Toilet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wc)
Ga naar: navigatie, zoeken
Toilet in Delfts blauw
Frans hurktoilet
Oud-Romeins openbaar toilet
Secreet (toilet-huisje) boven de sloot
Een toilet met achterwerk-douche functie in een hotel in Japan
Vroeger werd ook in Japan de inhoud van een toiletpot verzameld voor bemesting
Herentoilet in het museum Boijmans van Beuningen

Een toilet of wc (watercloset) is een onderdeel van het sanitair bedoeld voor opvang en wegspoelen van urine en ontlasting. Het woord toilet wordt zowel gebruikt voor het sanitair zelf als voor de ruimte waarin het sanitair staat. Het woord wordt ook gebruikt voor de afgesloten ruimte die alleen gebruikt wordt voor het toilet.

Een westers toilet heeft een toiletpot waar men op gaat zitten. Bij het urineren echter, blijven mannen meestal staan. Men onderscheidt twee uitvoeringen: de vlakspoelclosetpot en de diepspoelclosetpot. Bij het eerste type blijven de faeces op een schaal liggen tot de waterspoeling in werking gesteld wordt. Bij het tweede worden de stoffen direct in het water gedeponeerd. Beide systemen hebben voor- en nadelen, in hygiënisch opzicht valt het diepspoelcloset ongetwijfeld te prefereren.

Het woord toilet is afkomstig van het Franse toilette. Wc is de afkorting van het Engelse water closet letterlijk: waterkast.

Bij uitgebreidere toiletfaciliteiten, zoals openbare toiletten en toiletten in kantoren, zijn er vaak gescheiden afdelingen voor mannen en vrouwen.

Inhoud

Geschiedenis [bewerken]

Minoïsche beschaving [bewerken]

De oudste toiletten stammen waarschijnlijk af van de Minoërs. In hun paleizen zijn resten van rioleringen en toiletten teruggevonden. Helaas is hun cultuur met de eeuwen verloren gegaan, en daarmee de kennis over hun toiletten en rioleringen. Het duurde tot de Romeinse tijd voordat er weer een soortgelijk systeem grootschalig werd gebruikt.

Grieken [bewerken]

Bij de Grieken kon men al een toilet terugvinden met een buizensysteem van klei. De gebruiker moest dan op een houten bril gaan zitten, waaronder een pot van aardewerk bevestigd was.

Romeinen [bewerken]

In de tijd van de Romeinen werden er al 'kleinste kamertjes' op een continu spoelend rioolsysteem aangesloten. Deze kan men de eerste toiletten noemen. Het gewone volk ('plebs') moest de behoefte doen in een emmer.

In deze tijd ontstonden de eerste openbare toiletten. Hier ligt de oorsprong van een spreekwoord dat wij nu nog steeds kennen. Nero had ooit urinebelasting opgelegd aan eigenaren van openbare toiletten, die de urine aan wasserijen en volders verkochten. Keizer Vespasianus herintroduceerde deze urinebelasting. Toen zijn zoon Titus bezwaar maakte tegen deze belasting, liet hij hem ruiken aan een munt. Titus moest toegeven dat hij niets rook. Hierop antwoordde Vespasianus: Pecunia non olet (geld stinkt niet).

Het zitvlak werd schoongemaakt via de onderste opening in de stenen zitting. Hierdoor werd een spons op een stok gestoken. De spons werd vochtig gemaakt in de goot die voor de toiletten stroomde.

Middeleeuwen [bewerken]

In de middeleeuwen was het de gewoonte om de behoeften te doen in het gemak, een aan de buitenmuur van een kasteel bevestigd kamertje. Van een spoelsysteem was er geen sprake. De uitwerpselen kwamen dan (net als al het andere afval) in een slotgracht of in een ravijn terecht. Aangezien het water uit een slotgracht meestal als drinkwater werd gebruikt, werden op deze manier verschillende ziekten verspreid. Voor de gewone mens was het allemaal nog eenvoudiger, hij deed zijn behoefte gewoon waar hij zin had[bron?]: in de vrije natuur, op een mesthoop, of gewoon op straat. Soms werd een emmer gebruikt die dan op bepaalde momenten ergens geleegd moest worden. Dat gebeurde dikwijls op straat. (Tegenwoordig gaat het in arme en dichtbevolkte landen zoals India en Nepal, ook in de grote steden, vaak nog steeds zo).

Ancien Régime [bewerken]

In de renaissance verschenen de eerste gemakstoelen of kakstoelen. Dat waren gewoon stoelen met een gat erin, waar dan een emmer onder geplaatst kon worden. Deze stoel werd niet alleen in de slaapkamer, maar ook in woonkamers gezet. Toen was er blijkbaar minder behoefte aan privacy bij het doen van de behoeften. Lodewijk XIV ging bijvoorbeeld gewoon door met zijn gesprekken tijdens het doen van zijn behoefte.
De meeste potten werden uitgevoerd in aardewerk of porselein, ze hadden een handvat. Als de spijsvertering zijn werk had gedaan, werden de uitwerpselen afgedekt met een doek en verwijderd. Bij zieke patiënten werden de urine en uitwerpselen eerst nagekeken door de chirurgijn. De andere, armere mensen moesten zich maar behelpen met wat de natuur bood. In het Kasteel van Versailles is nooit één toilet gebouwd, terwijl er duizenden hovelingen vertoefden, in hun eigen stank. Parfums en andere trucjes zoals handschoenen waren dus onontbeerlijk.

Uit deze tijd stamt ook het herontdekken van de latrines, een houten of stenen plank met een gat erin, bovenop een goot of sloot. Het was zelfs niet ongebruikelijk dat er in zo'n plank meerdere gaten waren, zodat zoals de Romeinen in de oudheid, meerdere personen tegelijk, en naast elkaar, hun behoefte konden doen.

Modern toilet [bewerken]

Wie de uitvinder is van het moderne toilet is niet duidelijk. Het kleppenspoelsysteem zou uitgevonden zijn door John Harington, een hoveling van koningin Elizabeth van Engeland. Hij publiceerde in de 16e eeuw een pamflet met de instructies voor zo'n kleppensysteem, dat hij 'Ajax' genoemd had. In de 18e eeuw zou George Jennings de mechanismen in de loodgieterij geperfectioneerd hebben. In 1775 patenteerde ene Alexander Cumming een systeem om door te trekken. Dan is er nog Thomas Crapper, die het afvoersysteem verbeterd heeft met een combinatie van kleppen en een sifon, zoals dat in ons modern toilet terug te vinden is.

Techniek [bewerken]

De toiletpot is middels een verticale buis (valpijp) aangesloten op een waterreservoir (stortbak), waarin zich een hoeveelheid water op voorraad bevindt benodigd voor doorspoelen van het toilet. Er bestaan hoog- en laaghangende en op de closetpot geplaatste stortbakken. De hooggeplaatste stortbak zit op ongeveer 2 meter boven de vloer. De laaggeplaatste stortbak kan aan de muur, maar ook op de closetpot zijn gemonteerd, in het laatste geval spreekt men over een duoblok, deze heeft geen valpijp. Het in gang zetten van de spoeling (doortrekken) gebeurt, al naar gelang het type stortbak, door trekken aan een ketting of touw, dan wel door het drukken op een knop, of ook wel door het bovenste deel van de valpijp naar beneden te trekken. Het afvalwater gaat verder door het riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, een waterslot (sifon) voorkomt stank vanuit het riool. Na de spoeling zorgt een constructie in de stortbak ervoor dat het water niet verder wegstroomt door valpijp. Het water in de stortbak wordt aangevuld via een vlotterkraan die bij een laag waterniveau automatisch opengaat, en bij een hoog niveau weer dicht.

Moderne toiletpotten zijn vaak vrijhangend, ze rusten dus niet op de vloer, waardoor ze eenvoudig te reinigen zijn. De spoelinrichting is hierbij bijna altijd achter het wandoppervlak weggewerkt.

Vóór de komst van het watercloset was het toilet meestal buitenshuis geplaatst in een huisje, dat boven de beerput of boven een sloot stond.

In het verleden en onder primitievere omstandigheden werd de ontlasting in een pot of emmer opgevangen of verdween in een gat in de grond, een moderne versie hiervan is het composttoilet.

Attributen [bewerken]

Een toiletborstel

Bij een modern toilet zijn meestal een aantal attributen aanwezig, zoals: een toiletborstel, een toiletrolhouder en vaak ook een kleine wasbak met een handdoekje. Soms is er luchtverfrisser aanwezig, bijvoorbeeld als spuitbus of een blokje dat zowel een parfum als een schoonmaakmiddel bevat en in de pot gehangen kan worden. Sommigen zetten of hangen een lectuurbak in het kamertje. Voor veel mensen is de toiletruimte de ideale plek om de verjaardagskalender op te hangen.

Ontwikkelingen [bewerken]

Met de komst van elektronica zijn er nieuwe ontwikkelingen in de 'toiletindustrie' op te merken. Om het comfort te verhogen hebben sommige toiletten de mogelijkheid om als bidet (achterwerk-douche) te functioneren. Een pulserende straal reinigt het onderlichaam en voor vrouwen is er een vaginale douche. Een föhn maakt alles weer droog.

Nieuwe ontwikkelingen spelen ook in op de behoefte het toilet zo net mogelijk te houden, vooral restaurants maken gebruik van een automatische toiletbrilreiniger. Dit systeem reinigt de bril telkens nadat er gespoeld wordt, zo blijft de hygiëne gegarandeerd zonder 'dure' poetsvrouw. De reiniging gebeurt door een uitklappende arm aan de spoelbak die de bril schoonmaakt terwijl deze ronddraait.

In veel vervoermiddelen, zoals vliegtuigen en treinen, treft men vacuümtoiletten aan die niet langer afvoeren op een riool. Deze techniek wordt ook steeds vaker toegepast in gebouwen in verband met de grote waterbesparing.

Grootste toiletgebouw [bewerken]

Sinds juni 2007 staat het grootste toiletgebouw in Chongqing (China). Het is een drie verdiepingen en 3000 m³ tellende gratis toegankelijke publieke toiletruimte in Egyptische stijl met in totaal meer dan 1000 toiletten. Gebruikers worden getrakteerd op een televisiescherm en rustgevende muziek.

Benamingen [bewerken]

Bijnamen en synoniemen [bewerken]

Omdat het toilet zo alledaags is en toch niet zo chic, zijn er allerlei bijnamen voor waarvan sommige wel en andere juist geen eufemistisch karakter hebben. Bijvoorbeeld:

  • wc (hoewel men vaak het tegenovergestelde denkt, is het in hogere kringen meer chique om te zeggen dat je naar de wc gaat in plaats van naar het toilet, wat als ordinair gezien wordt in die kringen omdat toilet van oudsher een andere betekenis heeft)
  • 't gemak
  • husie(n), huusjen, huisje, 't heuske
  • nummer 100
  • plee (vanouds een heel keurig woord)
  • het kleinste kamertje, Kamer Kecil
  • hudo (vooral in de jeugdbeweging gebruikte acroniem van houd uw darmen open, hurk en doe, en afkorting van hurkendoos. Meer waarschijnlijk is echter dat het is afgeleid van het indische howdah wat overdekt olifantenzadel betekent.)
  • piesemopsantee (vernederlandsing van het Franse puis-je m'absenter? lett.: mag ik mij verwijderen?)
  • bestekamer
  • doos
  • privaat
  • retirade
  • schijtdoos, schijthuis
  • secreet
  • kakdoos, kakhuis
  • closet
  • stinkhol(e)
  • trollenbak
  • de koer (stamt uit de tijd dat het toilet buiten was, op de "koer")
  • kammenet (in Apeldoorn)
  • jannetje eenoog (Bunschoten)
  • bij juul (vroeger in België)
  • de emmer (in Twente)
  • ruftruimte
  • tante Meier of tante Betje
  • piespaleis, schijtpaleis
  • pispot
  • nadenkkamer
  • porseleinen paard
  • het kleine kantoortje
  • vertrek

Uitdrukkingen [bewerken]

Sommige dames zeggen: "Ik ga even mijn neus poederen" of "Ik ga me even opfrissen".

Zie ook [bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek