Wet van Dulong en Petit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet van Dulong en Petit is een naar Pierre Louis Dulong en Alexis Thérèse Petit genoemde wet, die zegt dat alle vaste stoffen per mol eenzelfde warmtecapaciteit c hebben, namelijk

c = 3 R = 25 \mathrm{~J\; mol^{-1} K^{-1}}.

Hierin stelt R de algemene gasconstante voor. Dit verband is voor het eerst getoond in 1819.[1]

De meeste vaste stoffen volgen de wet redelijk goed, alleen diamant heeft een vier keer lagere warmtecapaciteit en voor silicium is de waarde ook lager. De oorzaak van de afwijkingen is dat effecten van kwantummechanica voor die stoffen nog sterk meespelen bij kamertemperatuur.

Als voorbeeld enkele chemische elementen:

Element Soortelijke warmte
(J/kg.K)
molmassa
(kg/mol)
Soortelijke warmte
(J/mol.K)
Antimoon 210 0,12176 25,57
Aluminium 900 0,026982 24,28
Molybdeen 250 0,09594 23,99
Tin 227 0,11871 26,95
Zilver 235 0,10787 25,35
Uranium 120 0,23803 27,64
Silicium 710 0,028086 19,94
Diamant (Koolstof) 502 0,012011 6,03

Referentie[bewerken]

  1. Petit A.-T., Dulong P.-L.: Recherches sur quelques points importants de la Théorie de la Chaleur. In: Annales de Chimie et de Physique 10, 395-413 (1819)