Wegennetwerk van de Inca's

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Qhapac Ñan,
wegennetwerk van de Andes
Werelderfgoed cultuur
Inca-weg bij Machu Picchu
Inca-weg bij Machu Picchu
Land Vlag van Argentinië Argentinië
Vlag van Bolivia Bolivia
Vlag van Chili Chili
Vlag van Colombia Colombia
Vlag van Ecuador Ecuador
Vlag van Peru Peru
UNESCO-regio Latijns-Amerika en Caraïben
Criteria ii, iii, iv, vi
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1459
Inschrijving 2014 (38e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

De Inca's hadden een uitgebreid wegennetwerk in Zuid-Amerika, met name in het huidige Peru, Ecuador, Bolivia en Chili. Deze wegen waren over het algemeen goed geplaveid en boden de Inca's een relatief snelle vorm van transport door de bergen van de Andes. Het wegennetwerk had een totale lengte van zo'n 22.500 kilometer en steeg tot een hoogte van 5000 meter boven zeeniveau.

De Inca's gebruikten geen wagens en hadden geen paarden tot de komst van de Spaanse conquistadores in de 16e eeuw. De wegen waren daarom wandelpaden en werden ook wel gebruikt voor transport met lama's en andere lastdieren.

Ten tijde van de ondergang van het Incarijk omstreeks 1532 was het Incarijk de grootste staat die ooit had bestaan in de precolumbiaanse Amerika's. Deze had echter nooit kunnen uitgroeien tot een dergelijke omvang zonder het netwerk van wegen dat transport, communicatie en administratie op hoog niveau mogelijk maakte. Tal van wegen liepen als slagaderen naar het hart van het rijk, de hoofdstad Cuzco. Dit was een strategisch goede ligging die de centralisatiepolitiek enorm in de hand werkte. Het was het wegennetwerk waarop de grootsheid van het rijk gebouwd was. Het is dan ook niet vreemd dat dit stelsel tot één van de grootste bouwwerken van prehistorisch Amerika gerekend wordt.

Onderzoek naar het wegennetwerk[bewerken]

Het echte pionierswerk brengt ons terug naar 1978, toen het tweejarige Inca Road Project dat uitgevoerd werd door het IAR (Institute of Andean Research) plaatsvond. Dit was het eerste archeologische onderzoek naar de restanten van de Inca-wegen en was louter gebaseerd op veldverkenning. Aangezien het wegennetwerk, voor zover gedocumenteerd, ongeveer 23.000 kilometer lang is, was het onmogelijk om dit in zijn totaal te onderzoeken. Men heeft daarom een selectie gemaakt van twaalf segmenten die ieder een lengte hadden van ongeveer 150 kilometer.

Bij de selectie is rekening gehouden met verschillende factoren die van belang zijn bij het kiezen van de juiste segmenten om een goed onderzoek te starten.

  • diversiteit van ecosystemen die het verloop van de wegen bepaalden,
  • diversiteit in laat-prehistorische culturen die ieder invloed hadden op het wegennetwerk voor zover zich dat uitstrekte binnen hun lokale grenzen,
  • variëteit in Inca-heerschappij die op verschillende wijze omsprong met verschillende gebieden,
  • verschil en belang van primaire en secundaire wegen en de geografische spreiding van het Inca-rijk.

Het doel van dit onderzoek was het verzamelen van vergelijkbare data die een beeld zouden kunnen geven van de aanleg, constructie en de uiteindelijke invloed van de omgeving op die wegen. Dit onderzoek heeft baanbrekende resultaten geboekt die een stevige ondergrond bieden aan latere onderzoeken.

In navolging van het Inca Road Project hebben er meerdere archeologische onderzoeken plaatsgevonden die ieder een steentje bij hebben gedragen aan de reconstructie van het wegennetwerk van de Inca’s. Eén van deze onderzoeken is die van het UNESCO (United Nations Educational Scientific and Cultural Organisation) en heeft zich voornamelijk beziggehouden met de oorsprong en ontwikkeling van Cuzco.

De origine van het wegennetwerk[bewerken]

De stad Cuzco, dat later het politiek en religieus centrum van het Inca-rijk zou worden, werd omstreeks 1300 opgeworpen op de ruïnes van een bergnederzetting van de oudere Killke-cultuur in de Vallei van Cuzco en kan daarom de wieg van de Inca-beschaving genoemd worden. Dit kleine koninkrijk was hier om strategische motieven gesticht. Het was omgeven door een deels intact gebleven wegennetwerk dat was aangelegd door de oudere Pan-Andesstaten Huari en Tiahuanaco die al 500 jaar eerder waren verdwenen.

Mythen die op schrift gesteld zijn door de Spaanse alfabet Juan de Betanzos en ontdekkingsreiziger Pedro Sarmiento de Gamboa speculeren dat de ruïnes van de Killke in opdracht van de toentertijdse Inca-koning Pachakuti met de grond gelijk werden gemaakt, maar de werkelijke onthulling ligt in het voormalige archeologische onderzoek bij Hotel Libertador Palacio del Inca te Cuzco dat tot nog toe slechts een tip van de sluier heeft opgelicht: in de stad Cuzco zijn mogelijk pre-imperiale muren blootgelegd die naar alle waarschijnlijkheid tot de Killke-cultuur behoorden.

Om deze hypothese te staven tot het onomstotelijke is nader archeologisch onderzoek een vereiste. Deze gegevens suggereren echter alleen dat Cuzco is verder gebouwd op de overblijfselen van de Killke-nederzetting en daarvoor enkele muren intact zou hebben gelaten. Maar deze oorspronkelijke kleine bergnederzetting is in geen enkel opzicht te meten aan de grootse Inca-stad die in de daarop volgende periode de kleine nederzetting voorgoed zou gaan overschaduwen. Dit betekent dat de stad voor het overgrote deel is opgeworpen door de Inca-beschaving zelf.

Geschriften van de conquistador en dichter Garcilaso de la Vega uit de vroegste periode van de Spaanse kolonisatie getuigen van geduchte bouwplannen aan de hand van bouwtekeningen, bouwmodellen en gebieden die geografisch in kaart waren gebracht. Geen van deze tekeningen, modellen of landkaarten hebben de eeuwen overleefd en er is dus geen tastbaar bewijs, maar dat is in het klimaat van de Andes ook nauwelijks te verwachten.

Een ieder die een kaart van Cuzco onder ogen krijgt kan zien dat de indeling van de stad planmatig tot stand is gekomen, met of zonder hoogwaardige planologische hulpmiddelen. Cuzco ligt in het hart van het Inca-rijk (Cuzco = navel/centrum in het Quechua) en is omgeven door de vier grote districten Chinchaysuyu, Collasuyu, Antisuyu en Contisuyu. Vanuit de zuidkant van het oostelijke deel van Cuzco’s centrumplein, Haukaypata, liepen vier hoofdwegen naar elk van deze districten.

Lange tijd geloofde men dat deze als enige toegang boden tot de stad. Maar archeologisch veldonderzoek van de UNESCO in de jaren tachtig heeft uitgewezen dat er toen nog meer dan twintig kleinere wegen hebben bestaan die Cuzco met haar districten verbonden. Al deze wegen doorkruisten de zone die de stad van pure Inca-etniciteit isoleerde van het achterland waar de aan de Inca’s onderworpen Andesvolkeren woonden. Cuzco werd als het ware omringd door een gordel van naar schatting 105 hectare gecultiveerd land waaruit 25 wegen ontsproten naar de verste uithoeken van het rijk. Dit was de bakermat van de Inca-beschaving.

Het wegennetwerk van de Inca's

De expansie van het wegennetwerk[bewerken]

Na de stichting van Cuzco werden de andere Andesstammen van het Urubamba-cultuurgebied, waartoe ook de Vallei van Cuzco behoorde, onderworpen en werd een groot leger uit de grond gestampt dat als een krachtige lijm de volkeren bijeen hield tot één geheel. Omstreeks 1425 liepen zij aangestuurd door een goed georganiseerde bureaucratie het zuidelijke Chincha-rijk omver. Tijdens deze vroege expansieperiode woedde er een ander machtig rijk langs de noordkust van Peru dat door haar expansiedrang een reeks kustvalleien op de knieën bracht en inlijfde bij haar imperium: het Chimú-rijk. Maar na een periode van veel weerstand van de Chimu’s en strategische oorlogsvoering van de Inca’s werd ook dit rijk onderworpen aan de Inca’s. Gevolgd door de gebieden Ecuador, West-Bolivia, Noordwest-Argentinië en heel Noord-Chili. Dit maakte het Inca-rijk tot een grootmacht en zij werden heersers over een imperium dat zich in zijn lengte uitstrekte over meer dan 6.000 kilometers. De expansie van het wegennetwerk liep waarschijnlijk ongeveer parallel aan de expansie van het rijk.

De teloorgang van de expansie[bewerken]

De regeerperiode van de laatste Sapa Inca die zich bezig heeft gehouden met de expansie van het rijk en het daarmee in verband staande wegennetwerk, Huayna Capac, werd beëindigd in 1527 nadat hij en zijn gehele hofhouding het slachtoffer was geworden van een pokkenepidemie die vanuit Panama en Colombia was opgetrokken na de introductie van de Spaanse kolonisten. Door de tweestrijd die daarop volgde tussen zijn zoons Atahualpa en Huascar over de troonopvolging blies er een crisis over het rijk waardoor de expansiedrang aan kettingen werd gelegd.

Binnen vijf jaar, in 1532, keerde de Spanjaard Francisco Pizarro en zijn leger van conquistadores terug (na hun eerdere verkenningstocht in 1526) met de intentie om het Inca-rijk omver te werpen. De grondslag van deze teloorgang ligt in een verscheidenheid van factoren en voltrok zich in Cajamarca waar de mokerslag werd gegeven die door het gehele Inca-rijk zou nagalmen waarna het rijk in de schaduwen van zijn veroveraars zou verdwijnen.

Het scenario verliep als volgt. Op 16 november 1532 vond in Cajamarca de ontmoeting plaats tussen Francisco Pizarro en keizer Atahualpa. Pizarro nam met zijn leger van 168 soldaten Atahualpa gevangen terwijl deze omringd was door een leger van 80.000 krijgers. Deze overwinning was niet te wijten aan goed geluk of toeval. Ondanks zijn minderheid was Pizarro namelijk sterk in het voordeel door de stalen zwaarden, harnassen, kanonnen en paarden waarover zijn manschappen beschikten. Door de onderwerping van vele volkeren herbergde het Inca-rijk zwijgende rebellen in zich. Deze zagen dit kritieke moment als een kans om zich vrij te vechten van hun onderdrukkers en keerden zich tegen hun overheerser, Atahualpa, en zijn leger. Na het drama in Cajamarca ontketende zich een tweede drama dat het rijk op zijn grondvesten deed trillen. Endemische besmettelijke ziekten uit Europa zorgde voor een demografische uitmergeling van het rijk. Dit betekende het einde van het grootse Inca-rijk en tevens het einde van de expansie van het wegennetwerk.

De nieuwste feiten over het wegennetwerk[bewerken]

Uit de gegevens die het archeologische onderzoek ‘The Inca Road Project’ ons heeft opgeleverd zijn nieuwe wetenswaardigheden over het wegennetwerk af te leiden. Dit onderzoek heeft op basis van een voorselectie twaalf segmenten van het totale wegennetwerk bestudeerd. Deze twaalf segmenten representeren ieder een bepaalde regio binnen het rijk. Hieruit kunnen we o.a. concluderen dat de expansie van het wegennetwerk al begonnen was in Piso alvorens de omvorming van het Inca-koningdom tot het Inca-rijk. Ook benadrukt deze het belang van deze omvorming voor de expansie van het wegennetwerk door de hoogtijdecennia die daarop volgen onder keizer Tupac Inca Yupanqui die verantwoordelijk was voor circa 58% van de expansie van het totale wegennetwerk. Uiterst interessant is het feit dat het wegennetwerk in circa 69% van alle regio’s is opgeworpen op de overblijfselen van pre-Inca culturen. Een getal dat zo dermate groot is dat we bijna met zekerheid kunnen concluderen dat de ruïnes van pre-Inca culturen de ware origine zijn van het overgrote deel van het Inca-wegennetwerk.

Macchu Picchu[bewerken]

Tegenwoordig ligt het meest beroemde en meest gelopen Incapad in de laatste kilometers voor Machu Picchu. Georganiseerde tochten starten bij Kilometer 88 (vanaf het treinstation Santa Ana in Cuzco enkele haltes) of Ollantaytambo. Vanwege de grote toeristische toestroom is het wandelen op dit pad sterk gereguleerd.

Onderweg komt men langs de ruïnes van Llactapata, oversteek van de rivier Río Cusichaca, naar het dorp Huyallabamba op 2270 meter hoogte. Richting Valle Llullucha omhoog over de vlakte van de Llullucha Pampa. De eerste pas is de Abra de Huarmihuaňusca op 4200 meter. Via de Ruinas Runkuracay loopt men naar de tweede pas Abra de Runkuracay op 3900 meter. Langs meren naar de Ruinas Sayacmarca en Ruinas Phuyupatamarca. In 1941 zijn de ruïnes van Huiňya Huayna ontdekt naar de eerste Incapoort en naar de tweede Incapoort bij Intipuncu, vlakbij het eindpunt Machu Picchu.

Bronnen, noten en/of referenties
  • G. M. Ihler, The Inka Road Project. 1984, Academic Press, New York.