Wet van Say
De Wet van Say is een economisch principe dat wordt toegeschreven aan de Franse zakenman, politicus en econoom Jean-Baptiste Say (1767-1832). De wet stelt dat er geen vraag kan zijn zonder aanbod omdat de totale vraag (koopkracht) en het totale aanbod (productie) per definitie gelijk moeten zijn. Een onjuiste, maar vaak genoemde samenvatting van de Wet van Say is dat “elk aanbod zijn eigen vraag schept”.
Een centraal element binnen de wet van Say is dat een recessie niet kan ontstaan door een gebrek aan vraag of aan geld. Hoe meer goederen (waar vraag naar is) er worden geproduceerd, hoe meer diezelfde goederen (aanbod) de vraag vormen naar andere goederen. Voorspoed zou dan ook vergroot moeten worden door de productie te stimuleren, niet de consumptie. Vanuit Says standpunt leidt het vergroten van de geldhoeveelheid simpelweg tot inflatie; meer geld om dezelfde hoeveelheid goederen te kopen representeert geen echte vergroting van de vraag.
Says formulering [bewerken]
James Mill gaf de wet van Say als volgt weer: “De productie van goederen creëert, en is de enige en universele oorzaak die een markt creëert voor de geproduceerde goederen”. In Says woorden: “producten worden betaald met producten” (1803: blz. 153), of “een overschot kan slechts ontstaan als er te veel productiemiddelen voor het ene product worden aangewend en te weinig voor een ander”. (1803: blz. 178-9). Uitgebreid op dit punt ingaand schreef hij:
Hij schreef ook:
|
Het is niet de overvloedigheid van geld maar de overvloedigheid van andere producten in het algemeen die voor verkopen kunnen zorgen. Geld speelt geen andere rol dan die van geleider in deze dubbele ruil. Als de uitwisselingen klaar zijn zal men zien dat er met producten voor producten is betaald. |
Say was het oneens met claims dat het slecht ging met bedrijven omdat mensen niet genoeg geld hadden en er dus meer geld gedrukt zou moeten worden. Say beargumenteerde dat de mogelijkheid om dingen aan te schaffen alleen verhoogd kon worden door een hogere productie. James Mill gebruikte de wet van Say als argument tegen hen die de economie wilde oppeppen met niet-productieve consumptie. Consumptie vernietigt rijkdom, in tegenstelling tot productie die de bron is van economische groei. De vraag naar een product bepaalt de prijs van een product, niet of het geconsumeerd zal worden.