Walvistraan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De traankokerij van de Amsterdamse kamer van de Noordse Compagnie op Smerenburg. 1639. Amsterdam, Rijksmuseum Amsterdam.

Walvistraan (ook wel: smeer genoemd) is de olie verkregen door het uitkoken onder druk van voornamelijk vetweefsel (blubber) van baleinwalvissen. De productie van traan was een van de belangrijkste redenen voor de walvisvaart, totdat deze sterk ingeperkt werd door de oprichting van de Internationale Walvisvaartcommissie.

Walvistraan werd van de 17e tot diep in de 19e eeuw gebruikt als lampolie en bij de zeepbereiding. Verdere toepassingen lagen in de fabricage van kaarsen en ook werd walvistraan gebruikt als smeermiddel.

Met de opkomst van patentolie, gebaseerd op gemodificeerde raapolie, en later petroleum die uit aardolie geraffineerd werd, ging de functie van walvistraan als brandstof verloren. Ook de opkomst van de gasverlichting droeg aanzienlijk aan dit alles bij. Vanaf het einde van de 19e eeuw werd het voornamelijk verwerkt in de margarine-industrie, waarin echter voldoende alternatieve grondstoffen voorhanden waren.

Trivia[bewerken]

De voormalige nederzetting Smeerenburg op Spitsbergen is vernoemd naar walvistraan.

Externe link[bewerken]