Welden (Oudenaarde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Welden
Deelgemeente in België Vlag van België
Wapen van Welden
Welden (Oudenaarde)
Welden (Oudenaarde)
Situering
Gewest Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Provincie Vlag Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen
Gemeente Vlag Oudenaarde Oudenaarde
Coördinaten 50° 53′ NB, 3° 39′ OL
Overig
Postcode 9700
Detailkaart
Welden (Oudenaarde)
Welden (Oudenaarde)
Locatie in Oost-Vlaanderen
Portaal  Portaalicoon   België

Welden is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. Het vormt een deelgemeente van Oudenaarde.

Sint-Martinuskerk Welden

Welden is een landelijk dorp van 663 ha met iets meer dan 1000 inwoners. Het ligt in de Vlaamse Ardennen, tussen de heuvels van de rechteroever van de Schelde, aan de noordoostgrens van Oudenaarde. Ten oosten ligt Zwalm en ten noorden Zingem.

Welden is, gezien zijn oppervlakte, nog relatief dunbevolkt. Langs de Schelde bevindt zich het natuurgebied de Reytmeersen. De dorpskern concentreert zich rond enkele belangrijke kruispunten; daarbuiten vindt men hoofdzakelijk glooiende akkers. Naast de dorpskern liggen in Welden nog de gehuchten Neerwelden, Bossche en Vogelzang (ref: De "Dictionnaire Geographique de la Flandre Orientale 1834 Ph. Vander Maelen"). Welden-dorp en Neerwelden liggen langs de Schelde. Bossche en Vogelzang beslaan de Zuidelijke helft van de gemeente.

Officiele Wapenschilden[bewerken]

Op 4 augustus 1818, korte tijd na de afschaffing van het systeem van de heerlijkheden, werd een wapenschild aan de gemeente verleend. Achtergrond is zilverkleurig en het wapenschild is beladen met een afbeelding van St. Maarten, de patroonheilige van de parochiekerk, in natuurlijke kleuren. De achtergrond wan het wapenschild is zilverkleurig.

Wapenschild gemeente Welden in gebruik van 1818 (korte tijd na de afschaffing van systeem heerlijkheden) tot 1928

Op 7 september 1928 werd aan het Weldense wapenschild, het wapenschild toegevoegd van de laatste leenheerfamilie van het dorp: de Aalsterse familie van Overstraeten. Het leengoed Welden werd in 1715 aangekocht door Nicolaas van Overstraeten. Hij en zijn afstammelingen bezaten het dorp als leengoed tot 1793, datum waarop het systeem van de heerlijkheden door de Oostenrijkse keizer werd afgeschaft. De beschrijving van het wapenschild is vanaf dan als volgt: "Een schild van sabel met eenen leeuw van zilver, genageld en getongd van keel, hetgeen is van Overstraeten, geplaatst voor eenen heiligen Martinus van goud." Dit wapenschild bleef in gebruik tot de van overheidswege opgelegde fusie met de stad Oudenaarde in 1970.

Wapenschild gemeente Welden in gebruik van 1928 tot de van overheidswege opgelegde fusie met Oudenaarde in 1970

Geschiedenis[bewerken]

Grafkapel van Lambrecht

De naam Welden zou een pre-Germaanse oorsprong hebben. Het dorp ontstond, net als het gehucht Neerwelden, op de licht verheven drogere, matig natte gronden van de Scheldezone. Zowel Welden als Neerwelden liggen net boven het oude overstromingsgebied van de Schelde met zijn schorren en weiden. Het bescheiden en afgelegen dorpscentrum grenst aan de Scheldemeersen, 1250 m verwijderd van de stroom. De drooglegging van het overstromingsgebied door middel van grachten ving wellicht aan tijdens de ontginningsperiode van XI-XII. Ten Noordoosten van de dorpskern ligt de Weldenkouter op hoger gelegen lemig zand Ten Zuiden daarvan doorsnijdt de vallei van de Oossebeek de gemeente. Het vroeger beboste en moerassige gebied ten Oosten en ten Zuiden van de Oossebeek werd ook pas in XI-XII ontgonnen. Ten Zuidoosten van de provinciebaan Aalst-Oudenaarde vormt de 40 m hoge zogenaamde "Hoge Berg" een heuvel die aansluit bij het heuvelachtig landschap van Mater behorend tot de Vlaamse Ardennen. Over de kam van voornoemde heuvel loopt een oude verbindingsweg zogenaamde "Ronsen Heerweg" die van Nederzwalm richting Mater loopt.

Er zijn sporen van bewoning uit het neolithicum aangetroffen in het uiterste noorden, in het gehucht Neerwelden. Het gehucht Neerwelden situeert zicht ten oosten van Welden, waar de straten Kouterstraat, Olmstraat, Roostraat, Rothstraat en Schuisplanklos samenkomen. Het is niet uitgesloten dat net als in de relatie Ename - Nederename, Neerwelden ouder is dan Welden. Op de wijk Neerwelden, aan de rand van de kouter in het noorden van de gemeente, wijst de concentratie aan gevonden silexmateriaal, binnen een vroegere Scheldebocht te Hoog Brugghe, op mogelijke occupatie in het laat Neolithicum en de vroegere Bronstijd. Op verschillende plaatsen laten Romeinse vondsten toe te veronderstellen dat er ook in die periode bewoning was - onder meer te Neerwelden (o.a. ter plekke van de voormalige herberg, nu vakantiehuis "In Den Akker") en op de wijk Peerdestok (Vleesstraat en Mattenbosstraat).

Van een oude vermelding uit 811 als "Wildo super fluviola Wildia" (Wildo op het riviertje Wildia) wordt in twijfel getrokken of hiermee Welden bedoeld werd. Een volgende vermelding dateert uit 1110 als Welines, waar men gewaagt van het altaar van Wenlines, dat na de verovering van de oostelijke Scheldeoever door de graaf van Vlaanderen op het Duitse rijk, door de bisschop aan de Sint-Salvatorabdij van Ename toegewezen werd voor het verzorgen van de eredienst en het innen van de tiendenpenning. Latere vermeldingen zijn "Uuellinis" (1115), "Wenlin" (1110-1130), "Wellina" (1176).

Voormalige Pontweg en bijkhorend pont naar Heurne in Welden op de Ferrariskaart

De dorpskern was met de omgeving verbonden via twee lokale verbindingswegen. De eerste weg liep naar de Schelde. Dit was de vroeger zogenaamde Pontweg (later omgedoopt tot Mgr. Lambrechtstraat), die in noordelijke richting naar het Scheldeveer tussen Welden en Heurne leidde. De tweede weg liep van Nederename (Reytstraat) wellicht via de Kouterstraat over Neerwelden naar Nederzwalm. De huidige rechtstreekse verbindingsweg (provinciale baan) tussen Nederename en Nederzwalm werd pas veel later aangelegd.

Welden was oorspronkelijk een dorp van boeren en veehouders. Welden was ingedeeld in een aantal heerlijkheden. De eigenaar van de heerlijkheid had recht op de helft van de opbrengst van de oogst van het land. De andere helft kwam toe aan de horige, maar hiervan diende hij een tiende af te staan aan de kerk. De abdij van Ename had recht op een tiende van alle oogsten in ruil voor het onderhoud van de eredienst en zijn bedienaar, de pastoor. Het is niet duidelijk of in de middeleeuwen ook het zogenaamde banrecht afgekondigd was in de heerlijkheden van Welden, wat betekende dat de bewoners zich voor het malen van graan moesten wenden tot de molen van hun heer. In Welden waren er twee houten windmolens, de Bergmolen en de Oleyemolen. De Bergmolen staat aangegeven op de Ferrariskaart uit de jaren 1770. De Bergmolen stond op de top van wat men "Welden berg" of de "Kaluyter" noemt, op de Ronsen Heerweg.

Over de bergmolen verscheen op zondag 4 maart 1860 in "De Scheldegalm" volgend bericht: "Maendag en dynsdag heeft er alhier een onstuimig weer gewoed, de wind was verleden dinsdag zoo geweldig dat vernemen wij, eenen windmolen te Welden is omvergeworpen". De bergmolen werd afgebroken in 1921-1922. De balken van deze molen werden herbruikt bij in de constructies van omliggende boerderijen (o.a. de voormalige boerderij van de familie Dujardin in Meerhem).

De "wint oleyemuelen" (windmolen voor het malen van oliehoudende zaden) wordt vermeld in 1571. Deze houten windmolen met stampkot zou volgens een plan van 1655-1665 op de kouter (hoek Kouterstraat - Mandemakersstraat) aan de rand van de dorpskern hebben gestaan, in de omgeving van het huidige Sint-Martinuskapelletje. Deze molen verdween voor het einde van de 18e eeuw, en staat niet meer vermeld in de Ferariskaart.

Daarnaast is er ook een watermolen op de Oossebeek. Deze watermolen, "Molen t' Oosssche" of "Toyssche" genoemd, is een boerderijmolen, en wordt reeds in 1571 vermeld: "Piet de Bock haut in pachte van de grave van Lalaing de watermuelene t'Oossche met een aut buender lants ende watere ...jaerlix voor 48 P.pars". In 1893 werd de molen vergroot. Bijkomend was er ook een stoommachine.

Tot in de 11de eeuw lag Welden niet in het graafschap Vlaanderen, maar in Brabant, en de Schelde was de grens tussen Vlaanderen en Brabant. Het behoorde tot het graafschap Biest, waarvan de zetel niet gekend is, maar waarvan men vermoedt dat het het Romeinse district (pagus) Velzeke opvolgde.

Na de verovering van de rechter (oostelijke) Scheldeoever behorende tot het Duitse rijk door de graaf van Vlaanderen, werd de bevolking van Welden door de bisschop van Kamerijk in 1110 toegewezen aan de Sint-Salvatorabdij van Ename, die de eredienst verzorgde, en de tiendenpenning inde. In het graafschap Vlaanderen viel Welden onder kasselrij van het land van Aalst. De eerste heerlijkheid Welden was eigendom van de heer van Schorisse. De tweede heerlijkheid van Welden werd "Eeckhove" genoemd. Graaf Egmont verkocht in 1627 zijn heerlijkheid Welden aan de niet-edelman Laureins Volckaert. De tweede heerlijkheid Eeckhove werd in de 17de eeuw gekocht door de niet-edelman Sebastien d'Hane, waarna de heerlijkheid werd geërfd door een van zijn kinderen en nadien een van zijn kleinkinderen. Na het overlijden van dit kleinkind werd de heerlijkeheid Eeckhove in 1715 verkocht aan de Aalsterse koopman Nicolaas Van Overstraeten voor 13.000 gulden. Het is het wapenschild van deze eigenaar van de heerlijkheid Welden, dat het latere dorp Welden heeft overgenomen in zijn wapenschild.

Gedurende woelige periode van de opgang van het calvinisme, keerde de grote meerderheid van de bevolking in Welden zich naar de hervorming en werd protestants (calvinistisch). In 1566 volgden Weldenaars de Beeldenstorm. Naast de inboedel van de kerk werd ook de pastorij van Welden verwoest. Bij de daaropvolgende repressie van het calvinisme, werden Pieter van den Hole en Jan van Wyemeersch onthoofd. Al wie zich niet tot het katholicisme bekeerde diende te vluchten. Geschat wordt dat ongeveer de helft van de bevolking de wijk nam. Pas door het oprichten van een dicht net scholen, waar alle kinderen een katholieke opvoeding kregen, opgezet via een dicht net van kleine kloosters, kwam er ook te Welden in de 19e eeuw een echte doorbraak van het katholicisme.

Toen Keizer Jozef II, geïnspireerd door de liberale ideeën van van die tijd, het systeem van heerlijkheden wou afschaffen, leidde dit tot een opstand van diegenen die de voorrechten zouden verliezen en leidde tot de Brabantse Omwenteling van 1789. In mei-juni van 1790 brak er een opstand uit van de bevolking tegen deze "Belgische" overheid in de streek van Gavere, Ronse en Geraardsbergen. De haard van deze opstand lag in Sint-Maria-Latem, Nederzwalm en Welden. De baljuw van Welden, Van Cauwenberghe, de vertegenwoordiger van de heer van Welden, werd door de woedende dorpsbevolking aangevallen. De pastoor van Welden werd eveneens bedreigd. De kapitein van de opstand was Judocus Leyman, een visser te Welden. De opstand werd neergeslagen door het leger van het toenmalige kortstondige Belgische regime [1]. Leyman werd als schrikwekkend voorbeeld op de markt te Oudenaarde opgehangen. De Oostenrijkers konden de streek heroveren en vervolgden de Oudenmaardse baljuw De Smet, ten voordele van de familie Leyman.

Voormalig klooster van Welden. Een belangrijke post in de herkatholizering van de gemeente na de calvijnse periode

In 1794 vielen de Franse revolutionairen binnen. Door de afschaffing van het systeem van de heerlijkheden, reeds ingezet door Jozef II, en verder gezet door de Fransen, werd Welden een zelfstandige gemeente. Volgens geschiedenisschrijver drs Luc Dhondt zouden de opstandelingen van 1790 ("plattelandsopstand der gelijken") de invallende Fransen gesteund hebben (o.a. De Waele).

De bevolkingsgroei van Welden hing samen met de productie van lijnwaad als huisnijverheid. De piekperiode van deze huisnijverheid situeert zich rond 1845 tot 1850. Toen de machinale katoenfabrieken, geconcentreerd in de steden Ronse en Oudenaarde, de lijnwaadhuisnijverheid verdrong, verhuisden velen naar de steden en verminderde ook de Weldense bevolking weer.

Voormalig smidse en aanpalend cafe "In de oude Mode" of "Mote" op de hoek van de Pontstraat en de provinciale baan

In 1830 telde men twee graanmolens, 12 smeden, voerlieden, klompenmakers en kleermakers. Ook waren er twee vissers en een schaapherder. Waarschijnlijk bestond toen ook reeds de mandenvlechterij. De "Dictionnaire Geographique de la Flandre Orientale 1834 Ph. Vander Maelen" http://books.google.be/books?id=b4s6AAAAcAAJ&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ge_summary_r&cad=0#v=onepage&q&f=false vermeldt dat 26% van de oppervlakte van het dorp bestond uit hakhout. In 1930 piekte de mandenvlechterij, die vooral rond de kerk geconcentreerd was. Kinderen hielpen mee met het oogsten van de wijmen op de velden. Samen met het verdwijnen van de mandenvlechters, verdween in 1990 verdween ook het laatste veld wijmen in het dorp. Tot in de eerste helft van de 20ste eeuw waren naast de Schelde enkele steenbakkerijen te vinden.

De wijk Bossche werd in de 19e en eerste helft van de twintigste eeuw gezien als het armere deel van de gemeente. Tot in de eerste helft van de twintigste eeuw waren vele huizen van leem, en de meeste huizen hadden een dak van stro. De landbouwers van de wijk Bossche hadden geen paarden en ploegden met speciaal hiertoe opgeleide koeien en ossen.

In 1961 kwam 52% van de actieve bevolking buiten Welden aan de kost, de anderen werken voor het overgrote deel in de landbouw.

Drie zusters van het Heilig Hart van Maria van Nederbrakel vestigden zich in 1891 in Welden en het klooster van Welden werd in 1894 gebouwd. In 1903 telde de jongensschool van Welden 94 jongens leerlingen. De kloosterschool telde 63 meisjes leerlingen. In de jaren 1970 werd het klooster afgebroken en op die plaats werden woningen gebouwd.

De "Schuisplank" was een betonnen brugje van 5m lang en 50 cm breed over de Zwalm, en bevond zich te Neerwelden, en vormde de verbinding met het oude Hermelgem. De straat Schuisplanklos leidt naar dit bruggetje.

Tot 3 juni 1984 was er in de Sleegstraat een treinstation.

In 1970 werd het dorp van overheidswege gefusioneerd met de stad Oudenaarde.

Bezienswaardigheden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook de lijst van onroerend erfgoed in Welden
  • De pastorij met klokkentorentje dateert van de 18e eeuw.
  • De kapel der Congregatie, die de vorm heeft van een kleine kerk, bevindt zich op de hoek van de Kouterstraat en de Mgr. Lambrechtstraat. Dit gebouw werd in 1870 op de gronden van de pastorij opgetrokken. Ze werd destijds gebruikt voor zondagsschool, lering en andere godsdienstige oefeningen. Daar de schoolwet van 1879 besliste dat elke gemeente minstens een officiële staatsschool moest bezitten, werd de kapel vlug in schoollokaal herschapen, terwijl men naast de pastorij in allerijl de nieuwe school bouwde.
  • De Sint-Martinuskerk was aanvankelijk romaans. Van het oorsprokelijk romaanse koor zijn aan weerszijden enkel nog de zijmuren bewaard, elk met een rondbogig afgedekt venster. De kerk werd in latere eeuwen grondig verbouwd; met name in de 19de eeuw is het aanzicht van de kerk drastisch veranderd.
  • Op het kerkhof bevindt zich de grafkapel van Hendrik-Karel Lambrecht, bisschop van Gent, die in Welden werd geboren.
  • "Mottes". Het dorp telde vroeger een belangrijk aantal mottes, door een brede gracht volledig omwalde hoeves, als bescherming tegen plundering. Hiervan zijn er nog twee overgebleven: Een hoeve aan de "Mode" of "Mote" in de Mgr. Lambrechtsraat. In de Roostraat bevindt zich een volledig omwalde voormalige hoeve. Tijdens een noodopgraving uitgevoerd in 1993 door het I. A. P. werd aan het Zuidelijke uiteind van de Weldenkouter een weinig ten Zuiden van de kerk een middeleeuwse woonsite gelokaliseerd in de vorm van een breed omgrachte afgevlakte motte (grachten gedicht in de late middeleeuwen) die vermoedelijk een oudere occupatie kende.
  • het natuurreservaat Reytmeersen, een Vlaams natuurgebied van 47 ha ten oosten en evenwijdig langs de rechteroever van de Schelde in Oost-Vlaanderen, tussen de Ohiobrug te Nederename in het zuiden, en de oude Scheldemeander 'Welden' te Welden in het noorden.

Bevolking[bewerken]

jaar aantal inwoners
1395 175
1571 725
1790 - afschaffing van leensysteem en kerktienden door Oostenrijk
1790 - Belgie herstelt leensysteem en kerktienden gevolgd door plattelandsopstand der gelijken
1791 1150
1793 - Herovering door Oostenrijk en afschaffing leensysteem en kerktienden
1794 - Inval Fransen en bevestiging afschaffing leensysteem en kerktienden
1800 1238
1816 1215
1831 1434 Bloei van het lakenweven en mandenvlechten als huisnijverheid
1846 1465
1856 1216 Hongersnood en verval lakenweverij als huisnijverheid door opkomst fabrieken in steden
1885 1111 Bevolking trekt naar oudenaarde en Ronse in de textielfabrieken.
1930 >1465
1961 1085
1970 1028
2011 1015

Bekende personen geboren in Welden[bewerken]

Voormalige snoepwinkel van Maria Bekaert
  • Arthur Decabooter (1936 - 2012), wielrenner
  • Mgr. Henricus Lambrecht (26 januari 1848 - 2 juli 1889), Bisschop van Gent. Hij organiseerde bedevaarten naar Rome, ijverde voor de erkenning van de Nederlandse taal, en was sociaal voelend. Het zoeken naar contact met de lagere bevolkingsklassen maakte hem zeer geliefd. Op eenenveertigjarige leeftijd overleed hij tijdens een vormselreis. Hij werd begraven op het kerkhof van Welden en Welden werd het centrum van zijn verheerlijking. De neo-romaanse grafkapel die ter zijner nagedachtenis nadien in 1891 werd opgetrokken op het kerkhof, is hiervan vandaag een stille getuigenis.
  • Louis De Waele, machtige Weldense hereboer (17 juni 1872 - 5 mei 1935). Hij betrok de eerste grote vierkantshoeve aan de Mgr. Lambrechtsraat, een hoeve gebouwd door zijn vader. Vele Weldenaars beschouwden hem als een weldoener. Bij hem mocht men zonder enige vergoeding een paard of een ploeg lenen als men er zelf geen had. De Weldense forenzen spraken hem aan voor het bekomen van een spoorverbinding naar Brussel. Naar verluidt zou deze spoorlijn door zijn tussenkomt zijn aangelegd. Inwoners van Welden vermelden vandaag nog dat, wanneer zij als kind Louis De Waele tegenkwamen, zij steeds 25 cent kregen toegestopt, die zij onmiddellijk omzetten in snoep in het kleine snoepwinkeltje van Maria Bekaert verderop in de Mgr. Lambrechtstraat. Hij liet zich met paard en koets door een bediende rijden naar de treinhalte.
  • Eugeen Schepens (5 juni 1853 - Entre Rios (Zuid-Amerika), 6 september 1923). Hij stichtte daar de Belgische kolonie Villaguay in Zuid-Amerika samen met een 40-tal mensen uit Vlaanderen.
  • Kuyper, "Den Hercules van Welden". Hij woonde in de Oorlogslos. In het werk "Sagenverzameling in 15 Zuid-Oostvlaamse gemeenten" van L. D'Haeze staat: "Kuyper was een sterke vent. Als er ergens kermis was, gaf hij demonstraties voor het publiek. Hij nam dan bijvoorbeeld een bierton op met zijn tanden of hij plooide een koteraar rond iemands nek. Daarna ging hij rond met zijn muts. En als hij een kluit had, verdronk hij die. Hoeveel kilo hij kon dragen? Toch wel driehonderd. Dat was gewoon zijn pakje.

Op een dag was hij op het veld aan het werk met een voetjesploeg. Een man kwam langs en vroeg: "Kent ge Kuyper niet?". "Ja natuurlijk ken ik hem", was Hercules antwoord. Hij nam zijn ploeg met een hand vast, stak hem in de lucht en zei:""Kijk, ginder woont hij, en hier staat hij""

  • Judocus Leyman, visser en kapitein van de "Plattelandsopstand der Gelijken" in 1790, een opstand van de plattelandsbevolking tegen de restitutie van het middeleeuwse systeem van voorrechten van de adel en de kerk, die door het toenmalige kortstondige Belgische regime opnieuw werd ingevoerd, (geboren te Welden, opgehangen te Oudenaarde 1790)
Bronnen, noten en/of referenties
  • Ferrariskaart, kaart 37, met de gedetailleerde kaart van Welden
  • Welden in oude prentkaarten, foto's en doodsbeeldekens (1880-1950), samenstelling en commentaar Annie Deventer, Oudenaarde Vereniging voor Vreemdelingenverkeer en Monumentenzorg vzw, 1978.
  • D'Haeze L., Sagenverzameling in 15 Zuid-Oostvlaamse gemeenten
  • Collin L., Mgr. Lambrecht, een sociaal-voelend bisschop, artikel uit "De Godsdienstige week"
  1. L. Dhondt "De plattelandsopstand der Gelijken van 1790. Bijdrage tot de kennis van de crisis van de Oude Maatschappij en de politieke en ideologische geschiedenis van het platteland" in Handelingen van de geschied- en Oudheidkundige kring van Oudenaarde, XIX, 1978, pp. 185-259