Wesendonck-Lieder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wesendonck-Lieder zijn een liederencyclus voor vrouwenstem en piano van Richard Wagner uit 1857, geschreven op vijf gedichten van Mathilde Wesendonck. Wesendonck was de vrouw van Wagners mecenas, de koopman Otto Wesendonck. De componist onderhield met haar een stormachtige liefdesaffaire. Later ontstonden er orkestversies van het werk.

Mathilde Wesendonck schreef haar vijf gedichten gedurende de twaalf jaar dat de componist met zijn vrouw Minna sinds 1849 in Zwitserland in ballingschap leefde. Ze woonden in een klein huis in de buurt van Zürich, de stad waar de Wesendoncks hun residentie hadden. "Aangezien ik in mijn leven nooit het geluk van de liefde heb mogen proeven, wil ik voor de mooiste van mijn dromen een gedenkteken oprichten, waarin deze liefde van begin tot eind volledig tot bloei van komen" schreef Wagner in 1854 aan Liszt.

Nadat Wagner in september van 1857 het libretto van Tristan und Isolde had voltooid, zette hij de vijf gedichten van Mathilde op muziek. Uit de gedichten blijkt dat Mathilde de tekst van Tristan aandachtig bestudeerd moet hebben. Muzikaal gelden de liederen Im Treibhaus en Träume als voorstudies voor de opera Tristan und Isolde: ze zijn in deze opera respectievelijk in de prelude voor de derde acte en in de rustiger gedeelten van het duet in de tweede acte terug te horen.

Ter gelegenheid Mathildes 29e verjaardag in 1857 arrangeerde Wagner Träume voor viool en orkest. Dirigent Felix Mottl zou veel later een orkestversie van de complete cyclus schrijven.

Vijf gedichten voor een vrouwenstem[bewerken]

  • Der Engel
  • Stehe still!
  • Im Treibhaus
  • Schmerzen
  • Träume


Portal.svg Portaal Klassieke muziek