Wateraaphypothese

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wateraaptheorie)
Ga naar: navigatie, zoeken
Schema met argumenten voor de theorie
Babyzwemmen zou een aanwijzing zijn voor de juistheid van de theorie
Een baby houdt onder water de adem in
Een vrouwelijke gorilla waadt op twee poten door het water
Japanse makaken in een heetwaterbron te Nagano, Japan
De menselijke voorliefde voor baden zou op een oorsprong in het water wijzen
De verloren vacht zou op een oorsprong in het water duiden

De wateraaptheorie of AAH (Aquatic Ape Hypothesis) is een hypothese die aanneemt dat in de evolutie van de mens de voorouders van de huidige mens een lange tijd intensief in water hebben doorgebracht.

Oorsprong van de theorie[bewerken]

De Wateraaptheorie heeft sinds het begin van de 20e eeuw meerdere onderzoekers beziggehouden. Reeds in 1929 sprak Wood Jones over een mogelijke tijdelijke waterfase. De Britse zeebioloog Alister Hardy - die vele zeezoogdieren ontleedde en veel overeenkomsten met de mens zag - werkte het waterscenario verder uit. Zijn vrienden weerhielden hem echter van publicatie hierover. Hij was onbekend met het artikel uit 1942 van de Duitse arts Max Westenhöfer dat onze verre voorouders in het water moeten hebben geleefd. Deze publicatie kreeg nooit enige aandacht. Ook de Italiaanse arts G.L. Sera ging er in die tijd vanuit dat onze voorouders gedeeltelijk watermensapen moeten zijn geweest. Pas na een veel tumult veroorzakende lezing voor een duikclub heeft Hardy in 1960 zijn ideëen gepubliceerd in New Scientist [1] waarmee hij het Aquatic Ape tijdperk inluidde. In 1970 verwees Desmond Morris in zijn bestseller The Naked Ape kort naar Hardy's theorie. De Britse publiciste Elaine Morgan heeft met een gepopulariseerde versie de theorie bij een groot publiek bekendgemaakt. Zij was in 1987 aanwezig in Valkenburg (Zuid-Limburg) bij een klein symposium gewijd aan voor- en tegenargumenten voor de Wateraaptheorie.

Beschrijving van de theorie[bewerken]

De term aquatic ape (letterlijk watermensaap) is niet erg exact, maar slaat op een mogelijke menselijke verre voorouder die aan de waterkant leefde en een amfibische fase in onze evolutie vertegenwoordigde. De theorie steunt op de anatomie, fysiologie en het gedrag van mensen (Homo) vergeleken met onze naaste verwanten, de chimpansees (Pan). De theorie stelt dat onze verre voorouders (nadat Homo zo'n 8-5 miljoen jaar geleden afsplitste van de voorouders van Pan) zich vanuit de bomen verspreidden langs tropische meren en zeeën en van daaruit via rivieren naar het binnenland en zich vooral voedden met fruit, kokosnoten, schildpad- en vogeleieren, schaal- en schelpdieren, vis en waterplanten.

De waterkanttheorie verklaart typisch-menselijke eigenschappen (ontbrekend bij mensapen of australopithecus) veel beter dan het savannescenario: onze omvangrijke hersenen, ons beperkt duikvermogen met de van duikende zoogdieren bekende duikreflex, onze ademspier- en stembeheersing, ons afgedaald tongbeen, kleine mond en zwakke kauwspieren (geschikt voor glad zeevoedsel), de meer naar de buik toe liggende vaginaopening en het buik-aan-buik copuleren, onze verlengde ademweg en vooruitstekende neus, onze zwakke reukzin, tranen, onze handigheid en werktuiggebruik (zoals zeeotters), onze verlengde jeugdfase, late puberteit en lange levensduur, onze lange benen, gestrekt lichaam en verminderd klimvermogen, ons onderhuidse vetweefsel, het verlies van een vacht, onze sterke behoefte aan water, zout, jodium en meervoudig onverzadigde vetzuren (omega 3-vetzuren zoals DHA).

De savannetheorie werd indertijd - niet door feiten onderbouwd - door Dart geopperd en wordt nog steeds veelvuldig genoemd. Hoewel het weinig aannemelijk lijkt om daar met een snel verbrandende naakte huid rond te strompelen, nog niet goed gewend aan een op twee benen lopen, met weinig bescherming te midden van snelle, grote roofdieren. Eenmaal verworven eigenschappen kunnen niet meer terug naar een eerdere fase. Wanneer we ons hadden aangepast aan de savanne, zouden we weinig urine produceren en droge keutels hebben. Maar we urineren veel en hebben een waterige ontlasting.

Opvallend is ook dat menselijke pasgeborenen de eerste weken kunnen zwemmen en drijven. Babyzwemmen lijkt een inprentingsfase te kennen, vergelijkbaar met die voor taalbeheersing: kleuters die niet als baby hebben leren zwemmen verdrinken gemakkelijk. Bij baby's is er een reflexmatige "salamander"-zwembeweging te zien en is er een draaibeweging van de beentjes die het kind op zijn rug draait. Het blijft daarna op de rug drijven met armen en benen gespreid en de mond ruim boven het wateroppervlak. Dit gedrag lijkt niet iets nieuws te zijn maar is mogelijk al zo oud als het mensdom (en zijn bipedale voorgangers) zelf.

De mens heeft een relatief sterke talg- of huidvetproductie. Deze laag heeft een duidelijk waterafstotend effect. Bovendien is aangetoond dat een intacte laag enige bescherming biedt tegen schadelijk ultraviolet. In beide gevallen een eigenschap die past bij een vachtloos wezen, dat een litoraal leven leidt: de "seashore man", de kustmens.

De tweebenigheid of het bipedalisme van mensachtigen en hun vroege voorlopers kan bevorderd zijn door een wadend bestaan, al vraagt waden wel veel energie. De ontwikkeling van relatief langere onderbenen zou daarom gunstig zijn geweest. Rechtopgaand waden wordt bij mensapen en de neusaap regelmatig waargenomen. Een verticale wervelkolom zou volgens fossiele vondsten al 22 miljoen jaar bestaan (de Morotowervel), mogelijk als aanpassing aan klimmen en hangen in de takken boven het water en verticaal waden en drijven in waterbossen, waar veel, zo niet alle, vroege mensaapfossielen zijn gevonden (Heliopithecus, Griphopithecus, Lufengpithecus, Dryopithecus, Oreopithecus enzovoort).

Locatie[bewerken]

Als mogelijke locatie voor een waterbestaan zijn de Danakil Alpen in Noord-Oost Ethiopië genoemd. Tijdens het late Mioceen, zo'n 3 tot 1,5 miljoen jaar geleden, steeg het zeeniveau en werden de Alpen tot Danakil een eiland. Hierop zouden de ex-boombewoners geïsoleerd zijn geweest. Zij trokken al voedsel-zoekend steeds verder het water in. Dit is niet uitzonderlijk: alle huidige zeezoogdieren stammen af van landzoogdieren die vanwege de voedseldruk steeds verder het water in zijn getrokken waarbij voor- en achterpoten steeds meer werden gereduceerd. Maar bij de waterprimaten werd de gang terug in zee verstoord. De zeespiegel daalde weer. Hevige regenbuien spoelden veel materiaal van het land de zee in. Het vervuilde water deed de koraalriffen die zoveel voedsel hadden geboden afsterven en over het weer drooggevallen land trokken de hominidae weg, verder het binnenland in. Ze zochten de beschutting en het vocht van de begroeïng langs rivierarmen.

Fossiele aanwijzingen[bewerken]

In de fossiele en archeologische vondsten net vóór en tijdens de ijstijden ziet men (ondanks de zeespiegelschommelingen toen die de meeste sporen uitwisten) de diaspora van Homo langs de grote Midden-Afrikaanse meren, de Afrikaanse en Indische Oceaankusten, waar Homo vaak gevonden wordt tussen schelpdieren, koralen en zeepokken, van Java (Modjokerto) over Eritrea en de Kaap (Tafelbaai) tot in de Middellandse Zee (Terra Amata), en op eilanden die enkel via 18 km zee te bereiken waren (Flores).

Omstreden[bewerken]

De theorie is omstreden, [2]maar de vooraanstaande antropoloog Phillip Tobias stond en Chris Stringer staat ervoor open. Sir David Attenborough heeft over deze kwestie een documentaire voor BBC radio 4 gemaakt.[3] Een veel gelezen publicist over deze Aquatic Ape Theory is de, hierboven al genoemde, schrijfster en journaliste Elaine Morgan. Zij was hoofdgast van het in augustus 1987 te Valkenburg, Zuid Limburg door de European Sociobiolocal Society en de Nederlandse Vereniging voor Fysische Antropologie georganiseerde driedaags congres The Aquatic Ape: fact or fiction? Psycholoog Piet Vroon noemde in zijn columns meer dan eens de watertheorie. In 1997 vatte hij in het boekje Prutswerk uitgegeven bij Ambo zowel Elaine Morgan's opsomming van nadelen van onze evolutionaire ontwikkelingen samen als veel over de Wateraap. Waarbij vrij, en herhaaldelijk ietwat foutief, werd overgenomen uit het boek The aquatic Ape uit 1991, uitgebracht na het bovengenoemde congres in Valkenburg. Prof. Carsten Niemitz (antropologie en biologie van de mens, Freie Universität Berlin) heeft aan zijn beschrijving een aantal belangrijke elementen toegevoegd, die uitnodigen tot verder onderzoek.[4]

Literatuur[bewerken]

  • Max Westenhöfer (1942) Der Eigenweg des Menschen, Mannstaede, Berlijn
  • Alister Hardy (1960) Was Man more aquatic in the past? New Scientist 7, 642-5
  • Carl Ortwin Sauer (1962) Seashore-Primitive Home of Man? Proceedings of the American Philosophical Society, vol. 106, pp. 41-47
  • Elaine Morgan (1972) De vrouw onze voorvader, Elsevier, Amsterdam
  • Elaine Morgan (1982) The aquatic ape, Souvenir, Londen
  • Elaine Morgan (1996) Sporen van de evolutie, Ambo, Baarn
  • Machteld Roede, Jan Wind, John Patrick ,Vernon Reynolds ed.(1991) The aquatic ape: fact or fiction? Souvenir, Londen
  • M. Crawford (1993) The Aquatic Ape: Selected Papers, Nutrition & Health 9
  • R. Metzner ed.(1995) Wetland Apes: the missing link? ReVision 18
  • Marc Verhaegen, P-F. Puech & Stephen Munro (2002) Aquarboreal ancestors? Trends in Ecology & Evolution 17, 212-7
  • Marc Verhaegen (1997) In den beginne was het water, Hadewijch, Antwerpen
  • Carsten Niemitz (2004) Die amphibische Generalistentheorie en Das Geheimniss des Aufrechten Ganges, Beck
  • Craig Hagstrom (2001) The passionate ape, Riverforest Press
  • Denis Montgomery (2007) Seashore Man and African Eve, LULU
  • M Verhaegen, S Munro, M Vaneechoutte, R Bender & N Oser (2007) The original econiche of the genus Homo: Open Plain or Waterside? SI Muñoz ed. Ecology Research Progress. Nova NY, 155-186

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties