Wasbeerhond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wasbeerhond
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Marderhund.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Nyctereutes (Wasbeerhonden)
Soort
Nyctereutes procyonoides
(Gray, 1834)
Afbeeldingen Wasbeerhond op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Wasbeerhond op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De wasbeerhond of marterhond (Nyctereutes procyonoides) is een roofdier uit de familie der hondachtigen (Canidae). Hij komt oorspronkelijk voor in Oost-Azië, maar tegenwoordig leven er ook verwilderde exemplaren in Europa. Hij dankt zijn naam aan een opvallende gelijkenis met de gewone wasbeer (Procyon lotor).

Kenmerken[bewerken]

Een volwassen dier wordt 50 tot 55 centimeter lang en de staart is ongeveer 15 centimeter lang. Wasbeerhonden hebben een geelachtig bruine grondkleur. Op de kop zijn de dieren zwart met wit, de poten zijn donker evenals een deel van de staart. De wasbeerhond heeft een zwart masker rond zijn ogen. 's Winters krijgt de wasbeerhond een dikkere vacht en een vetlaag, waardoor hij er ronder uitziet dan in de zomer. Tussen september en november begint de ondervacht te groeien, in mei en juni wordt hij vervangen door een dunnere zomervacht.

De wasbeerhond lijkt veel op de (onverwante) wasbeer, en kan makkelijk met dit dier verward worden. Met name de kop, met het opvallende donkere gezichtsmasker, doet sterk aan een wasbeer denken. De wasbeerhond is groter dan de wasbeer, met een kortere, egaal gekleurde staart en heeft kortere oren.

Voedsel en gedrag[bewerken]

De wasbeerhond is een nachtdier, dat zich zowel met dierlijk als plantaardig voedsel voedt. Hij eet zowel knaagdieren, amfibieën, hagedissen, vissen, insecten en vogels als vruchten, noten en knollen. Ook eet hij afval en aas. In de herfst maken bessen en andere vruchten een belangrijk deel uit van zijn dieet.

In koude streken houdt hij waarschijnlijk een winterslaap. Het is de enige hondachtige waarvan dit gedrag bekend is. De wasbeerhond is gedurende de winter inactief, maar zijn lichaamstemperatuur daalt niet.

Wasbeerhonden zijn monogaam en leven in paren of in kleine familiegroepjes met de jongen van het vorige nest. Het hol is meestal een verlaten hol van een vos of een ander dier. Ook maken ze een hol onder boomstammen, in dichte bosjes of tussen de rotsen. Ze zijn niet territoriaal. Over het sociale gedrag in het wild is weinig bekend, maar in gevangenschap is gebleken dat de dieren banden met andere wasbeerhonden aangaan, en samen eten, voor de jongen zorgen en vreemdelingen aanvallen. Zowel wilde wasbeerhonden als dieren in gevangenschap leggen latrines aan, waar alle dieren zich ontlasten.

De paartijd valt in februari en maart. De jongen worden na een draagtijd van 59 tot 64 dagen in april en mei geboren. Er kunnen 2 tot 19 jongen worden geboren, maar meestal zijn het er 5 tot 8. Na 25 tot 30 dagen eten ze vast voedsel en na acht weken worden de dieren gespeend. Beide ouders zorgen voor de jongen en brengen eten. In september verlaten de meeste jongen het ouderlijk woongebied, maar sommigen blijven bij de ouders overwinteren. Na negen tot elf maanden zijn ze geslachtsrijp.

In gevangenschap kan een wasbeerhond maximaal elf jaar oud worden, maar in het wild worden ze meestal maar een jaar of drie, vier. De belangrijkste vijand van de wasbeerhond is de wolf.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Verspreidingsgebied van de wasbeerhond. Blauw = inheems, rood = geïntroduceerd.

Wasbeerhonden leven vooral in bossen nabij rivierdalen. Ook op grazige vlakten, in landbouwgebieden, buitenwijken en vlakbij meren kan hij worden aangetroffen. Ze hebben een voorkeur voor vochtige loofbossen met een dichte ondergroei.

Het oorspronkelijke leefgebied is Oost-Azië. Daar leven de wasbeerhonden in het uiterste zuidoosten van Siberië, Korea en Mantsjoerije. Westwaarts komen ze voor tot Mongolië, en zuidwaarts tot Vietnam. Het is ook een algemene diersoort in Japan, waar ze tanuki worden genoemd en een belangrijke rol in de Japanse cultuur spelen.

Een aantal exemplaren is in de jaren 30 in Oost-Europa ontsnapt uit pelsdierfokkerijen. In de jaren vijftig werden ze expres uitgezet in West-Rusland en verwilderd om te dienen als jachtdier. Ze komen nu in het grootste gedeelte van Noord- en Oost-Europa en in West-Rusland voor, met uitzondering van het zuiden.

In Nederland en België zijn de dieren zeldzaam, maar in delen van Duitsland zijn ze snel aan het oprukken, zoals blijkt uit afschotcijfers: in het jachtseizoen 1994-95 werden 407 dieren in de bondsrepubliek geschoten; in het jachtjaar 2005-06 waren dat al 30.016 dieren.

In 2000 is de eerste met zekerheid in Nederland gevonden. Sommigen denken dat er nu tientallen rondlopen, maar het is ook mogelijk dat het hoogstens een paar verdwaalde dieren zijn. Het dier is een exoot en wordt als schadelijk gezien. Het aantal mag dientengevolge worden beperkt door jacht.

Bontfok[bewerken]

Omdat het bont verwerkt wordt in kledij wordt het dier tegenwoordig ook op steeds grotere schaal gefokt in bontfokkerijen.[2] Vooral in China en Japan, maar ook in Finland bestaan zulke bedrijven.

Ondersoorten[bewerken]

Er worden drie ondersoorten onderscheiden:

  • Nyctereutes procyonoides ussuriensis, Siberische wasbeerhond
  • Nyctereutes procyonoides procyonoides, Chinese wasbeerhond
  • Nyctereutes procyonoides viverrinus, Japanse wasbeerhond

Sommige wetenschappers beschouwen de Japanse ondersoort als een aparte soort, gebaseerd op verschillen in gedrag, chromosomen en lichaamsgewicht.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties