maalzolder is in 1975 gedeeltelijk vernieuwd.

In 1566 stond er in Walderveen al een standerdmolen. Het oorspronkelijke molenaarshuis aan de Renswoudsestraatweg 26 gebouwd in 1855 door Gerrit Wilbrink is een hallehuisboerderij. Het "nieuwe" molenaarshuis met 30 als huisnummer is gebouwd door Hendrik Mulder, toen hij de standerdmolen kocht van Ruud Adema.

Naast de molen, ten zuiden, heeft een maalderij gestaan, die de taak van de molen na de Tweede Wereldoorlog had overgenomen. Vanaf die tijd sloeg het verval toe. Pas in 1960 kwam de 29.267 gulden kostende en in 1962 afgeronde restauratie opgang.

De molen is een achtkante korenmolen van het type stellingmolen met een stenen onderbouw en een houten, rietgedekte bovenbouw. De stelling zit op 5,90 m. ter hoogte van het ondertafelement. De liggers van de stelling liggen zonder verankering in de stenen voet. De stelling heeft een buitensluiting.

Er zijn 2 koppel maalstenen. Beide maalstenen zijn maalvaardig en worden gebruikt al naargelang de behoefte. Eén van de stenen is bijvoorbeeld bij uitstek geschikt voor het malen van "fijne" stoffen. Het ene koppel is nog van natuursteen, bestaande uit basalt uit de Duitse Eifel. Het andere koppel is van kunststeen met een speciale, harde laag aan de maalzijde, waarvan de groeven (uitslag) van een iets zachter materiaal gemaakt zijn dan de kerven, zodat de steen zichzelf enigszins scherpt. De stenen zijn voorzien van een regulateur, waardoor het malen gelijkmatiger verloopt.

De kap van de molen is in 1990 voorzien van een zogenaamd Engels kruiwerk, hetgeen een kruiwerk met ijzeren rollen is. Tegelijkertijd is de kruilier vervangen door een kruirad. Op 25 november 2011 is de eiken staartbalk vervangen en de kruilier weer teruggeplaatst. Vroeger draaide de kap op neuten (houten blokken), die aan de bovenkant van ijzeren plaatwerk waren voorzien. Op de detailfoto zijn de inkepingen waarin de blokken geschoven werden nog te zien. Ook heeft er ooit een stutvang in plaats van de nu aanwezige vlaamse vang gezeten, hetgeen nog te zien is aan de stutkast op het linker voeghout. Op de overring zit een slagstuk.

De op 16 februari 1916 verongelukte molen

Op 4 juni 1911, pinksterzondag, brandde 's avonds de houten achtkant met de rieten kap door blikseminslag af. Ook ging hierbij 300 mud graan verloren. Op de overblijvende stenen onderbouw werd in 1912 een nieuwe molen gebouwd met onderdelen van andere molens afkomstig van het molensloopbedrijf Gebr. de Boer uit Zaandijk. Herkomst van deze delen is tot op heden in feite onbekend. Hierover circuleren namelijk verschillende versies. Onderdelen van een houtzaag- en korenmolen uit Drachten (de molen van Van Beek), de houten achtkant met het jaartal 1801 op de achtkantstijl op het zuidwesten ter hoogte van de steenzolder en een tweedehands kap van een molen uit de Zaanstreek, De Duinmeier uit 1681 en afgebroken in 1912, zijn mogelijk gebruikt. De houten achtkant was te groot voor de voet, die daarom eerst een meter werd afgebroken en daarna weer schuin naar buiten werd opgemetseld. De kap is eigenlijk te groot voor het achtkant en waarschijnlijk zijn de voeghouten aan de voorkant ingekort. Bijzonder zijn de dubbele kistramen in de houten achtkant. Waarschijnlijk heeft de maalzolder er oorspronkelijk niet gezeten maar daar ongeveer een meter boven een andere vloer (krukzolder?). Het spoorwiel, het bovenwiel en de bonkelaar zijn waarschijnlijk afkomstig uit de voormalige oliemolen De Duinmeier. Het spoorwiel heeft waarschijnlijk vroeger in de oliemolen dienst gedaan als steenwiel en heeft losse dammen. Twee sectoren van het spoorwiel zijn vernieuwd. Het oude gedeelte heeft kammen van azijnhout en de nieuwe sectoren van acaciahout. Het bovenwiel en de bonkelaar zijn conisch en waarschijnlijk nieuw gemaakt nadat de oliemolen door de toenmalige eigenaar, Molenaar, was omgebouwd tot pelmolen. De plooistukken en de velgen van het bovenwiel zijn van iepenhout en de kruisarmen van eikenhout gemaakt. Door een stormvlaag brak op woensdag 16 februari 1916 een wiek van de houten buitenroe af, waarna de bovenas dompte en nog twee wieken afbraken toen ze tegen de stelling en de molenromp sloegen, ook die van de ijzeren pot binnenroe. Het was een stormachtige dag, waarbij in de Bilt het uurgemiddelde van de windsnelheid 18,5 m/sec bedroeg. Er werd die dag zonder zeil en met beide koppels gemalen. De as kon dompen omdat de springbeugel te licht bleek te zijn en bij het dompen afbrak. De toenmalige molenaar Mulder kwam hierbij enige tijd vast te zitten in de molen. Nadien is er over de pen een zware springbeugel gemonteerd, die zijn dienst een jaar later bewees toen de molen 's nachts bij een zware storm achteruit ging draaien. Bij de februari storm van 1953 brak een gedeelte van de wieken af en sloeg dwars door de stelling.

Het luiwerk voor het opluien (ophijsen) van de zakken graan bestaat uit een luias en een luitafel. Een gaffelwiel ontbreekt, waardoor niet met de hand opgeluid kan worden. Daarom is er tevens een elektrisch aangedreven luiwerk aanwezig. Voor het afschieten (laten zakken) is op de maalzolder een apart afschietwerk aanwezig, bestaande uit een as met een wiel dat afgeremd kan worden met een met de hand bediende rem. Vlak hierboven zit een tweede afschietwerk, bestaande uit een kast met drie schijven, dat vermoedelijk gebruikt werd om naar de graanzolder af te schieten.

De uit 1862 afkomstige, 4,70 m lange, gietijzeren bovenas is van de fabrikant L.T. Enthoven & Co. met als nummer 333. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang bestaande uit vijf blokken. In de ezel zit voor het scharnieren van de vangbalk een schuif, waardoor een traploze afstelling van de vangbalk mogelijk is. De koningsspil is gelagerd in de lange spruit.

Roeplaatjes
Aangegoten balkkoppen

De molen is gerestaureerd in 1912, 1916, 1962, 1980, 1990 en 2005, en beschikt weer over de klassieke wiekvoering, met zeil (oudhollandse tuigage, zonder andere aerodynamische middelen, zoals bv. fokwieken ). In 1916 werd een van de afgebroken roeden vervangen door een potroe afkomstig van de poldermolen Klein Houdijk Teijlingen of Klein Houdijker Molen uit Kamerik. In 1961/62 werd de molen geheel opnieuw met riet gedekt en werd de stelling vernieuwd. Ook werden twee nieuwe, gelaste roeden met Busselneuzen gestoken. In 1980 zijn weer nieuwe roeden gestoken, maar nu zonder de Busselneuzen en werden de wieken weer van een oudhollandse tuigage voorzien. De in 1979 gemaakte, 21,50 m lange roeden zijn afkomstig van de firma Derckx. De binnenroe heeft als nummer 326 en de buitenroe 325. Bij deze restauratie zijn de lange spruit en de lange schoren vervangen. In 1990 werd na een beschadiging door een januaristorm de roeden hersteld, enkele veldkruizen aan de westkant vervangen, de bovenbouw van de molen rechtgezet door het aanbrengen van peulstukken onder de achtkantstijlen en ter versteviging trekijzers tussen verschillende verbindingen, zoals achtkantstijlen en bintbalken, aangebracht. In 1990 is het neutenkruiwerk vervangen door een Engels kruiwerk. Bij de latere vervanging van de staartbalk is de kruilier vervangen door een kruirad. In 2005 is het riet van de kap vernieuwd. Aan de buitenkant van de houten achtkant is in het riet het jaartal 1962 te zien, het jaar dat het riet op dit gedeelte van de achtkant is aangebracht. Er is toen voor het vastzetten van het riet koperdraad gebruikt in plaats van het gebruikelijke touw. Later is op een ander gedeelte nieuw riet aangebracht dat wel met touw is vastgezet. Eind november 2009 zijn negen balkkoppen beta-polymeerchemisch hersteld. Het betreft de vier balkkoppen van de twee legeringsbalken (oude binnenroeden) van de graanzolder en vijf balkkoppen aan de zuidwestkant van de maalzolder. De balkkoppen zijn vlakbij de muur met een kettingzaag afgezaagd, waarna een bekisting is aangebracht en in de balken van bovenaf zes schuine gaten zijn geboord voor de 20 mm dikke, polyester gebonden glasvezelwapeningstaven. Het geheel is aangegoten met speciale epoxyharsen gemengd met een vulstof. Voor de afdichting van de naden in de tijdelijke bekisting en scheuren in de balken werd purschuim en klei gebruikt.

De vlucht van de molen is 21,50 meter.

De molen wordt nog gebruikt voor het malen van graan, zoals gerst, rogge, maïs en tarwe voor veevoer.

[bewerken] Monumentenzorg

Inspectie door monumentenwacht

De molen wordt om de drie jaar geïnspecteerd door monumentenwacht.

[bewerken] Overbrengingen

  • De overbrengingsverhouding is 1 : 6,3.
  • Het bovenwiel heeft 60 kammen en de bovenbonkelaar heeft 36 kammen. De koningsspil draait hierdoor 1,67 keer sneller dan de bovenas. De steek, de afstand tussen de kammen, is 13 cm.
  • Het spoorwiel heeft 87 kammen en het steenrondsel 23 staven. Het steenrondsel draait hierdoor 3,78 keer sneller dan de koningsspil en 6,3 keer sneller dan de bovenas. De steek is 11,5 cm.

[bewerken] Eigenaren

  • 1895 - 1918: H. Mulder,
  • 1918 - 1948: A. Mulder. Eind 1919 werd de molen voor 17.000 gulden door A. Mulder verkocht. Deze werd doorverkocht voor 19.000 gulden en vervolgens op de publieke veiling in februari 1920 voor 22.530 gulden weer teruggekocht door A. Mulder.
  • 1948 - 1964: Fa. A. Mulder & Zonen,
  • 1964 - 1975: A. Mulder & Zonen C.V. en
  • 1975 tot heden: gemeente Ede.

[bewerken] Externe link

[bewerken] Fotogalerij

Rekening uit 1916 (122 lb is 122 pond)
Rekening uit 1916 (122 lb is 122 pond)  
Staart nog met kruirad
Staart nog met kruirad  
Wiekenkruis 1912 - 1980
Wiekenkruis 1912 - 1980  
Oorspronkelijk molenaarshuis
Oorspronkelijk molenaarshuis  
Voormalig "nieuw" molenaarshuis
Voormalig "nieuw" molenaarshuis  
Aandrijving maalstoel door het spoorwiel
Aandrijving maalstoel door het spoorwiel  
Maalstoel met natuurstenen maalstenen
Maalstoel met natuurstenen maalstenen  
Kropgat
Kropgat  
Geopend maalkoppel
Geopend maalkoppel  
Onderkant van de uit segmenten opgebouwde houten steenbus met wig
Onderkant van de uit segmenten opgebouwde houten steenbus met wig  
Maalbak met maïsmeel
Maalbak met maïsmeel  
Licht
Licht  
Regulateur voor het malen
Regulateur voor het malen  
Detail Engels kruiwerk
Detail Engels kruiwerk  
Bovenwiel voorzijde met vang
Bovenwiel voorzijde met vang  
Detail achterzijde bovenwiel met vang
Detail achterzijde bovenwiel met vang  
Plooistuk achterzijde bovenwiel
Plooistuk achterzijde bovenwiel  
Plooistuk voorzijde bovenwiel
Plooistuk voorzijde bovenwiel  
Lendestut
Lendestut  
Vangbalk met duim
Vangbalk met duim  
Ezel met schuif en sabelijzer
Ezel met schuif en sabelijzer  
Conische bonkelaar
Conische bonkelaar  
Luitafel met op de achtergrond nog net zichtbaar, rechts achter de koningsspil, een deel van het aangedreven luiwiel
Luitafel met op de achtergrond nog net zichtbaar, rechts achter de koningsspil, een deel van het aangedreven luiwiel  
Luias
Luias  
Opluien
Opluien  
Kammen spoorwiel
Kammen spoorwiel  
Gietijzeren bovenas met penlager bestaande uit pensteen en tegel
Gietijzeren bovenas met penlager bestaande uit pensteen en tegel  
Kruilier
Kruilier  
Kruireep
Kruireep  
Met rabatdelen bedekte houtenachtkant
Met rabatdelen bedekte houtenachtkant  
Dikke muur van de onderkant
Dikke muur van de onderkant  
Afschietwerk voor het laten zakken van zakken meel
Afschietwerk voor het laten zakken van zakken meel  
Riet vastgezet met touw
Riet vastgezet met touw  
Riet vastgezet met koperdraad
Riet vastgezet met koperdraad  
Detail achtkantstijl met trekijzer
Detail achtkantstijl met trekijzer  
Roosbout bij verbinding van achtkantstijl met boventafelement
Roosbout bij verbinding van achtkantstijl met boventafelement  
Achtkantstijl met het jaartal 1801
Achtkantstijl met het jaartal 1801  
Peulstuk onder de achtkantstijl
Peulstuk onder de achtkantstijl  
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren