Weerspreuk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een weerspreuk is een gezegde of spreekwoord dat betrekking heeft op het weer. Veel weerspreuken zijn volkswijsheid of volksgeloof en niet wetenschappelijk bewezen. In spreuken over het weer op de korte termijn en spreuken over het weer in een vaste periode van het jaar zit dikwijls een kern van waarheid, terwijl voorspellingen voor de lange termijn doorgaans onjuist zijn. Bij merkeldagen horen ook bepaalde weerspreuken.

Voorbeelden van weerspreuken zijn:

[bewerken] Trivia

Humoristische varianten van weerspreuken

  • Als het regent in mei is april voorbij.
  • Als het vriest in november komt kerst in december.
  • Als de haan niet kraait voor 't avondrood, gaat het regenen - of de haan is dood.
  • Een marskramer in de regen belooft geen zegen
  • Zie je in april meeuwen dan gaat het in augustus sneeuwen.
  • Kruipen de mieren diep in de grond, zo maken zij een strenge winter kond.
  • Als de kikvors snatert in het hoge riet, gaat het regenen - of niet.
  • Al is de maandag nog zo kwaad, toch komt de zon eens vroeg of laat.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen