Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wet Bopz)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen of Wet Bopz[1] is een Nederlandse wet die op 17 januari 1994 van kracht is geworden en bedoeld is om te komen tot een verantwoorde toepassing van Middelen en Maatregelen en zodoende de patiënt te beschermen tegen machtsmisbruik en willekeur. Voorts omschrijft deze wet ook de rechten van de patiënt gedurende het onvrijwillige verblijf. De wet vervangt de Krankzinnigenwet uit de 19e eeuw.

Bopz-instellingen[bewerken]

Mensen kunnen op basis van de Wet Bopz alleen worden opgenomen in een instelling die daarvoor is aangemerkt. Die zorginstellingen moeten zijn gericht op opname, behandeling, begeleiding en verzorging van patiënten met een Bopz-indicatie.

De wet is van toepassing op de volgende instellingen:

Wijze van opname[bewerken]

De wet maakt onderscheid tussen verschillende omstandigheden waaronder iemand wordt opgenomen. Voor alle patiënten geldt in ieder geval de volgende procedure:

  • Bij verzet:

Als iemand zich verzet tegen opname, en er veel haast bij is, kan inbewaringstelling met toestemming van de burgemeester worden geëist. Deze inbewaringstelling, afgekort IBS, kan worden omgezet in een verblijf dat langer duurt dan 4 tot 6 weken zoals wordt aangeduid in de geldende procedure. Tijdens deze periode wordt de geestestoestand van de patiënt nader onderzocht. Bij langer verblijf in de zorginstelling is toestemming nodig van de rechter. Men spreekt dan over een voorlopige (rechterlijke) machtiging. Dat kan alleen als het vermoeden bestaat dat deze persoon een gevaar vormt - voor zichzelf, anderen of de omgeving - en het gevaar niet op een andere manier is af te wenden en voortkomt uit een geestesstoornis. Deze machtiging geldt eerst voor maximaal zes maanden, met de mogelijkheid van verlenging met telkens één jaar. Een verlenging wordt aangeduid als 'machtiging tot voortgezet verblijf'.

  • Een psychiatrische patiënt kan ook een machtiging op eigen verzoek krijgen:

Dit is van toepassing wanneer hij of zij aanvankelijk wel wil worden opgenomen, maar vermoedt later de opname te willen stopzetten.

Opname in een Bopz-instelling voor verstandelijk gehandicapten[bewerken]

Verstandelijk gehandicapten kunnen zowel vrijwillig als met een Bopz-indicatie opgenomen worden in een Bopz-instelling. Bij deze laatste moet de indicatie aantonen dat artikel 60 van de Wet Bopz van toepassing is, oftewel dat de cliënt geen bereidheid tot of bezwaar heeft tegen het verblijf in de Bopz-instelling. De indicatiecommissie (CIZ) heeft de verantwoordelijkheid voor het verstrekken van deze indicatie.

Verschillende opname-varianten[bewerken]

  • Vrijwillige opname van de patiënt in de Bopz-instelling. De patiënt ondertekent een verklaring waarop hij aangeeft vrijwillig te willen verblijven in de Bopz-instelling.
  • De patiënt, ouder dan 12 jaar, maakt geen bezwaar tegen de opname in een Bopz-instelling maar geeft ook niet zelf aan hier te willen verblijven. Het CIZ zal in deze situatie op verzoek van de Bopz-instelling tot indicering overgaan en overeenkomstig artikel 60 beoordelen of de patiënt een verstandelijke handicap heeft en wel of niet in staat is zich zelfstandig te handhaven buiten een inrichting.
  • De patiënt, ouder dan 12 jaar, geeft aan bezwaar te hebben. Een indicatiestelling van het CIZ is niet voldoende; verblijf kan enkel plaatsvinden op basis van een inbewaringstelling of een rechterlijke machtiging.
  • Patiënten onder de leeftijd van 12 jaar. Hiervoor dient instemming van beide ouders te zijn; bij onenigheden zal de rechter een besluit moeten nemen.

De artikel 60-procedure genoemd in punt twee, wordt op eveneens toegepast bij patiënten met een psychogeriatrische aandoening.

Rechten van de patiënt volgens de Wet Bopz[bewerken]

  • Behandelplan of zorgplan:

Als mensen gedwongen zijn opgenomen in een instelling, stelt de wet een behandelplan verplicht. In de zorg voor verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische cliënten heet dit een zorgplan. De betrokkene moet zelf instemmen met het behandel- of zorgplan. Kan hij dat niet, dan kan de partner, ouder of wettelijke vertegenwoordiger namens hem instemmen.

  • Dwangbehandeling:

Ook in een instelling kan sprake zijn van gevaarlijke situaties, zoals mensen die zichzelf verwonden, agressief zijn tegen anderen of ernstige vernielingen aanrichten. Om dergelijke situaties te verminderen of af te wenden, kan een instelling bepaalde middelen en maatregelen of dwangbehandeling toepassen. Daarvoor zijn strikte voorwaarden in de wet opgenomen.

  • Klachtrecht:

Tegen het wilsonbekwaam verklaren, toepassen van dwangbehandeling of van middelen en maatregelen of het niet uitvoeren van een behandelplan, kan iemand die gedwongen is opgenomen een klacht indienen bij het bestuur van de instelling. Als de patiënt dat zelf niet kan, dan kan een naaste, de wettelijk vertegenwoordiger of een medebewoner dat doen. Naast dit speciale klachtrecht op grond van de Wet Bopz, geldt voor iedereen ook de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.

Nieuw in de Wet Bopz[bewerken]

  • Sinds 2004 bestaat tevens de voorwaardelijke machtiging:

Met een voorwaardelijke machtiging wordt iemand niét opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, zolang hij zich houdt aan bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld het innemen van medicijnen. Deze machtiging geldt voor maximaal zes maanden, met de mogelijkheid van verlenging met telkens één jaar.

Deze is bedoeld voor mensen van wie het ernstige vermoeden bestaat dat zij door hun geestesstoornis een gevaar vormen voor zichzelf. Ze kunnen dan maximaal drie weken worden opgenomen. In die periode kan geen andere dwang plaatsvinden dan iemand op de afdeling te houden. Daarna kan deze persoon weer naar huis. Het kan ook gebeuren dat er aansluitend op de observatiemachtiging bijvoorbeeld een inbewaringstelling, een voorlopige machtiging of voorwaardelijke machtiging nodig is.

  • Eind 2006, een jaar na de invoering, haalde de Hoge Raad de regeling grotendeels onderuit:[2]

In een zaak, aanhangig gemaakt door een patiënt, oordeelde de Raad dat voor observatie in een kliniek alleen het vermoeden van een stoornis onvoldoende is. Psychiaters moeten met objectief medisch onderzoek vooraf kunnen aantonen dat sprake is van een stoornis die de tijdelijke vrijheidsbeneming kan rechtvaardigen.

Volgens psychiaters heeft die uitspraak de observatiemachtiging overbodig gemaakt. Die machtiging voegt bovendien niets toe aan de praktijk, zeggen ze. Hulpverleners doen steeds meer aan bemoeizorg, zoeken zorgmijders actief op en weten wie een stoornis heeft. Een observatie is dan niet nodig. Veel van hen kunnen bij gevaar meteen gedwongen worden opgenomen. De cijfers wijzen uit dat die weg vaker wordt gevolgd: tussen 2001 en 2006 is het aantal gedwongen opnames met bijna 50 procent gestegen tot bijna 17 duizend.[3]

De observatiemachting is dan ook per 1 januari 2009 vervallen.

  • Op 7 november 2006 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel zelfbinding aangenomen:

Zelfbinding biedt de mogelijkheid tot opname, verblijf en behandeling van psychiatrische patiënten tegen hun wil. Voorwaarde is wel dat deze patiënten zich daartoe eerder, in een wilsbekwame periode, bereid hebben verklaard.

Vlaanderen[bewerken]

In België circuleert nog de oude benaming collocatie, voor een "gedwongen opname".

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Informatie en procedure BOPZ-indicatie bij verblijf van Siza Dorp Groep (Arnhem), d.d. 21 juni 2005
  • Ministerie VWS