Walnoot (vrucht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De walnoot is eigenlijk een steenvrucht

Met walnoot of okkernoot wordt meestal gedoeld op de vrucht van de gewone walnoten- of okkernotenboom (Juglans regia). De vruchten van andere soorten in het geslacht walnoot (Juglans) heten ook zo, maar zijn in de praktijk minder vaak in de handel.

De vrucht wordt omgeven door een harde, tweedelige schaal, de dop. Tijdens de groei aan de boom is ze ook nog beschermd door een stevige groene bolster die bij de rijping open barst.

In de botanie wordt de walnoot beschouwd als een steenvrucht, dus niet als noot, in tegenstelling tot de eikel en de hazelnoot. Van de andere kant is de walnoot, in het algemeen spraakgebruik, juist de archetypische noot.

De naam walnoot betekent oorspronkelijk vreemde, ofwel niet-Germaanse noot.[1]

Bloeiwijze en productie[bewerken]

Vrouwelijke bloemen aan het eind van de nieuwe scheuten
De mannelijke bloemen zijn katjes

Mannelijke en vrouwelijke bloemen komen bij de walnoot aan dezelfde boom voor. Mannelijke bloemen zijn in katjes verenigd. Vrouwelijke bloemen bevinden zich al of niet in trossen aan het einde van nieuwe scheuten, die in het voorjaar ontstaan uit de eindknop van de langloten en uit enkele daaronder gelegen knoppen. Bij de rassen die bekendstaan als kortlotdragers komen vrouwelijke bloemen ook aan de kortloten voor, dus meer gespreid langs de takken. Deze rassen (zoals Broadview en Nr. 16) zijn dus in principe veel vruchtbaarder.

Vele rassen kunnen vrucht zetten met hun eigen stuifmeel, maar een verschil in bloeitijd tussen de mannelijke en de vrouwelijke bloemen kan dit beletten. Bij de meeste rassen bloeien de mannelijke en de vrouwelijke bloemen namelijk niet tegelijk. De mannelijke bloemen bloeien meestal eerst, hetgeen protandrie wordt genoemd, maar er zijn ook rassen waarbij het omgekeerde het geval is (protogynie). Daarom is het aan te bevelen om ten minste twee verschillende rassen te planten waarvan de bloeiperioden van de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen elkaar voldoende overlappen.

De walnoot is een windbestuiver. Omdat de mannelijke bloeiwijzen zeer veel stuifmeel leveren dat over grote afstanden kan worden getransporteerd, worden in commerciële beplantingen slechts enkele bestuiverbomen per hectare geplant. Bij het planten van de bestuivers kan het beste rekening worden gehouden met de overheersende windrichting.

Er zijn rassen die zonder eigen of vreemd stuifmeel toch noten leveren, als gevolg van apomictische vruchtzetting (apomixie). De neiging tot apomictische vruchtzetting kan echter van jaar tot jaar verschillen, waardoor het aanplanten van een geschikte bestuiver toch meer oogstzekerheid geeft.

De productiviteit kan per jaar en per ras variëren. Onvoldoende productiviteit kan voor een deel het gevolg zijn van (te) vroeg uitlopen van de knoppen in het voorjaar waardoor vorstschade aan de jonge scheuten en daarmee de vrouwelijke bloemen kan ontstaan. Rassen die vroeg uitlopen (zoals Plovdivski, Proslavski, Rita, Nr. 16 en Coenen) lopen meer kans op nachtvorstschade dan rassen die laat uitlopen (zoals Buccaneer, Wonder van Monrepos, Parisienne en Franquette). Ook gevoeligheid voor wintervorst, waardoor twijguiteinden kunnen bevriezen en afsterven, leidt tot verlies aan productie.

Vermeerdering[bewerken]

Walnoten kunnen door middel van zaaien worden vermeerderd, maar bij gezaaide bomen zijn de eigenschappen van tevoren niet bekend. Gezaaide bomen kunnen laat in productie komen, vaak pas na tien tot vijftien jaar.

Voor de professionele teelt wordt meer en meer gebruikgemaakt van geënte bomen. Geënte bomen hebben als voordeel dat men door voor een bepaald ras te kiezen vooraf de eigenschappen kan bepalen als groeikracht, groeiwijze, bloeitijden, productie en vruchtkenmerken. Bovendien wordt door bomen van hetzelfde ras te planten een uniforme aanplant verkregen. Geënte bomen komen snel in productie, soms al na twee tot vier jaar. De geënte bomen zijn uiteraard wel duurder in aanschaf, doch door de genoemde voordelen en doordat de boom voor zeer veel jaren wordt aangeschaft, is dit het prijsverschil wel waard.

Voor het enten wordt gebruikgemaakt van een onderstam. Hiervoor worden meestal zaailingen van de gewone walnoot (Juglans regia) gebruikt, hoewel ook die van de zwarte walnoot (Juglans nigra) kunnen worden gebruikt. Dit laatste is echter niet aan te bevelen, omdat de zwarte walnoot gevoelig is gebleken voor het kersenbladrolvirus. Dit virus kan in walnoten voorkomen en kan zich via stuifmeel verspreiden. Via het stuifmeel verspreidt het virus zich dan vanuit de vrouwelijke bloemen door de boom. Wanneer het virus de onderstam van de zwarte walnoot bereikt, reageert deze met afsterven. Bomen die op een gewone walnoort zijn geënt hebben daardoor een langere levensduur.

Omdat bij de opkweek van geënte bomen in de boomkwekerij de penwortel meestal ontbreekt, moet een geënte boom op de uiteindelijke plaats diep worden geplant (met de entplaats net onder de grond) en moet een stevige steunpaal worden aangebracht om scheef waaien te voorkomen.

Rassen[bewerken]

noten van 'Broadview'

In België en Nederland zijn inmiddels geënte bomen van diverse rassen verkrijgbaar. Hieronder volgt een beschrijving van diverse bekende (en minder bekende) rassen:

  • Broadview: Afkomstig uit British Columbia (Canada). Goed winterhard. Matige groeikracht. De mannelijke bloemen bloeien voor de vrouwelijke. Desalniettemin kan Broadview ook zonder bestuiving (apomictisch) vruchtzetten. Goede productie van tamelijk grote langwerpige noten met goede smaak. Weinig vatbaar voor ziekten. Broadview is beslist één van de betere rassen die door de matige groeikracht ook geschikt is voor kleinere standplaatsen.
  • Buccaneer: Afkomstig uit het Limburgse plaatsje Neer. Groeit wat sterker dan Broadview en vormt een opgaande kroon. Minder noten dan bij Broadview. De noten zijn tamelijk groot en rond van vorm. Goede smaak. Loopt vrij laat uit, waardoor er minder kans is op nachtvorstschade. Omdat de mannelijke bloei meestal geheel binnen de vrouwelijke bloei valt, is de overlap van beide bloemtypen voldoende voor zelfbestuiving. Aanplant van een bestuiverras kan echter meer zekerheid bieden. Buccaneer is zelf ook geschikt voor de bestuiving van veel andere rassen, waaronder bijvoorbeeld Broadview. Buccaneer is weinig vatbaar voor ziekten.
  • Wonder van Monrepos (ofwel Geisenheim Wonder): Een nieuw ras welke in 1983 is ontstaan op het proefstation in Geisenheim (Duitsland). Matige groeikracht. De mannelijke bloeiwijzen bloeien eerst, doch dit ras vormt voornamelijk apomictische vruchten. Goede productie van noten met een prima kwaliteit. Loopt laat uit. Zeer weinig vatbaar voor ziekten. Alhoewel de praktijkervaringen nog beperkt zijn, lijkt dit een zeer waardevol ras.
noten van 'Buccaneer'
  • Nr. 139 (ofwel Weinheimer): Afkomstig uit Duitsland. Matige groeikracht. Tamelijk goede tot goede opbrengst. Vrij grote noten met zeer goede smaak. Kan apomictisch vrucht zetten, alhoewel de productie verbetert bij kruisbestuiving. Kan in natte jaren aangetast worden door ziekten.
  • Parisienne: Afkomstig uit Frankrijk. Sterke groei met vrij steile groeiwijze. De vruchtbaarheid treedt laat in, daarna goede opbrengst aan vrij grote tot grote noten met goede smaak. De knoppen lopen laat uit en ontlopen daardoor de nachtvorsten in het voorjaar. De mannelijke bloeiwijzen bloeien voor de vrouwelijke. Geen overlap, kruisbestuiving is nodig. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Franquette: Afkomstig uit Frankrijk. Sterke groeier. De vruchtbaarheid treedt net als bij Parisienne laat in. De knoppen lopen laat uit en ontlopen daardoor de nachtvorsten in het voorjaar. Ook bloeien de vrouwelijke bloemen echter erg laat, waardoor ze de mannelijke bloei van de meeste andere rassen ontlopen. Hierdoor is de vruchtzetting vaak onbevredigend. Voor de noten kan daarom beter een ander ras worden geplant. De houtkwaliteit van Franquette staat bekend als zeer goed.
  • Soleze: Eveneens afkomstig uit Frankrijk. Soleze begint pas op wat latere leeftijd te produceren, een eigenschap die bij meer Franse rassen voor komt. Daarna is de productie echter goed. De mannelijke bloemen bloeien voor de vrouwelijke. Draagt grote noten van goede kwaliteit. Alhoewel de bomen langzaam groeien, kunnen ze op latere leeftijd toch een grote omvang krijgen. Enigszins vatbaar voor ziekten.
  • Rita: Afkomstig uit de Poolse Karpaten. Zwakke groeier met dichte kroon. Loopt vroeg uit. Grote opbrengst aan middelmatig grote noten. De noten hebben dikwijls een asymmetrische vorm (scheef uiterlijk). De mannelijke en vrouwelijke bloeiperioden overlappen elkaar grotendeels. Daardoor is Rita een zelfbestuiver. Weinig vatbaar voor ziekten.
aan de tak
Rijpe noot van 'Buccaneer'
  • Nr. 16: Ontstaan als een zaailing van Rita. Afkomstig uit Michigan (USA). De groeikracht is te omschrijven als matig. Nr. 16 is dus geen sterke groeier, maar groeit wel wat sterker dan Rita. Loopt tamelijk vroeg uit. Net als bij Rita overlappen de mannelijke en vrouwelijke bloeiperioden elkaar grotendeels, daardoor is ook Nr. 16 een zelfbestuiver. Goede productie van fraaie grote langwerpige noten met een scherpe punt. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Coenen: Afkomstig uit Veghel (Nederland). Forse groeier met een brede losse kroon. Loopt vroeg uit. Heeft een bestuiver nodig die vroeg mannelijk moet bloeien (Broadview is geschikt). Grote tot zeer grote noten met goede smaak.
  • Axel: Afkomstig uit Nederland/België. Krachtige opgaande groeier. Vanwege de extreem grote noten is Axel waarschijnlijk de grootste walnoot die er is. De noten zijn echter vaak slecht gevuld en slecht bewaarbaar. Middelmatige smaak. Door de zeer grote noten wel een leuke curiositeit. De Axel is zeer geliefd in België. De reden is dat de Belgen meer dan Nederlanders graag verse noten eten en dan is de Axel bij uitstek geschikt. Het is een 'sappige' noot met een voor liefhebbers fijne smaak. Door zijn sappigheid is de Axel moeilijk te bewaren en hij kan dan muf worden of schimmelen. Een Coenen heeft vers gegeten al een sterkere nootsmaak. De Axel heeft een zachte smaak. Hij levert naar verhouding echter veel nootvlees.
  • Proslavski: Afkomstig uit Bulgarije. Sterke groei met breed uitgroeiende kroon. Donkergroen loof met zeer grote bladeren. Loopt vroeg uit. De mannelijke bloeiwijzen bloeien zeer vroeg. Er is slechts een heel klein gedeelte overlap. Hierdoor is kruisbestuiving nodig (bijvoorbeeld door Buccaneer, Rita, Nr. 16, Coenen). Grote langwerpige noot met dikke schaal. Zeer goede smaak. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Plovdivski: Afkomstig uit Bulgarije. Matige groeikracht met brede kroon. Loopt vroeg uit. De mannelijke bloeiwijzen bloeien voor de vrouwelijke. Heeft een bestuiver nodig. Grote langwerpige noten met een dikke schaal en een grote kern. Zeer goede smaak.
  • Hansen: Afkomstig uit Ohio (USA). Zeer winterhard ras met een tamelijk zwakke groeikracht. De mannelijke bloeiwijzen bloeien voor de vrouwelijke; heeft een bestuiver nodig. De bijzonderheid van Hansen is dat de kleine ronde noten in grote trossen aan de boom hangen, soms wel tot 13 stuks bij elkaar. De smaak is goed en de noten zijn gewoonlijk goed gevuld. Weinig vatbaar voor ziekten.
  • Red Danube (ofwel Roter Donau): Afkomstig uit Duitsland/Oostenrijk. Middelmatige groeikracht. Dit bijzondere ras draagt middelgrote noten met een rode kern. Men zou dit dus de bloedsinaasappel onder de walnoten kunnen noemen.
  • Laciniata: Wordt niet geteeld om de noten, maar om de prachtige diep ingesneden bladeren. Zwakke tot matige groeikracht. Goede winterhardheid. Prachtige sierboom.
  • Purpurea: Wordt niet geteeld om de noten, maar omdat de bladeren van deze boom rood van kleur zijn. De noten die gevormd worden zijn overigens wel eetbaar en intern eveneens rood van kleur (als Red Danube). Groeit langzaam en vormt daarom meer een grote struik dan een echte boom. Bovendien is dit ras niet geheel winterhard en vriezen de jonge twijgen in de winter gemakkelijk een stukje in. Is pas relatief recent ontdekt (1938) en tot op dit moment zeldzaam. Voor de echte liefhebber.

Ziekten[bewerken]

Bladvlekkenziekte op 'Buccaneer'

Walnoten kunnen te lijden hebben van bacteriebrand (Xanthomonas campestris pv. juglandis) en van bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla). Bladbeschadiging, zwarte vlekken en bladval, en daardoor oogstderving en kwaliteitsverlies kunnen gevolgen zijn van deze ziekten. Deze ziekten treden vooral in slechte natte zomers op. Rassen kunnen sterk verschillen in vatbaarheid.

Het blad kan ook aangetast worden door de okkernootviltmijt, maar deze veroorzaakt nauwelijks schade.

Bij een te dikke en harde schaal kan het openen van de noten moeizaam zijn. Bij een te dunne schaal daarentegen kunnen vogels schade geven, doordat ze de schaal dan open kunnen pikken. Schaalgebreken zijn een veelvuldig voorkomend euvel: een onvolledige vorming van de houten schaal rond de kern. Dit treedt vooral op aan de top van de noot en uit zich in dunne of weke schaalgedeelten of zelfs het plaatselijk ontbreken van stukken schaal. Als gevolg van weersomstandigheden treden in bepaalde jaren schaalgebreken vaker op dan in andere jaren. Ook komen soms beschimmelde kernen voor. Deze zijn het resultaat van het niet geheel afsluiten van de twee schaalhelften.

Gebruik[bewerken]

Walnootkoek na het olieslaan

Het drogen van pas geoogste noten kan geschieden met behulp van een verfbrander. Met de brander wordt regelmatig heen en weer over de noten gegaan totdat de schaal van de noten licht begint op te drogen. Omdat er na verloop van enige tijd nog vocht uit de noot naar buiten treedt moet het drogen enkele dagen herhaald worden totdat de schaal goed droog blijft. Het witte vruchtvlees van de verse natte walnoot heeft een zacht/zoete smaak. Om het witte vruchtvlees zit een geel schilletje, dat bitter smaakt. De bittere smaak verdwijnt na een aantal dagen. Als de noten vers zijn, is het schilletje gemakkelijk te verwijderen.

Men gebruikt meestal een notenkraker om de dop te kraken en de walnoot te consumeren, maar met de juiste techniek is het ook mogelijk een noot te kraken door twee noten in de handen tegen elkaar te drukken. De noten kunnen ook gekraakt worden door ze rechtop te houden en op de bovenkant een klap met een houten hamer te geven.

Onrijpe walnoten worden gebruikt voor de bereiding van de vruchtenlikeur nocino.

Van de groene bolster is kleurstof te maken die in Vlaanderen notenbiester wordt genoemd. Bruinkleurige inkt die vroeger veel werd gebruikt om te schrijven of te tekenen.

De notendop werd vroeger gemalen gebruikt als anti-aanbaklaag in bakkersovens. Nu nog worden in de vliegtuigindustrie de fijngemalen doppen gebruikt als polijstmiddel en de NASA gebruikt dit als isolatiemateriaal in raketten om deze tegen hoge temperaturen te beschermen.

Walnootolie wordt door sommigen geroemd om zijn lichte smaak, het wordt wel beschouwd als een delicatesse. De noten dienen koud geperst te worden anders krijgt de olie een bittere smaak. Om dezelfde reden is het ook minder geschikt bij het koken, wel vindt het toepassing in salades en sommige sauzen. Na het persen resteert een vezelige koek die geschikt is als veevoer. Walnoten kunnen gedopt of ongedopt geperst worden.

Gezondheid[bewerken]

Uit onderzoek van het Hospital Clinico in Barcelona blijkt dat walnoten een positieve rol vervullen binnen de voeding. Walnoten leveren een bijdrage aan het flexibel en elastisch houden van de aderen. Zij verbeteren de conditie van endotheelcellen op de binnenwand van bloedvaten. Wetenschappers van de University of Scranton in Pennsylvania vonden bij onderzoek dat walnoten bijna twee keer zoveel antioxidanten bevatten als amandelen, pinda's, pistachenoten, hazelnoten, paranoten, cashewnoten, macadamia's en pecannoten.[2] Verder blijkt uit dierproeven dat walnoten bij muizen remmend werken bij borst- en darmkanker.[3][4]

Walnoten bevatten met name de mineralen fosfor, magnesium, zink, ijzer en kalium. Ook zijn ze een bron van vitamine B1, gamma-tocoferol (een vorm van vitamine E) en foliumzuur.[5][6]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/walnoot
  2. Just seven walnuts a day 'protects against heart disease' as it is named top superfood (http://www.dailymail.co.uk/health/article-1370481/Tuck-walnuts-crunchy-superfood-snack-reduce-heart-disease.html)
  3. Dietary Walnut Suppressed Mammary Gland Tumorigenesis in the C(3)1 TAg Mouse (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21774594)
  4. Dietary walnuts inhibit colorectal cancer growth in mice by suppressing angiogenesis (http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0899900711001171)
  5. Voedingswaarde walnoten
  6. Voedingswaarde van walnoten. notenspecialist.com Geraadpleegd op 22 februari 2014