Weerspreuk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een weerspreuk is een gezegde of spreekwoord dat betrekking heeft op het weer. Veel weerspreuken zijn volkswijsheid of volksgeloof en niet wetenschappelijk bewezen. In spreuken over het weer op de korte termijn en spreuken over het weer in een vaste periode van het jaar zit dikwijls een kern van waarheid, terwijl voorspellingen voor de lange termijn doorgaans onjuist zijn. Bij merkeldagen horen ook bepaalde weerspreuken.

Voorbeelden van weerspreuken zijn:

  • In januari veel verdronken land, is goed voor ganzen maar slecht voor de boerenstand.
  • Als het Driekoningen (6 januari) is in het land, stapt de vorst in het vaderland.
  • Staat in januari groen en fris het gras, het hele jaar heeft vaak een schraal gewas.
  • De louwmaand met veel mist, maakt de lentemaand maart heel fris.
  • In januari veel westenwinden en avondrood, maakt de kou dood.
  • Vorst met nieuwe maan, dan kun je op de schaatsen gaan.
  • Februari muggendans, geeft maart een slechte kans.
  • Als in Februari de muggen zwermen, moet ge in maart uw oren wermen.
  • Schijnt op Maria-Lichtmis (2 februari) de zon door de toren, komt er nog net zoveel kou na als van tevoren.
  • In de korte maand regen, is vette mest en zegen.
  • Als februari lacht, dan wordt maart niet zacht.
  • Sprokkelmaands regen, is grasmaands zegen.
  • In februari al lente? Dat geeft broden zonder krenten.
  • Maart roert zijn staart.
  • Maart guur geeft een volle schuur.
  • Maartse regen, brengt geen zegen.
  • Niet te droog, niet te nat, dan vult maart een duchtig vat.
  • Maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.
  • Op de Lentedag (21 maart) de wind in noord, dan blaast deze nog zeven weken voort.
  • April doet wat hij wil (onvoorspelbaar weer).
  • Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
  • Roept en tiert of wat ge wilt, het goede weer komt er eind april.
  • Broedt de spreeuw vroeg in april, een schone meimaand is op til.
  • Verschaft april veel mooie dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
  • Vliegen de zwaluwen hoog dan is het weer schoon en droog, vliegen ze laag, regen voor vandaag.
  • Regen in april en regen in mei, maakt de boeren blij. April koud en mei warm, geen boer wordt er arm.
  • Vanaf de eerste mei, koe en kalf in de wei. Onweer in mei, is veel gras in de wei en maakt de boeren blij.
  • Weet dat Florian (Floranius, 4 mei), soms nog een sneeuwhut bouwen kan.
  • Als het dondert in mei, zit er dikwijls hagel bij.
  • Het kan vriezen in mei, tot de ijsheiligen zijn voorbij.
  • Als de meie zal dauw verspreiden, zult ge hebben groene weiden.
  • Valt op Sint-Medardus (8 juni) regen, ge houdt hem in zes weken niet tegen.
  • In juni dondergevaar, betekent een vruchtbaar jaar.
  • Juni meer droog dan nat, vult de schuur en ook het vat.
  • Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.
  • Avondrood, mooi weer aan boord, morgenrood, regen (of: water) in de sloot (Mattheus 16:2-3).
  • Een maandagse nieuwe maan zal in regen vergaan.
  • Een nieuwe maan die op maandag begint brengt regen en wind.
  • In juni weinig regen, voorspelt een grote zegen.
  • Mistsluiers in de vroege nacht, geven julidagen in volle pracht.
  • Wil het in juli niet heten, zal men in augustus flink zweten.
  • Regen op St. Godelief (6 juli), tegenslag en grote grief, want zonder onderbreken, regent het dan zes weken.
  • Begin augustus heet, lang en wit het winterkleed.
  • Als Sint Dominicus (4 augustus) gloeit, een strenge winter bloeit.
  • In de oogstmaand augustus veel dauw, dan blijft de hemel schoon en blauw.
  • Is het warm en voorspoedig weer, dan brengt augustus de eerste peer.
  • Is het weer op Maria Hemelvaart (15 augustus) uitgelezen, zo zal heel de herfst voortreffelijk wezen, is vijftien augustus goed en klaar, het wordt een goed bijenjaar.
  • Op Sint-Augustijn (28 augustus) zullen de onweders over zijn.
  • Zoals het begin september weert, goed of slecht, het vaak were keert.
  • Als de R is de maand, het weer is niet altijd mee meegaand.
  • Op Maria`s Geboort (8 september) trekken de meeste zwaluwen voort.
  • Als in September de donder knalt, met Kerstmis sneeuw met hopen valt.
  • Komen er pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
  • Oktober met veel nevel doortrokken, toont een winter met sneeuwvlokken.
  • Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt dan snel en koud.
  • In oktober veel regen, voor het kerkhof altijd zegen.
  • In wijnmaands zon, kent de winter geen pardon.
  • Maakt de spin in het web een scheur, dan klopt de stormwind op de deur.
  • Brengt oktober veel vorst en wind, dan zijn januari en februari mild.
  • Is oktober warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.
  • Oktober met groende blaân duidt een strenge winter aan.
  • Veel harde noten op het hout, maakt de winter hard en koud (dit gaat over het aantal beukennootjes en kastanjes).
  • November met veel kille vlagen, brengt kou reuma en andere plagen.
  • Is er met Sint-Maarten (11 november) nog veel loof aan de bomen, zo moogt ge van een strenge winter dromen.
  • Vertoond november zich met snee, het zal vruchtbaar zijn, ook voor het vee.
  • Als het slechte weer november niet wil komt het vast en zeker in april.
  • Sint- Elisabeth (19 november) doet ons verstaan, hoe den winter zal vergaan.
  • Kruipen de mieren diep in de grond, zo maken zij een strenge winter kond.
  • December vol met mist, goud in de kist.
  • Brengt Sint-Nicolaas (6 december) ijs, dan brengt de Kerstman regen.
  • December veranderlijk en zacht, is een winter zonder kracht.
  • Als met Sint Thomas (21 december) de dagen gaan lengen, beginnen de nachten te strengen.
  • Zijn er eind december al veel mollen, dan laat de winter met zich sollen.

Trivia[bewerken]

Humoristische varianten van weerspreuken

  • Als het regent in mei is april voorbij.
  • Als de haan niet kraait voor 't avondrood, gaat het regenen - of de haan is dood.
  • Zie je in april meeuwen dan gaat het in augustus sneeuwen.
  • Al is de maandag nog zo kwaad, toch komt de zon eens vroeg of laat.
  • Een marskramer in de regen belooft geen zegen
  • Als de kikvors snatert in het hoge riet, gaat het regenen - of niet.
  • Als het vriest in november komt kerst in december.

Alternatieven

  • In tegenstelling tot het slecht (want ambigu) gerijmde "Avondrood, mooi weer aan boord, morgenrood, regen (of: water) in de sloot.", zou men gebruik kunnen maken van "Kleurt de lucht rood in de avond, droge bofkont! Kleurt de lucht rood in de morgen, natte zorgen!" (vrij naar het Engels: "Sky red at night, shepherd´s/sailor´s delight. Sky red in the morning, shepherd´s/Sailor´s warning."