Werkloosheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Werklozen in een stempellokaal in Amsterdam-Noord, 1933

Werkloosheid is de staat waarin een persoon verkeert als hij of zij werkloos is, dan wel een maat voor het aantal personen dat in deze staat verkeert. Een persoon is werkloos als hij of zij geen betaald werk heeft, maar dat wel zou willen.

Geschiedenis[bewerken]

Een werkloze kwam in vroegere tijden en andere landen direct zonder inkomen te zitten. Er was dan nog de mogelijkheid om, zij het vaak armoedig, van het land te leven, of op andere wijze zelfstandig aan de kost te komen. Met de vergaande specialisatie die samenging met de industriële revolutie veranderde dat. Niet iedereen bezat meer de benodigde vaardigheden of mogelijkheden om zelfstandig te overleven, en in steden trad in slechte economische tijden massawerkloosheid op. Werklozen dreigden van honger om te komen en waren afhankelijk van reserves, familie en liefdadigheid. Lange tijd was de armenzorg een verantwoordelijkheid van de kerken en van particuliere instellingen; daarna nam de overheid deze taak over (in Nederland: de Armenwet van 1854). Niettemin stond werkloosheid gelijk aan vaak bittere armoede, hetgeen in sommige industrielanden tot opstootjes en zelfs revoluties en emigratie leidde. De hoge werkloosheid was zo mede aanleiding voor de opkomst van het nationaal socialisme, de NSDAP in Duitsland.

Later werd werkloosheid als een niet wenselijk maatschappelijk fenomeen beschouwd en werd er gezocht naar structurele oplossingen. In eerste instantie werd de oplossing gevonden in de werkverschaffing. Het Boschplan is hier een voorbeeld van. Tegenwoordig wordt ingezien dat het niet mogelijk is om alle werkloosheid te voorkomen.

Nederland[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Werkloosheid in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Internationale vergelijking[bewerken]

Werkloosheid in de wereld in 2005 - plaatje van de CIA

Nederland is geen eiland. In toenemende mate raakt het land geïntegreerd in Europa en de rest van de wereld. Dit wordt ook wel de globalisering genoemd. Nederland doet het vergeleken bij andere landen goed, de werkloosheid in Nederland behoort tot de laagste werkloosheid in de Europese Unie en de wereld. Daardoor proberen veel werklozen van elders in Nederland werk te vinden. De open grenzen leiden tot een gelijktrekking van de werkloosheid door de hele Europese Unie, alhoewel niet iedereen gaat verhuizen op zoek naar een nieuwe baan. Factoren die dat tegenhouden zijn, partners met een baan, de moeilijkheid om elders (goedkope) woonruimte te vinden en onbekendheid met ander culturen en talen.

België[bewerken]

De werkloosheidsgraad verschilt opmerkelijk tussen de drie gewesten. Deze ligt in het Vlaams Gewest lager dan in het Waals Gewest, waar deze dan weer lager ligt dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De werkloosheid is over het algemeen het hoogst in grote steden als Brussel en Antwerpen, en het laagst in landelijke gemeenten, in Vlaanderen bijvoorbeeld Staden en Herstappe met beide 2,3%.[1]

In Vlaanderen zorgt de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) ervoor om werkzoekenden te begeleiden in het vinden van werk. De controle op de werkloosheid is geen Vlaamse, maar federale bevoegdheid die uitgeoefend wordt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

Typen werkloosheid[bewerken]

Open werkloosheid[bewerken]

Dit zijn administratief geregistreerde werklozen in de statistieken.

Verborgen werkloosheid[bewerken]

Er wordt gesproken over verborgen werkloosheid als er mensen wel werkloos zijn maar niet bij het arbeidsbureau staan ingeschreven. In Nederland zijn dat onder andere de huisvrouwen met een werkende man, die in principe wel zouden willen werken, maar die het moeilijk vinden om iets leuks te vinden. Ook in toenemende mate de zzp'ers, mensen die als freelancer op zoek zijn naar een baan, maar geen recht hebben op een uitkering en daarom niet ingeschreven staan. Ook de illegalen die bang zijn om zich te registreren en de legale buitenlandse werknemers die niet weten hoe ze zich moeten registreren. Ook AOWers die nog zin hebben om te werken zien vaak weinig nut van een inschrijving bij een arbeidsbureau. Ook zijn er in bedrijven vaak mensen in dienst die feitelijk niet veel doen, maar niet of moeilijk ontslagen kunnen worden. Vooral bij de overheid zijn er zo veel werkgelegenheidsprojecten. De overheid helpt daarnaast bijvoorbeeld zwakbegaafden aan het werk in gesubsidieerde instellingen. Als het weer beter gaat met de arbeidsmarkt wordt ook de verborgen werkloosheid minder. Deze vorm van werkloosheid wordt niet opgenomen in de statistieken.

Jeugdwerkloosheid[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1934. In de Centrale Werkplaats van het comité voor jongere werklozen te Amsterdam leren jongeren een vak om meer kans te hebben op een baan in het bedrijfsleven.

In slechte tijden neemt de Jeugdwerkloosheid al snel toe. De oorzaak is dat het in Nederland heel moeilijk is om mensen te ontslaan en bijvoorbeeld oudere dure werknemers te vervangen door goedkopere jongeren. In slechtere economische tijden ontslaan werkgevers dan eerst het flexibele personeel, de uitzendkrachten. Vervolgens worden contracten voor bepaalde tijd (Jaarcontracten) niet verlengd. Ook neemt men geen nieuwe mensen meer aan. Dat maakt het voor de werklozen en dan met name de schoolverlaters en herintreders, moeilijk om snel een baan te vinden. Zij missen daardoor de mogelijkheid om werkervaring op te doen. Als dat lang duurt gaat men het accepteren en zich daarop instellen. Er wordt minder gesolliciteerd omdat het toch kansloos is. Er wordt geprobeerd zwart werk te vinden. Mensen verhuizen ook naar gebieden waar nog wel werk is. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er zo veel mensen uit Nederland naar landen als Canada en Australië vertrokken. Men sprak toen van een braindrain. Na de economische crisis van 1979 zag je dat weer. Dit leidde tot onder andere de punk, de krakers en de no-future generatie. Dit werd toen de verloren generatie genoemd [2][3][4]

Maatregelen die tegen de jeugdwerkloosheid getroffen werden zijn de VUT en later het prepensioen om ouderen over te halen om eerder te stoppen met werken. De startsalarissen werden verlaagd in bijvoorbeeld het onderwijs. De leerplicht werd verlengd om de jeugd langer op school te houden. En de jeugd zelf bleef ook langer op school, de ene studie werd aan de andere geplakt. De laatste jaren wordt gesproken over de verlaging van de bijstand voor (ouders van) werkloze jongeren en ook de oprichting van werkkamppen voor (half) (criminele) jeugd.

Werkloosheidsduur[bewerken]

Een korte periode van werkloosheid (enkele maanden), kan over het algemeen goed worden overbrugd en kan voor de werkloze zelfs positieve effecten hebben als deze kans ziet zich zo nodig te heroriënteren op ander werk dat meer perspectieven biedt. In veel landen wordt zo'n heroriëntatie door de overheid actief gesteund, onder meer door scholing en re-integratiebegeleiding aan te bieden[bron?]. Ook de (voormalige) werkgever kan in sommige gevallen nog verplichtingen hebben.

Tegenwoordig is de jaarlijkse instroom in en uitstroom uit de werkloosheid in omvang veelal groter dan de omvang van het Bestand:de meeste werkloosheid duurt korter dan een jaar. Toch komt ook langdurige werkloosheid voor, zeker als er aan aantal jaren achtereen sprake is van een ruime arbeidsmarkt.

Een bekend verschijnsel op de arbeidsmarkt is dat naarmate de werkloosheid langer duurt, de kans om weer aan het werk te komen afneemt. Dit hoeft niet samen te hangen met dalende motivatie of met stigmatisering, maar is het gevolg van eenvoudige logica: degenen met de beste kans op het vinden van nieuw werk stromen snel uit, en degenen met minder kans blijven achter.

Naast langdurige werkloosheid komt ook herhaalde werkloosheid voor, als voormalig werklozen moeite hebben een nieuwe baan vast te houden. Dit verschijnsel doet zich met name onder jongeren voor. De concentratie van werkloosheid onder een deel van het arbeidsaanbod is daarom groter dan men op basis van enkel langdurige werkloosheid zou denken.[5] Sommige wetenschappers menen zelfs dat er sprake is van een dubbele arbeidsmarkt, met een primair en een secundair segment.[6]

Technische werkloosheid[bewerken]

Dit is werkloosheid die tijdelijk van aard is ten gevolge van uitzonderlijke gebeurtenissen, zoals een brand, een overstroming, machinebreuk,...

Seizoenswerkloosheid[bewerken]

Een aparte vorm van werkloosheid is seizoensgebonden werkloosheid. Dit is werkloosheid die zich enkel voordoet tijdens bepaalde seizoenen. Dit komt doordat er tijdens deze seizoenen in bepaalde sectoren geen werk is. Enkele voorbeelden van deze sectoren zijn onder andere de bouw, de fruitpluk, de wijnbouw, de wintersporten, de horeca en het toerisme. Vroeger toen de landbouw belangrijker was had je meer seizoenswerkloosheid.

Frictiewerkloosheid[bewerken]

Treft werkzoekenden die korte tijd geen baan hebben, hoewel er voor hun passende betrekkingen beschikbaar zijn. Voorbeeld hierbij is personen die plots hun werk verliezen, aan personen die vrijwillig hun werk opgeven om een andere baan te zoeken en aan nieuwkomers die een eerste baan zoeken. Het is dus de werkloosheid gedurende de tijd die nodig is om een job te vinden of om van job te veranderen.

Structurele werkloosheid[bewerken]

Dit is de werkloosheid ten gevolge van structurele ontwikkelingen in de economie van een land. Zoals sectoriële verschuivingen waardoor sectoren verdwijnen en nieuwe ontstaan terwijl het arbeidsaanbod zich niet snel genoeg aanpast. Internationale verschuivingen waardoor de productie verhuist naar lageloonlanden. Daarnaast heb je ook nog de demografische, culturele en technische veranderingen. Structurele werkloosheid betreft de meest problematische vorm van werkloosheid.

Conjuncturele werkloosheid[bewerken]

Dit is werkloosheid ten gevolge van de laagconjunctuur die meestal het gevolg van een cyclische inzinking, van het tekort schieten van een of meer componenten van de globale vraag of de globale bestedingen. Oorzaak ligt aan de vraagzijde van de economie.

Registratie[bewerken]

Werkloosheid in de (landen van de) Eurozone sedert 1995

De mate van werkloosheid wordt uitgedrukt in een 'werkloosheidscijfer': het totaal aantal werklozen dat bij de arbeidsbureaus staat geregistreerd. Dit percentage wordt als een van de indicatoren gezien voor hoe een land er economisch voor staat.

Internationaal[bewerken]

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) definieert een werkloze als iemand die niet werkt, onmiddellijk beschikbaar is voor een passende betrekking en er actief naar zoekt. Een werkloze dient aan elk van deze drie voorwaarden te voldoen. De werkloosheidsgraad wordt bepaald als het procentueel aandeel van de werklozen in de beroepsbevolking. Van belang is ook voor hoeveel uur men beschikbaar is voor werk. Als men minder dan 12 uur per week wil werken wordt men niet als werkloos meegeteld. Ook bestaat er tegenwoordig zoiets als deeltijd werkloos. Ook mensen die ziek zijn, zwanger, op ouderschapsverlof, in de gevangenis, op vakantie zijn, een sabbatical nemen of met een studie bezig zijn tellen niet mee als werkloze. Al met al is minder dan de helft van de totale bevolking onderdeel van de beroepsbevolking.

Registratie in Nederland[bewerken]

Voor bepaalde organisaties is het dan ook nog van belang of iemand een uitkering aanvraagt of niet. Soms worden alleen de mensen met een werkloosheidsuitkering als werkloze meegeteld. Huisvrouwen, WAO'ers, zzp'ers, AOW'ers en illegalen worden soms wel en soms niet meegeteld.

Sociale gevolgen[bewerken]

In de huidige maatschappij is werk niet alleen de belangrijkste bron van inkomsten. Het werk bepaalt ook voor een belangrijk deel iemands identiteit en diens sociale contacten. Werklozen staan over het algemeen laag in aanzien. Werkloosheid kan, zeker als het langer duurt, daarom tevens leiden tot sociale isolatie alsook tot sociale spanningen als de werkloze door de omgeving niet meer voor vol wordt aangezien.

Nog een probleem waar vooral langdurig werklozen mee te maken kunnen krijgen is dat ze, door het ontbreken van vaste tijdschema's, erg onregelmatig gaan leven, niet meer op normale uren eten en slapen. Dit vergroot de problemen om alsnog werk te vinden en kan leiden tot gezondheidsproblemen.

Verantwoordelijkheid[bewerken]

Werkloosheid is in het vrije ondernemerschap van het kapitalisme een welhaast vast gegeven. Werkgevers en ook de overheden zijn immers niet verplicht om iedereen werk te verschaffen en zijn vrij om naar eigen inzicht te streven naar een goed bedrijfsresultaat. In onze maatschappij draagt de overheid wel verantwoordelijkheid voor evenwicht op de arbeidsmarkt, maar haar middelen zijn beperkt.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Gebruiksvriendelijke VDAB-kaart arbeidsmarkt (20 mei 2011), deredactie.be
  2. K. ten Have en G. Jehoel-Gijsbers, "Werkloze jongeren: een ook sinds eind jaren zeventig als apart sociaal probleem erkend.
  3. Sociaal Economische Raad, "Rapport over de arbeidsmarkt van jongeren", 1977
  4. A. Bouman, J.A.M. Heijke, J. de Koning, "Ontwikkelingen en oorzaken van jeugdwerkloosheid", Ministerie van Sociale Zaken / Nederlands Economisch Instituut, Rotterdam, 1979
  5. G. den Broeder, "Recidive onder jongere werklozen. Een onderzoek naar omvang en betekenis van herhaalde werkloosheid onder jongeren", Nederlands Economisch Instituut, Rotterdam, 1986
  6. F.C. Valkenburg, A.M.C. Vissers, "Theorie van de dubbele arbeidsmarkt", Instituut voor Arbeidsvraagstukken / Nationaal Programma Arbeidsmarktonderzoek, Tilburg, 1978