Westland (Nederlandse streek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Glazen Stad: omgeving van 's-Gravenzande en Heenweg met op de voorgrond het Staelduinse Bos

Het Westland is van origine een landstreek in de provincie Zuid-Holland. Het betreft het gebied ten noorden van de Nieuwe Waterweg, ten zuiden van Den Haag, ten noordwesten van Maassluis, en ten westen van Delft.

De naam 'Westland' is afgeleid van de westelijke ambachten van het Hoogheemraadschap van Delfland. Deze westelijke ambachten omvatten naast het huidige glastuinbouwgebied ook Rijswijk, Voorburg en Vlaardingerambacht.

Sinds 1 januari 2004 is Westland ook de naam van een grote gemeente in dit gebied. Verder liggen er in de streek de gemeente Midden-Delfland en de kern Hoek van Holland, die deel uitmaakt van de gemeente Rotterdam. Loosduinen, momenteel een stadsdeel van Den Haag, is een voormalig Westlands tuindersdorp dat net zoals Wateringse Veld door de stad Den Haag is geannexeerd.

Het meest bekend is Westland om zijn glastuinbouw, en de oranje gloed die er 's nachts de hemel verlicht, afkomstig van de assimilatieverlichting in de kassen. De streek dankt aan deze glazen warenhuizen ook zijn bijnaam de Glazen Stad.

Geschiedenis[bewerken]

Het Westland werd al bewoond vóór de Romeinse tijd. Dit kan aangetoond worden door verschillende vondsten van scherven van aardewerk. Ook zijn er donkere lagen in de bodem gevonden die wijzen op het gebruik van meststoffen.

In de omgeving van Poeldijk, Naaldwijk en Honselersdijk zijn scherven gevonden uit de tijd van de Romeinen, wat wijst op bewoning in die tijd.

Ook na de Romeinen moest er bewoning in het Westland zijn geweest. Veel scherven uit de negende eeuw zijn gevonden in de streek. Deze zijn vooral gevonden in de omgeving van Naaldwijk, Maasland, Wateringen en Honselersdijk.

Regelmatig werd het Westland aan het begin van de jaartelling geteisterd door overstromingen, waardoor er vanaf de kust kreken ontstonden. Langzaam slibden deze dicht, waardoor er bewoning op mogelijk werd. Later vormden zich opnieuw kreken door overstromingen, waaronder de Gantel die ten zuiden van Monster begint en langs Poeldijk en Wateringen stroomt. Door deze overstromingen werd er een kleidek afgezet van één tot anderhalve meter dik. Dit kleidek, waar bewoning op mogelijk was, bevond zich in de driehoek Monster-Delft-Maassluis. Buiten dit kleidek leefden men op terpjes. Op andere plaatsen beschermde men zich door middel van dijken tegen het water. Deze dijken dienden als verbindingswegen tussen andere nederzettingen en er werd op gewoond. Dorpen als Poeldijk, Honselersdijk, Wateringen en De Lier zijn op deze manier ontstaan.

Het ontginnen op grote schaal kon echter pas beginnen na de aanleg van de oude Maasdijk, wat voor die tijd al vrij vroeg was. Toen het Hoogheemraadschap Delfland werd opgericht in 1300, lagen in de Westlandse streek al zware dijken.

Later werd ook de Gantel bedijkt, omdat deze nog altijd in verbinding stond met de zee. In de twaalfde eeuw was de bedijking rond 's-Gravenzande tot stand gebracht. De Nieuwlandse polder werd in 1421 bedijkt. De bedijking van de Oranjepolder volgde tijdens het bewind van stadhouder Frederik Hendrik in 1644 en de Buiten-Nieuwlandsepolder of Binnenpolder werd in 1777 bedijkt.

Glastuinbouw[bewerken]

Uit een bevolkingsonderzoek, genaamd Informacie, gedaan in 1514 om de belastingen vast te stellen, is gebleken dat er in die tijd nog niet aan tuinbouw werd gedaan. De bronnen van bestaan waren toen voornamelijk akkerbouw en veeteelt.

In de zestiende eeuw waren de omstandigheden verbeterd en nam de teelt van fruit toe. In de 17e en 18e eeuw breidde dit zich verder uit. Cruquius tekende in 1712 op zijn kaart op veel plaatsen in het Westland tuinbouwgebieden.

Door de ligging van het Westland was het gebied geschikt voor tuinbouw. De ligging aan de kust zorgde voor relatief hoge temperaturen in de winter, wat voordelig was voor de tuinbouw. Daarnaast lag de streek tussen de groeiende steden waar de vraag naar tuinbouwproducten toenam. Ook de goede waterverbindingen voor het transport naar deze steden waren gunstig. Einde negentiende eeuw werd door de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM) een lokaal spoornet geopend om de streek aan te sluiten op het nationaal spoornet. Hoewel de WSM voornamelijk goederen vervoerde was er ook reizigersvervoer per stoomtram.

Door het gunstige klimaat konden druiven in de open lucht geteeld worden tegen zogenaamde druivenmuren. Het zand van de oude strandwallen werd gebruikt om de bodemkwaliteit van de veen- en kleigronden te verbeteren. Al in 1261 werden er in 's-Gravenzande druiven geteeld in de wijngaard van een klooster. Ook in de jaren erna waren er wijngaarden bij de buitenplaatsen en versterkte huizen van de Westlandse adel.

De tuinbouw startte in het Westland op grotere schaal in de 19e eeuw. Rond 1828 was de regio een centrum voor de druiventeelt en exporteerde ze, door de komst van de stoomboot, vooral naar het Verenigd Koninkrijk. De helft van de totale opbrengst van 1837, zo'n 7500 kg, werd naar het Verenigd Koninkrijk geëxporteerd.

Door een grote landbouwcrisis in 1880 in West-Europa ging men kijken naar andere teelten en andere verkoopmethoden. Tuinders gingen gebruikmaken van glas voor de teelt van groente en fruit, waardoor de druivenmuren geleidelijk verdwenen. Een nieuwe verkoopmethode was het veilen van de producten.

tomatenteelt

De druiventeelt nam enorm toe vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, maar stortte in na de oorlog doordat de Zuid-Europese landen druiven veel voordeliger konden leveren. Als vervanging van druiven kwam de tomatenteelt op en worden er momenteel in het Westland nog maar weinig druiven geteeld.

Het glastuinbouwgebied, de Glazen Stad, beperkt zich grotendeels tot de gemeente Westland. In Midden-Delfland (zoals boven betoogd ook deel van de streek het Westland) overheerst de veeteelt.

Het Westland is een welvarende en innovatieve streek, dit door de snelgroeiende ontwikkeling op het gebied van de agribusiness. Er ontstaan veel nieuwe technieken om beter te kunnen functioneren als tuinbouwbedrijf, van de dichte kas tot de cabriokas.

Prijzen[bewerken]

  • Westland Inspiration Award, een prijs die sinds 2010 uitgereikt wordt aan de meest inspirerende Westlandse persoon en Westlands bedrijf.

Cultuur[bewerken]

Er zijn veel organisaties en verenigingen in het Westland die zich inzetten voor de culturele ontwikkeling.

Muziek[bewerken]

Een band die zong in het Westlands dialect en veel heeft betekend voor de erkening van de eigen streekcultuur van het Westland is de Kromme jongens. Dit omdat zij teksten zongen over het Westland en het harde, onzekere tuindersleven. Hoewel de band actief was van 1988 - 1998 zijn ze nog steeds populair. In 2006 en 2007 werd er zelfs een musical is opgevoerd, genaamd de Kromme Jongens waarin nummers waren verwerkt van de band. Deze eerste echte Westlandse musical trok in 37 voorstellingen 26.398 bezoekers.

Hokken[bewerken]

Zoals in wel meer plattelandsstreken het geval is zijn er in het Westland jongerenketen, vaak hokken genoemd, waarin voornamelijk in de weekenden veel wordt gedronken. Onderkomens die veel gebruikt worden zijn: caravans, zolders, keten, kantines en schuren. In de gemeente Westland, waar ongeveer 200 tot 250 drankketen zijn,[1] maakt men onderscheid tussen hokken zijnde een verlengde huiskamer, die gezien worden als een sociale ontmoetingsplaats en commerciële hokken met hoge drankomzetten. Hierbij worden de hokken die fungeren als een verlengde huiskamer met rust gelaten, in tegenstelling tot de commerciële hokken die hard worden aangepakt.[2] Het Bureau Eerlijke Mededinging (BEM), onderdeel van Koninklijke Horeca Nederland ziet graag dat alle hokken in het Westland verdwijnen, omdat zij het oneerlijke concurrentie vinden voor de horeca. Vooralsnog geeft het college van burgemeester en wethouders geen gehoor aan de wens van het BEM en gaat, om het drankmisbruik tegen te gaan, voorlichting geven aan jongeren en ouders.[3]

Dialect[bewerken]

De Westlandse dialecten vallen in de Zuid-Hollandse groep. Ze hebben overeenkomsten met bijvoorbeeld het Haags en Rotterdams, maar verschillen er ook duidelijk van, door bijvoorbeeld de rollende r (in plaats van de brouw-r uit de steden). Bovendien bewaren ze meer Oud-Hollands taaleigen: er komen mutaties in voor van korte klinkers (mos 'mus', orrete 'erwten') en woorden die in de standaardtaal ouderwets zijn (aanstons 'straks', eerdaags 'binnenkort'). Deze kenmerken wijzen in de richting van nog ouderwetsere Hollandse dialecten als het Schevenings en het Katwijks. Het Westlands is de zangtaal van de Kromme Jongens (zie boven).

Jaarlijkse evenementen[bewerken]

  • Varend Corso. Dit jaarlijkse evenement komt onder meer in Schipluiden, Delft, Rijswijk en Westland. Het corso duurt in totaal drie dagen
  • Waterpop in Wateringen
  • Wateringse wielerdag, een jaarlijks terugkerend criterium dat op de donderdag in de week na de Ronde van Frankrijk wordt gehouden
  • Braderieën die variërend van twee tot zes dagen duren gehouden worden in de verschillende kernen in de zomer
  • Nationale Zomerbloemententoonstelling in Naaldwijk.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Ridder, J.G. De (1979) Uit de geschiedenis van het Westland. Den Haag: Kruseman's uitgeversmaatschappij B.V.
  1. Rechter beslist over hokken - Algemeen Dagblad, 21 januari 2008
  2. Hokkenbeleid: nu aan de slag - Algemeen Dagblad, 13 maart 2009
  3. gemeente westland gaat drankmisbruik tegen met voorlichting geraadpleegd op 31 maart 2009