Warmteoverdracht
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
In veel processen speelt warmteoverdracht een grote rol. Dit kan het opwarmen en afkoelen van een materie door een andere materie zijn. In de procesindustrie wordt bijvoorbeeld met behulp van warmtewisselaars van deze energiestromen gebruik gemaakt. Warmteoverdracht kan worden gemeten met een warmtestroomsensor.
[bewerken] Vormen
Er zijn drie vormen van warmteoverdracht:
1. Geleiding (conductie) Dit is warmteoverdracht binnen de desbetreffende stof, waarbij warmte stroomt van deeltjes met de hogere kinetische energie (temperatuur) naar minder energierijke (koudere) deeltjes.
2. Straling (radiatie) Dit is warmteoverdracht tussen twee lichamen, die niet met elkaar in aanraking zijn zonder gebruik te maken van een tussenstof. Het ene lichaam is warm en geeft daardoor veel elektromagnetische straling af en verliest zo warmte, en het andere lichaam absorbeert een deel van de binnenkomende straling en zet die om in warmte.
3. Stroming (convectie) Dit is warmteoverdracht door verplaatsing van een warme vloeistof of een warm gas, of van een koude vloeistof of een koud gas.
Een noodzakelijke voorwaarde voor het optreden van deze drie genoemde gevallen is het bestaan van een temperatuurverschil. Als dit aanwezig is, zal er warmte van een hoger niveau naar een plaats met een lager niveau kunnen worden overgedragen (de termen "warm" en "koud" hierboven zijn relatief). In de praktijk vindt warmteoverdracht meestal niet uitsluitend op één van de genoemde manieren plaats, maar door een combinatie van de drie.
[bewerken] Warmteoverdrachtscoëfficiënt
In de meeste warmteoverdrachts-processen, stroomt de warmte door een serie lagen, alvorens het de absorberende materie bereikt. Deze lagen zijn veelal van verschillende materialen met verschillende diktes en eigenschappen. Lagen hoeven niet per definitie aangebrachte lagen zijn, het kan ook bijvoorbeeld een laag roet in een kachel zijn, of een laag kalk in een ketel.
Bij berekening van thermische effecten is het van belang de warmteoverdracht te weten door alle lagen heen. De warmteoverdrachtscoëfficiënt is dan ook een essentiële parameter bij het ontwerpen, berekenen of toepassen van warmtestromen en de toepassingen waarin deze overdracht plaats heeft.
[bewerken] Individuele warmteoverdrachtscoëfficiënt
Om de algehele warmteoverdrachtscoëfficiënt te berekenen, moeten eerst de individuele warmteoverdrachtscoëfficiënten bepaald worden. Bij stromende media (gas, vloeistof) kunnen die berekend en geschat worden aan de hand van dimensieloze getallen die de warmteoverdracht en het medium typeren, zoals het getal van Nusselt, het getal van Prandtl en het getal van Reynolds.

