Walter Zimmermann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Walter Max Zimmermann (Walldürn, 9 mei 1892 - Tübingen, 30 juni 1980) was een Duitse botanicus. Zijn belangrijkste onderzoeksgebied was de fylogenie van de planten. Zimmermann is de opsteller van de teloomtheorie, waarmee hij de fylogenie van de planten met drie hoofdorganen (wortel, stengel en blad) beschrijft (Zimmermann 1938, 1952, 1965).

Hij behaalde zijn doctoraat aan de Universiteit van Freiburg (Duitsland) in 1921. Hij doceerde plantkunde aan een particuliere school te Tübingen tussen 1925 en 1929 als privaatdocent en als buitengewoon hoogleraar tussen 1929 en 1980.

Zijn baanbrekende theoretische publicatie is Arbeitsweise der botanischen Phylogenetik und anderer Gruppierungswissenschaften, voor het eerst gepubliceerd in 1931. Ook werd Zimmermann bekend door zijn samenwerking met Arthur Cronquist en Armen Tachtadzjan in de indeling van Embryophyta (Cronquist e.a. 1966). Willi Hennig verwees naar hem als "een van de beste moderne theoretische werkers in de plantensystematiek" (1966:9).

In de tijd van het nationaalsocialisme was hij sinds 1934 lid van de NS-Lehrerbund. In 1938 publiceerde hij de eerste uitgave van het in 1969 opnieuw bewerkte boek over erfelijkheid: Vererbung „erworbener Eigenschaften“ und Auslese. Zimmermann was een voorstander van de rassenwetten van Neurenberg.

Publicaties[bewerken]

  • Vererbung „erworbener Eigenschaften“ und Auslese. 2.Auflage. 1969.
  • Die Phylogenie der Pflanzen. 1930.
  • Geschichte der Pflanzen. 1949.
  • Evolution. Die Geschichte ihrer Probleme und Erkenntnisse. (Orbis academicus, Band II/3) Verlag Karl Alber, Freiburg / München 1953. ISBN 3-495-44108-5.
  • Die Phylogenie der Pflanzen. 2. Auflage. 1959.
  • mit Dieter Peter Baur: Der Federsee. 1961.
  • Die Telomtheorie. 1965.
  • Evolution und Naturphilosophie. 1968.
  • Evolución vegetal. 1976.