Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Wenceslaus van Luxemburg (Neurenberg, 26 februari 1361 - Wenzelsburg (Tsjechisch: Nový hrad u Kunratic, tegenwoordig deel van Praag), 16 augustus 1419) was van 1378 tot 1400 rooms-koning, als Wenceslaus II hertog van Luxemburg (1383-1419) en als Wenceslaus IV koning van Bohemen (1378-1419). Tijdens zijn bewind ontstond strijd met de Hussieten, een nationalistische beweging in het huidige Tsjechië. Uiteindelijk werd hij als keizer afgezet door de rijksgroten.
Wenceslaus verpandde op 26 februari 1388 het hertogdom Luxemburg aan Jobst van Moravië. Van die dag tot 23 november 1457 was er sprake van een erfhertog en een regerend hertog "bij verpanding". Na de dood van Jobst in 1411 probeerde Wenceslaus zijn beslissing ongedaan te maken door opnieuw de macht te grijpen, maar hij stond de macht een jaar later al weer af aan Antoon van Bourgondië, de echtgenoot van zijn nicht Elisabeth van Görlitz.
Wenceslaus was verloofd en getrouwd:
maar alle huwelijken/verlovingen bleven kinderloos.