Westerse cultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leonardo da Vinci's Vitruvische Mens, een symbool van de veranderingen van de Westerse cultuur tijdens de Renaissance

De term westerse cultuur heeft betrekking op de verzameling aan normen, waarden, gebruiken en soms artefacten die de vele culturen in de westerse wereld met elkaar delen. Tegenwoordig verspreiden 'westerse waarden' zich steeds sneller over de hele wereld en grijpen ze diep in in alle geledingen van voorheen traditioneel conservatieve samenlevingen.

Definities en kenmerken[bewerken]

Het begrip "westerse cultuur" is een verzamelterm voor de vele westerse (sub)culturen in de wereld. Meer specifiek heeft de term betrekking op een cultuur die haar historische oorsprong vindt in Europa, maar zich als gevolg van kolonisatie, handel en massamedia verspreid heeft over het grootste deel van de wereld. Elementen van deze cultuur zijn:

Het Jodendom wordt ook tot de westerse cultuur gerekend, omdat het christendom historisch gezien is voortgekomen uit het jodendom.[bron?]

Er zijn drie belangrijke kenmerken in de westerse cultuur die voortdurend op elkaar inwerken:

  • een belangrijk kenmerk is de vrije meningsuiting: in principe mag alles ter discussie worden gesteld en is het geoorloofd dat men zijn afwijkende mening mag publiceren en in de openbaarheid brengen zonder te hoeven vrezen voor sancties van overheden of religieuze groeperingen die geforceerde consensus opleggen. Een hieruit voortgekomen verschijnsel is de wetenschappelijke methode die wetenschappelijke theorie toetst aan de werkelijkheid. Hierdoor wordt een, voortdurend verder aangescherpt, wetenschappelijk model van de werkelijke wereld geschapen waarvan een neveneffect is dat er, ook steeds efficiënter, voortdurende technische innovatie plaatsvindt waarvan de producten ook voortdurend geïntegreerd worden in de westerse maatschappij.
  • Nog een belangrijk kenmerk van de westerse cultuur en de Amerikaanse in het bijzonder, is misschien wel dat ze zeer syncretistisch is: ze neemt allerlei kenmerken en uitingen van andere culturen makkelijk in zich op en vermengt deze tot iets nieuws. Goede voorbeelden hiervan zijn jazz, blues en popmuziek. Hierin zijn, soms zonder vaste toonsoort en soms naast de Europese toonschaal, veel Afrikaanse ritme-invloeden verwerkt.
  • Een ander kenmerk, volgend uit de vrije meningsuiting en het opnemen van nieuwe cultuurelementen en technische innovaties, is dat ze zich voortdurend aanpast aan veranderende omstandigheden: de hedendaagse westerse cultuur zou voor een Europeaan van nauwelijks een eeuw geleden al vreemd overkomen.

Oorsprong en verspreiding over de wereld[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Europese kolonisatie

Sinds de nieuwe tijd, toen de Europeanen met de verkenning en onderwerping van de rest van de wereld begonnen werd de westerse cultuur de dominante cultuur van de wereld. Aanvankelijk had de westerse cultuur nauwelijks invloed op de rest van de wereld, behalve in de beide Amerika's, waar de indiaanse culturen betrekkelijk snel vernietigd werden.

In de 19de eeuw kreeg het Westen meer invloed door het imperialisme maar hoofdzakelijk op de elite van de onderworpen volken. Vaak gingen zoons van de inheemse aristocratie en rijke handelaren in Europa studeren waarbij ze kennis maakten met begrippen als het nationalisme. Zij brachten de 'revolutionairen' voort die in de 20e eeuw de meeste onderworpen landen tot onafhankelijkheid brachten. Er zijn ook landen die nooit bezet of gekoloniseerd zijn door Europese staten maar die toch westerse waarden hebben overgenomen. Zo heeft ook Turkije, zonder ooit gekoloniseerd te zijn, na de val van het Ottomaanse Rijk in 1924 elementen van de Europese cultuur overgenomen (rechtspraak, positie van de vrouw, scheiding van godsdienst en staat e.a.).

Heden[bewerken]

Tegenwoordig verspreidt de westerse cultuur zich, gedragen door de almaar grotere wereldwijde goederenstromen, snelle verbindingen en massamedia, steeds massaler over de wereld, wat in de ontvangende culturen vaak gepaard gaat met een mengeling van bewondering, afgunst en afkeer. Technische innovaties worden meestal begerenswaardig gevonden, de in het Westen veel voorkomende geseculariseerde en geïndividualiseerde levensstijl, met een relatief geringe rol voor traditionele familiebanden, familie-eer en trouwens voor eer in het algemeen, worden nogal eens als bedreigend ervaren door de heersende politieke en religieuze elites in deze landen, vooral doordat deze elites hun censurerende greep op de informatiestromen onder hun onderdanen steeds moeilijker kunnen handhaven. Christelijke zending en missie wordt door hen soms gezien en voorgesteld als verlengstuk van Westers imperialisme. Door de steeds invloedrijker wordende massamedia, recentelijk uitgebreid met satelliettelevisie en het internet, ook in nog autoritair bestuurde, traditionele en conservatieve landen zien min of meer onderdrukte bevolkingsgroepen zoals minderheden, achtergestelde bevolkingsklassen en vrouwen dat de gebruikelijke waarden, normen en levenswijzen in hun landen niet de enig mogelijke zijn. Langzaam komt er van binnen uit dan ook weerstand tegen de 'gevestigde orde' daar. In meer conservatieve culturen is eeuwenlang relatief weinig veranderd en als zich daar toch nieuwe denkbeelden en leefwijzen aankondigen, vaak oorspronkelijk afkomstig uit het Westen, dan is daar aanvankelijk ernstig verzet tegen. Dit roept soms gewelddadig verzet op van anti-westers gezinde fundamentalisten die zichzelf als de 'hoeders' beschouwen van doorgaans als onaantastbaar geziene, 'goddelijke en eeuwige waarheden' die met alle middelen verdedigd moeten worden. Een extreem voorbeeld hiervan zijn de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Desondanks sluipen er toch steeds meer westerse waarden in het denken, doen en dagelijkse leven van een almaar groter wordend deel van de wereldbevolking. De verwachting van veel 'trendwatchers'[1] is dat op de lange termijn westerse waarden toch langzaam gemeengoed worden onder oorspronkelijk niet-westerse culturen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. DAVID S. LANDES, Arm en rijk, waarom sommige landen erg rijk zijn en andere erg arm; Uitgeverij het Spectrum, juni 2000 ISBN 9789027491060