Werken (hout)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scheuring in hout

Werken of werking van hout is de vervorming die in hout optreedt onder invloed van vocht. Hierdoor kan het hout zwellen en krimpen, en in sommige gevallen kromtrekken of scheuren.

Beschrijving[bewerken]

Hout zet uit bij vochtopname en krimpt bij vochtverlies. Dit zal het altijd blijven doen, onafhankelijk van hoe lang geleden de boom gekapt is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld metaal verandert hout niet veel van vorm onder invloed van de temperatuur, maar vooral door vocht.

De krimp van houtsoorten in drie dimensies wordt gemeten aan de hand van de volgende kengetallen:

  • Longitudinale krimp Kl: het percentage lengteverandering in de lengterichting (de richting van de houtvezels). Deze is meestal vrij klein, daarom wordt dit kengetal vaak weggelaten.
  • Radiale krimp Kr: het percentage lengteverandering in radiale (spaaksgewijze) zin ten opzichte van de kern.
  • Tangentiale krimp Kt: het percentage lengteverandering in een raaklijn op de jaarringen.

Als vuistregel wordt meestal de verhouding Kl:Kr:Kt=1:10:20 aangehouden. De radiale krimp is twee keer zo groot als de tangentiale krimp, en deze is 10 keer zo groot als de longitudinale krimp.

Als gevolg van het krimpen en zwellen kan het hout kromtrekken of scheuren, met name als het hout niet goed is bevestigd of als er binnen een houten voorwerp vochtverschillen plaatsvinden.

Abnormale werking[bewerken]

Soms kan in hout abnormale krimp of zwelling plaatsvinden. Onder meer het reactiehout dat in de boom is gevormd om langdurige druk- of trekkrachten te weerstaan, kan afwijkend gedrag vertonen bij krimp of zwelling. Ook bijvoorbeeld een warrig verlopende draad of een verstoorde groei kunnen dit veroorzaken. De abnormale werking kan extreem zijn.

Maatregelen[bewerken]

Om de gevolgen van het werken van hout tegen te gaan, kan men afhankelijk van de houtsoort verschillende maatregelen nemen. Zo moet hout in gecontroleerde omstandigheden gedroogd worden, zodat vochtverschillen binnen het hout tijdens het drogingsproces geminimaliseerd worden. Ook moet hout op een dusdanige manier bevestigd worden dat het de ruimte heeft om te bewegen.

Door de juiste manier van hout zagen kan men de effecten van het werken verminderen. Gekwartierzaagd hout (spaaksgewijs ten opzichte van de kern) krimpt en zwelt vooral langs de breedte van de plank, dit valt weinig op. Dosse gezaagd hout (in een raaklijn op de jaarringen) krimpt sterker aan de buitenkant dan aan de binnenkant (bij de kern) en kan hierdoor kromtrekken.

Sommige houten objecten worden afgeleverd met een vochtigheidsgraad die aangepast is aan de verwachte omstandigheden waarin het gebruikt gaat worden. Zo worden parketvloeren in Nederland en België vaak afgeleverd met een vochtigheidsgraad van 10%, wat ligt tussen de verwachte vochtigheidsgraad van het hout in de zomer (13%) en in de winter (8%).

Bronnen, noten en/of referenties