Werkvloer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Werkvloer in voedingsindustrie.
Werkvloer in distributiecentrum.
Werkvloer in de autoindustrie.
Werkvloer in het bankwezen.
Werkvloer op kantoor.

Werkvloer is letterlijk de vloer van de werkplek, werkplaats of fabriek, waar de werknemers werken al dan niet met machines. De werkvloer wordt wel geplaatst tegenovergesteld het kantoor, waar de administratie wordt gevoerd en het management leiding geeft aan het bedrijf. Het kantoor met zijn administratieve afhandeling heeft echter ook zijn eigen werkvloer. In bijvoorbeeld het bank- en verzekeringswezen vormt deze administratie op de werkvloer zelfs het primaire productieproces.

Het begrip "de mensen op de werkvloer" is een metafoor voor de arbeidersklasse.

Organisatie van de werkvloer[bewerken]

Op de werkvloer werkt het uitvoerend personeel onder de productieleider. De schakel tussen de werkvloer en de leiding van de organisatie, zoals (afdelings-)directeuren, wordt verzorgt door het middenkader. Het aantal medewerkers van een directe baas wordt span of control genoemd. Het aantal lagen tussen de werkvloer en de directeur wordt wel "depth of control" genoemd.

In een platte organisatiestructuur zijn er weinig tot geen tussenliggende managementlagen tussen de werknemers en de managers. Dit organisatiemodel stimuleert betrokkenheid van de werknemers door een gedecentraliseerd besluitvormingsproces. Wanneer het personeel van de werkvloer meer verantwoordelijkheid krijgt en de tussenlaag van het middle management wordt verwijderd, dan bereiken commentaar en terugkoppeling al het personeel dat bij een besluit betrokken is veel sneller. De snelheid waarmee de klant zijn verwachte respons krijgt kan hierdoor worden verhoogd. Doordat de interactie tussen de werknemers toeneemt, is dit organisatiemodel in het algemeen meer afhankelijk van een meer persoonlijke relatie tussen medewerkers en managers. Deze structuur kan hierdoor meer tijdrovend zijn om te implementeren, dan een traditioneel bureaucratisch/hiërarchisch model.

In 2000 deed Peter Drucker de volgende uitspraak:

  • De grootste verdienste van het management van de 20e eeuw is de vijftigvoudige verbetering van de productiviteit van de fabriekswerker.
  • De grootste uitdaging van het management voor de 21e eeuw is om de productiviteit van de kenniswerker op een vergelijkbare wijze te verbeteren.

Hiermee geeft hij aan dat er iets moet veranderen op de werkvloer. Steeds vaker hoor en lees je over het nieuwe werken, onder andere in relatie tot mobiliteit.

Organisatietheorie[bewerken]

Er zijn allerlei theorie over de organisatie van het werk op de werkvloer, zoals:

  • Scientific management
  • Human relations voortgekomen uit de Hawthorne-experimenten van Elton Mayo, dat aantoonde hoe groepen het individuele gedrag op de werkvloer kunnen beïnvloeden.
  • Ergonomie is de wetenschappelijke studie van de mens in relatie tot zijn omgeving. Dit kan een product, ruimte of werkplek zijn.
  • Job enrichment is een theorie over het motiveren van werknemers door hen een uitgebreider takenpakket aan te bieden. Dit idee is ontwikkeld door de Amerikaans psycholoog Frederick Herzberg in de 1950er jaren.
  • Theorie over kwaliteitskringen, gericht op het organiseren van lezingen, trainingen en informatieve bijeenkomsten bij bedrijven op de werkvloer. Het doel hierbij is om het management en de medewerkers te laten leren van anderen, om te innoveren en, waar het kan, te verbeteren.
  • Organizing is een methode van de vakbond om werknemers op de werkvloer te organiseren en om via strategische campagnes druk uit te oefenen op werkgevers.

Veel van deze theorie is uitgewerkt in de technische bedrijfskunde.

Organisatie-advies[bewerken]

Vanaf het eerste organisatie-adviesbureau is een deel van het organisatie-advies gericht op de werkvloer. Hier kunnen studies worden verricht de van productieprocessen ten behoeve van technische verbeteringen en/of verbeteringen op het gebied van planning aan. Voorstellen worden veelal in overleg met de werklieden en het lager kader besproken en beproefd.[1]

Belangrijke activiteiten van de eerste organisatie-adviesbureaus, zoals het Organisatie Advies Bureau, waren:[2]

Met dit werk is een klasse van organisatie-advies werk ontstaan, dat van blijvend belang is.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Constant Botter (1988). Industrie en organisatie : een verkenningstocht. 15e dr. Deventer : Kluwer. p.25
  2. Peter Hellema en Joop Marsman (1997). De organisatie-adviseur: De opkomst en groei van een nieuw vak in Nederland 1920-1960. Boom. ISBN 905352312x. p.22-27