Watervlooien

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Watervlooien
Daphnia pulex
Daphnia pulex
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderstam: Crustacea (Kreeftachtigen)
Klasse: Branchiopoda
Orde
Cladocera
Latreille, 1829
Afbeeldingen Watervlooien op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Watervlooien op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Watervlooien (Cladocera) zijn een orde van kleine kreeftachtigen uit de klasse van de Branchiopoda (blad- of kieuwpootkreeftjes).

Het woord "watervlooien" is geen scherp omlijnd biologisch begrip en wordt soms ook ruimer toegepast op alle kreeftachtige organismen van hetzelfde formaat en daaronder vallen dan ook de eenoogkreeftjes. Een enkeling rekent totaal andere, kleine dierlijke waterorganismen zoals raderdiertjes ook tot de "watervlooien".

De meest bekende watervlo Daphnia pulex (pulex, Latijn voor vlo) behoort wel tot de cladoceren, het is een recordhouder vanwege zijn grote aantal genen: 31000 [1][2][3].

Levenswijze en voortplanting[bewerken]

Watervlooien zwemmen met behulp van roeipoten schokkerig en snel door het water. Ze worden tot het zoöplankton gerekend. Sommige soorten komen zo massaal voor dat het water ter plaatse een rode kleur krijgt. Watervlooien komen in allerlei watertypen voor en voeden zich door het water te filteren en het daarin voorkomende voedsel te consumeren. Er zijn soorten die ander zoöplankton eten.

Watervlooien planten zich het grootste deel van het jaar ongeslachtelijk voort. Het gaat dan steeds om vrouwelijke exemplaren. Wanneer de omstandigheden ongunstig worden, worden er pas mannetjes gemaakt. De bevruchte eitjes bevinden zich in een beschermend stevig omhulsel, het zogenoemde ephippium. Het ephippium is in feite een deel van het uitwendig skelet van de watervlo dat overblijft na de dood van het ouderdier. In het ephippium kunnen de eitjes slechte omstandigheden, bijvoorbeeld het winterseizoen, overleven.

Ecologische betekenis[bewerken]

  • Watervlooien zijn een belangrijke voedselbron voor de meeste jonge soorten vis, en soms ook voor volwassen exemplaren. Hiernaast zijn ze een onmisbare voedselbron voor veel salamanders en met name de larven, libellen- en jufferlarven et cetera.
  • Daarnaast zijn ze belangrijk bij het helder houden van water; ze eten grote hoeveelheden algen en hebben daarmee een functie bij het voorkomen van algenbloei in eutrofe situaties.
  • Bovendien zijn ze een indicatorsoort; wanneer blauwalgen opduiken, kunnen watervlooien sterven door het vergif dat de blauwalgen uitscheiden. Als het er te veel zijn, en de vergiftiging zich verder verspreid in de voedselketen, kunnen er ook slachtoffers vallen onder vissen en vogels. Verder kunnen ze gebruikt worden als indicator voor het zuurstofgehalte in het water. Wanneer het water zuurstofarmer wordt, zal de watervlo rood kleuren (aanmaken van extra hemoglobine in combinatie met hun open bloedsomloop). Bij normale hoeveelheid zuurstof zijn watervlooien kleurloos.

Toepassing in de paleontologie[bewerken]

Ephippiums zijn zo bestendig tegen uitwendige invloeden dat zij kunnen fossiliseren. De meeste watervlosoorten zijn ook aan hun ephippium goed herkenbaar. Omdat veel soorten specifieke milieueisen hebben zijn fossiele resten van watervlooien (niet alleen ephippiums) zeer bruikbaar voor het reconstrueren van het paleomilieu van aardlagen. Dit wordt vooral gedaan aan lacustriene afzettingen uit het Holoceen en het Laat Pleistoceen.

Taxonomie[bewerken]

De Cladocera worden onderverdeeld in tien families, verpreid over vier infraorden:[4]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kennislink 2011: Genoom watervlo tjokvol genen
  2. Science 5 June 2009: Vol. 324 no. 5932 p. 1252 Water Flea Boasts Whopper Gene Count
  3. John Colbourne e.a. The ecoresponsive genome of Daphnia pulex Science 331 (555-561), 4 februari 2011
  4. Joel W. Martin & George E. Davis, (2001). An Updated Classification of the Recent Crustacea. Natural History Museum of Los Angeles County. pp. 132.