Waterinjectie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Waterinjectie, ook wel bekend als antidetonatieinjectie, is een methode voor de koeling van de verbrandingskamers van motoren door het toevoegen van water aan het inkomende brandstof/lucht mengsel. Hierdoor worden grotere compressieverhoudingen mogelijk en wordt grotendeels het probleem opgeheven van detonatie, een kloppende (pingelende) motor.

Dit verhoogt het octaangetal van het resterende brandstofmengsel, wat betekent dat prestatiewinst kan worden verkregen bij gebruik in combinatie met; een turbo of compressor, een veranderd ontstekingstijdstip of andere wijzigingen. Zeker nu steeds vaker alleen RON95 getankt kan worden is Waterinjectie een oplossing bij auto's met een zogenaamde chiptuning.

Samenstelling van de vloeistof[bewerken]

Meestal wordt er een mengsel gebruikt van 50% water en 50% methanol. Het water zorgt primair voor de koeling. Dit komt, doordat water wat verdampt warmte onttrekt aan de omgeving.

Voorbeeld: Waarom krijgt u het koud wanneer u uit een zwembad stapt in een warmere omgeving? Doordat het water op uw lichaam verdampt onttrekt het warmte en krijgt u kippenvel.

De methanol (CH3OH) werkt als een brandstof en tevens als een antivries. Een aantal autofabrikanten hebben dit systeem, in het verleden, standaard, op hun auto's gebouwd. Chrysler en Saab waren de bekendsten. Zeker de Saab 99 Turbo was erg geliefd. Maar door de intrede van (verbeterde) Intercoolers raakte het systeem in de vergeethoek.

Nu er alles aan wordt gedaan om de NOx te reduceren en het nadelige effect van de EGR klep te verhelpen, wordt het steeds vaker toegepast. Omdat water in stoom verandert in de verbrandingskamer is het bij uitstek geschikt om de vervuiling door de EGR klep op te lossen. We zien het daarom steeds meer ingebouwd worden op turbodiesel motoren.