Wat te doen?

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wat te doen?
Lenin book 1902.jpg
Oorspronkelijke titel Что делать?
Auteur(s) Vladimir Lenin
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Taal Russisch
Onderwerp Marxisme
Genre non-fictie
Uitgegeven 1902
Medium Boek
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Politiek

Wat te doen? is een van de eerste belangrijke geschriften van Lenin, uitgegeven in 1902, in Nederland soms beter bekend onder de Engelse titel What Is To Be Done?, in België in de Franse vertaling Que faire ?. De originele Russische titel is Что делать? ('Sjto delatj?'). De titel is geïnspireerd op de gelijknamige roman van Nikolaj Tsjernysjevski. Ook Lev Tolstoj schreef een verhandeling onder deze titel (1883), die in het Nederlands vertaald werd als De weg tot sociale bevrijding.

Bij het begin van de twintigste eeuw legt het het beeld vast van die eeuw, met name de onverzoenlijke tegenstelling tussen Lenins radicale socialisme en diens “vijanden”. Als bij Marx de dictatuur van het proletariaat nog kan begrepen worden als een filosofische gedachte die hij tegenover de heerschappij van het kapitaal stelt, neemt het in Wat te doen? de vorm aan van een concrete strategie voor een volgens strikte lijnen georganiseerde machtsgreep. Het werd later soms uitgelegd als zou het enkel op de specifiek Russische situatie van die tijd betrekking gehad hebben.

Het document telt vijf hoofdstukken.

Dogmatisme en vrijheid van kritiek[bewerken]

Lenin keert zich tegen de vrijheid van kritiek. Hij keert zich tegelijk tegen een “nieuwe richting” in het socialisme, verwoord door Bernstein, en die kritisch staat tegenover het “oude dogmatische marxisme”. Deze nieuwe richting wordt beschuldigd van “burgerlijk reformisme” en heet “een nieuwe variëteit van het opportunisme” te zijn. Zij verklaren de theorie van de sociale revolutie en de dictatuur van het proletariaat tot onzin. Zij verenigen de (gewelddadige) klassenstrijd tot een eng “trade-unionisme” en tot de realistische strijd voor geleidelijke hervormingen. Zij heulen met de liberalen. Wij, de radicaal socialisten, daarentegen, zegt Lenin, hebben ons in vrijheid verenigd om tegen onze vijanden te strijden in plaats van de weg van de verzoening te kiezen. Daarom mag de interne kritiek in de beweging niet in strijd zijn met het klassen- en revolutionaire karakter ervan. Want vrijheid van kritiek betekent beginselloosheid. Het Russische proletariaat staat voor zware beproevingen.

Elementaire beweging van de massa’s en doelbewustheid van de sociaaldemocratie[bewerken]

De sociale strijd moet een doelbewust karakter krijgen. Een tussenweg tussen de burgerlijke en de socialistische ideologie bestaat niet.

Trade-unionistische en sociaaldemocratische politiek[bewerken]

Met sociaaldemocratie bedoelt Lenin nog het authentieke, radicale socialisme. Ook in Mein Kampf keert Hitler zich vooral tegen de “sociaaldemocraten” in deze betekenis.

De “economisten” daarentegen vervallen voortdurend in een trade-unionistische houding, namelijk het streven naar concrete voordelen voor de arbeiders. Zij stellen zich daarmee tevreden en zijn daarom schadelijk voor de strijd om het “vernietigen van de sociale orde”. De strijd voor hervormingen moet ondergeschikt zijn aan de revolutionaire strijd. De beweging heeft propagandisten van het geschreven woord en agitatoren van het levende woord nodig. Lenin keert zich wel tegen het spontane, hartstochtelijke en ongeorganiseerde terrorisme, bijvoorbeeld het stukslaan van machines, als het zich niet tot een geheel weet te verbinden. Voorhoede van de proletarische krachten kan alleen een georganiseerde partij zijn.

Het handwerkersgedoe van de economisten en de organisatie van de revolutionairen[bewerken]

Met handwerkersgedoe bedoelt Lenin een verbazingwekkende verbrokkeling van de plaatselijke functionarissen, de toevallige samenstelling van de studiekringen, het gebrek aan voorbereiding en de enge gezichtskring op het gebied van de theoretische, politieke en organisatorische vraagstukken. Daartegenover stelt hij een dubbele organisatievorm vorm. Enerzijds de organisatie van de arbeiders, die zo ruim mogelijk moet zijn, maar los daarvan een organisatie van “professionele revolutionairen”, die “niet noodzakelijk zeer omvangrijk maar zo conspiratief mogelijk moet zijn”. Zulk een organisatie moet noodzakelijk centraal geleid zijn. Het “democratisme”, met openbaarheid en verkiezing van functies is daarin niet mogelijk. Directe democratie heet een primitieve opvatting van democratie te zijn. Zeker deze idee van een centraal geleide revolutionaire samenzwering wordt vaak genuanceerd als zou Lenin enkel de specifiek Russische situatie bedoeld hebben.

Het “plan” voor een algemeen-Russische krant[bewerken]

Het “plan van een algemeen-Russische politieke krant” is niet de vrucht van studeerkamerarbeid van mensen, die met leerstelligheid en literatendom zijn besmet, integendeel, het is het meest praktische plan om onmiddellijk aan alle kanten met de voorbereiding van de opstand te beginnen, zonder tegelijkertijd ook maar voor een ogenblik het dringende dagelijkse werk te vergeten.

Externe link[bewerken]