Wechsler Intelligence Scale for Children

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
WISC-III, Nederlandse editie

WISC is het letterwoord voor Wechsler Intelligence Scale for Children (Wechsler intelligentieschaal voor kinderen), een veel gebruikte intelligentietest voor kinderen tussen de 6 en 16 jaar oud. De test kan worden afgenomen zonder dat het kind hoeft te kunnen lezen of te schrijven. De uitslag is een IQ score. De WISC is ontworpen door David Wechsler.

Geschiedenis[bewerken]

De oorsprong van de WISC ligt in de jaren dertig van de twintigste eeuw, toen David Wechsler de 'Wechsler-Bellevue Intelligence Scale' ontwikkelde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Wechsler de tweede versie van de 'Wechsler-Bellevue Intelligence Scale', aanvankelijk vooral met het oog op gebruik door het Amerikaanse leger. In 1946 werd de test gepubliceerd voor algemeen gebruik. Deze tweede versie was de directe voorloper van de WISC (1949) en vormde de basis voor de meeste van de huidig aanwezige subtests. De WISC maakte daarna een eigen ontwikkeling door, waarbij steeds nieuwe versies ontwikkeld werden, eerst in de vorm van de WISC-R (de "r" is van revised; herzien) en nu als de huidige WISC-III. In het Nederlandse taalgebied is eenzelfde ontwikkeling waar te nemen. Veel van de testopgaven, die ontwikkeld werden voor de tweede versie van de 'Wechsler-Bellevue Intelligence Scale', zijn ook nog in de WISC-III-NL te vinden.

Naast de WISC, die bedoeld is voor kinderen van 6 tot en met 16 jaar, heeft Wechsler ook nog een drietal andere test ontwikkeld; de WPPSI (1967) voor kinderen van 3 tot 7 jaar, de WAIS (1955) voor volwassenen van 16 tot 75 jaar en de WNV (2008) een non verbale test voor kinderen en adolescenten van 4 tot en met 21 jaar.

Inhoud[bewerken]

De resultaten die het kind op de verschillende subtests behaalt, worden samengevat in een drietal scores. De som van alle scores op de verbale subtests levert het Verbaal IQ en de som van alle scores op de performale subtests levert het Performaal IQ op. De scores op alle 10 de subtests leveren tezamen het Totaal IQ op.

Verbale subtests:

  • informatie,
  • overeenkomsten,
  • rekenen,
  • woordkennis,
  • begrijpen en
  • cijferreeksen¹

Performaal subtests:

  • onvolledige tekeningen,
  • substitutie,
  • plaatjes ordenen,
  • blokpatronen,
  • figuur leggen,
  • symbolen vergelijken² en
  • doolhoven ¹
¹ aanvullende subtest, ² optionele subtest

In aanvulling op het Verbaal, Performaal en het Totaal IQ is het mogelijk factorscores te berekenen die gebaseerd zijn op drie factoren. Het betreft: 1) Verbaal begrip, 2) Perceptuele organisatie en 3) Verwerkingssnelheid. Deze schalen hebben evenals de IQ schalen, een gemiddelde van 100 en een standaardafwijking van 15.

De test dient individueel afgenomen te worden waardoor alle ruimte wordt geboden voor observatie van het testgedrag van het kind. De test kan voor diverse doelen gebruikt worden. Men kan denken aan psychologische beoordelingen in verband met educatieve vragen, beslissingen over plaatsing van kinderen, vraagstellingen die samenhangen met hoogbegaafdheid of leerproblemen bij schoolgaande kinderen en klinisch en neuropsychologisch onderzoek.

Toepassing[bewerken]

De WISC wordt niet alleen gebruikt om het IQ te meten, sommigen gebruiken het ook om ADHD of leermoeilijkheden te registreren. Als men dit doet gaat het om patroonherkenning. Hierbij worden de (lage) resultaten op de verschillende subtests met elkaar vergeleken. Onderzoek van Watkins, Kush, & Glutting in 1997 geeft echter aan dat dit geen effectieve manier is. Een overgrote meerderheid van kinderen met ADHD voldoet niet aan het patroon van lage scores op bepaalde subtests en kinderen die wel de lage scores hebben, hebben weer geen ADHD. Ook voor het diagnosticeren van leerproblemen is de WISC volgens Ward, Ward, Hatt, Young, & Moller, in hun onderzoek van 1995, niet geschikt.

Bij het onderzoek van kinderen, blijkt uit "best practices" dat er meerdere test gebruikt moeten worden om zaken goed in beeld te brengen, zaken als leerproblemen, concentratie (ADHD) en emotionele problemen kunnen dezelfde symptomen hebben. Bovendien kan dit elkaar beïnvloeden. Kinderen die bijvoorbeeld leerproblemen hebben kunnen emotioneel gefrustreerd raken waardoor zij weer concentratieproblemen kunnen krijgen. Kinderen met ADD of ADHD kunnen leerproblemen hebben als gevolg van hun concentratieproblemen of als gevolg van een wanordelijke werkwijze of zwakke begaafdheid. Kortom problemen bij ouders of kinderen moeten nooit met uitsluitend een IQ test worden vastgesteld. Of uitsluitend met een gesprek, medisch onderzoek, ouderlijk rapport of welke andere test dan ook. De IQ test kan wel naast andere tests bepaalde mogelijkheden wegstrepen ook kunnen eventuele andere problemen aan het licht komen. Zodoende kan het een goede bron zijn van gegevens als de tests goed worden geanalyseerd en er niet uitsluitend naar de IQ- totaalscore wordt gekeken. (Sattler)

Over het algemeen is men het er over eens dat de WISC het best gebruikt kan worden om intelligentie te meten en niet ADHD of leerproblemen. Het wordt echter wel gebruikt om het IQ te vergelijken met de prestaties van een kind op school en in sociaal verband. Een eventueel verschil zegt iets over hoe goed of slecht het kind in z'n vel zit. Een hoge IQ score en slechte schoolresultaten is een duidelijke alarmbel.

Vertaling[bewerken]

De test is oorspronkelijk een Engelstalige test. Er zijn vertalingen en aanpassingen van de normering voor de volgende talen en landen Engels (USA, Canada, UK), Spaans, Noors, Zweeds, Frans (Frankrijk en Canada), Duits (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland), Chinees, Grieks, Sloveens, Italiaans en ook in het Nederlands. Een vertaling van een intelligentietest vergt meer dan het vertalen van de vragen en instructies. Vooral het opstellen van de eigen normen voor het Nederlandse taalgebied is een arbeidsintensieve bezigheid. Het is maar de vraag of dit dan ook allemaal nog betrouwbaar blijft.

Zie ook[bewerken]

Bronnen

  • Kaplan, R.M. & Saccuzzo, D.P. (2005). Psychological Testing: Principles, applications, and issues. Belmont, CA: Thomson Wadsworth.
  • Watkins, M.W., Kush, J., & Glutting, J.J. (1997). Discriminant and predictive validity of the WISC-III ACID profile among children with learning disabilities. Psychology in the Schools, 34(4), 309-319.
  • Ward, S.B., Ward, T. J., Hatt, C.V., Young, D.L, & Mollner, N.R. (1995). The incidence and utility of the ACID, ACIDS, and SCAD profiles in a referred population. Psychology in the Schools, 32(4), 267-276.