Wapen van Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coat of arms of Germany.svg

Het wapen van Duitsland bestaat uit een zwarte adelaar op een geel veld (de Bundesadler), de poten en snavel zijn rood. De huidige afbeelding is in stand sinds het ontstaan van de Bondsrepubliek in 1949, en voor geheel Duitsland sinds de hereniging in 1990. Hoewel de huidige afbeelding van het adelaarswapen symbool voor de Bondsrepubliek staat, en daarmee preciezer Vrijheid, eenheid, en democratie uitdrukt, is het eigenlijk al eeuwen lang (weliswaar net iets anders afgebeeld) het eigenlijke nationale wapen geweest. De adelaar is een van de oudste symbolen van Europa dat terug gaat naar de Germaanse troepen waar de adelaar in verbinding werd gebracht met de god Odin en de keizers van de Romeinse Rijk. De Romeinse legioenen voerden een adelaar bij wijze van vaandel. De symboliek van de adelaar werd door het christendom in de middeleeuwen gewijzigd.

In Duitsland en de Oostelijke helft van Europa spelen adelaars een belangrijke rol in de heraldiek. In het Westen van het continent is de leeuw het meest gebruikte wapendier[1].

Geschiedenis[bewerken]

De heraldische adelaar werd als nationaal symbool waarschijnlijk geïntroduceerd door Karel de Grote, die door de Paus tot keizer van het West-Romeinse Rijk werd gekroond en regeerde over het latere Frankrijk, België, Duitsland en een groot deel van Italië. Hij zag zijn rijk als de opvolger van het Romeinse Rijk en voerde als herkenningsteken de adelaar. Op het dak van zijn Keizerpalts in Aken zou een grote afbeelding van een adelaar zijn aangebracht. Rond 1200 had de moderne heraldiek zich ontwikkeld en werd de adelaar erkend als het keizerlijke wapen. In 1433 kreeg in het wapen de adelaar twee koppen en een aureool geschonken door keizer Sigismund. Vanaf de 15e eeuw zette elke keizer zijn wapen op de borst van de adelaar. In 1806 was de officiële einde van het Heilige Roomse Rijk (der Duitse natie) en had wat Duitsland was geweest geen wapen meer, het duurde tot 1848 voor men in de Duitse Bond het wapen overnam van Oostenrijk Dit was een tweekoppige adelaar met gespreide vleugels met lange staartveren.

Tussen 1866 en 1870 greep het koninkrijk Pruisen op dat de Noord-Duitse Bond verenigde in het Duitse Keizerrijk. Er werd een nieuw wapen vastgesteld: een mix van het oude wapen van het Heilige Roomse Rijk en dat van Pruisen. De adelaar had nu één kop, met een borstschild waarop de adelaar van Pruisen stond afgebeeld, met daarop een borstschild met het wapen van de Hohenzollern. Het wapen had twee schildhouders die uit de traditie van Pruisen kwamen; twee wildermannen met eikenkransen rond hun middel. Dit alles was geplaatst op mantel van hermelijn met de oranje kleur.

Na de val van het keizerrijk werd de adelaar ten tijde van de Weimarrepubliek opnieuw gereduceerd om alle koninklijke ornamenten die herinnerden aan de keizertijd te verwijderen. In 1933 kwam Adolf Hitler aan de macht die de adelaar slechts gedeeltelijk behield en aanpaste. Het wapen van het Derde Rijk was een zwarte adelaar met gespreide vleugels (actieve stand) staande op een krans met daarin een swastika.

Na de Tweede Wereldoorlog, in 1949, herstelde de Bondsrepubliek de adelaar weer. Deze adelaar was grotendeels dezelfde als die van de Weimarrepubliek, alleen iets simpeler gevormd en waren de duidelijk geschetste witte veren verwijderd. In de DDR werd echter een heel ander wapen gebruikt. Dit deed men daar met de bedoeling om onder alle nationale herinneringen een streep te zetten. Na de hereniging in 1990 verkreeg het gehele herenigde Duitsland nu de adelaar van de Bondsrepubliek. Dit is nu nog steeds het huidige wapen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Carl-Alexander von Volborth, "Heraldiek".