Weven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Traditioneel weven in Guatemala
Weven in een demonstratie op de Pompoendag
Japanse weefster
Bioscoopjournaal uit 1969. Weefdemonstraties door de jeugdweefkring in het Nederlands Textielmuseum te Tilburg.
Reportage uit 1966 over machinaal weven met behulp van een computer.

Materialen[bewerken]

Weven is het vervlechten van horizontale en verticale groepen draden tot textiel. Het is een zeer oude techniek waarop heel veel varianten bestaan. De draden waarmee textiel wordt geweven kunnen van verschillend materiaal zijn, zoals:

Beschrijving[bewerken]

Voor het weven spant men een aantal draden in verticale richting parallel op. De constructie waarop dit gebeurt heet scheren. De opgespannen draden heten schering. Soms moeten deze scheringdraden (of kettingdraden) gelijmd (gesterkt) worden om meer veerkracht en weerstand te hebben tegen breuk tijdens het weven. Vervolgens worden één voor één andere draden haaks hierop, op horizontale wijze tussen de schering door, in het weefgetouw ingelegd. Deze draden heten inslagdraden. Deze draden worden strak tegen elkaar aangedrukt door middel van een zogenaamd 'riet'.

Het weven[bewerken]

Bij een weefgetouw kunnen de draden van de schering (of ketting) per groep worden opgetild door schachten of kammen. Door in een bepaald patroon de kettingdraden op te tillen of te laten vallen, ontstaan welbepaalde ingeweven patronen (bindingen), die soms heel ingewikkeld kunnen zijn. Tot het midden van de twintigste eeuw werden de inslagdraden met behulp van een schietspoel in het weefsel geweven. Deze schietspoel is een schuitvormig blokje, waarin een spoel met draad tijdens het heen en weer bewegen wordt afgewikkeld.

Linnenbinding

Patronen of bindingen[bewerken]

Het eenvoudigste patroon wordt gevormd door de linnenbinding, platbinding, effen- of snelbinding. Hiervoor moet de inslagdraad telkens één kettingdraad opnemen en de volgende laten vallen. De ene inslagdraad neemt de even genummerde kettingdraden op, de volgende de oneven kettingdraden. Bij ingewikkelder patronen kan de inslagdraad twee of meer kettingdraden in een keer opnemen. Combinaties zijn eveneens mogelijk, waarbij de inslagdraad twee kettingdraden opneemt en er vervolgens één laat vallen (de kettingkeper), of omgekeerd (de inslagkeper). Anderzijds kunnen er ook twee of meer kettingdraden worden opgenomen en een gelijk aantal worden overgeslagen (de gelijkzijdigkeper). Wanneer men het beginpunt steeds verder opschuift ontstaat de keper, een schuine ribbel in het weefsel.

Soorten getouwen[bewerken]

Bij modernere weefmachines worden de inslagdraden ingebracht met ofwel starre stangen (grijpers genoemd), met een klein metalen projectiel (op Sulzer weefgetouwen) of de inslagdraden kunnen ingebracht worden met luchtdruk en/of waterstraal. Het soort weefgetouw en de gebruikte techniek om de inslagdraden in te weven worden meestal bepaald door het soort weefsel dat men wenst te weven.

Voor tapijten en zware weefsels worden meestal grijpers gebruikt.

Bij weefmachines die met waterstraaltechniek werken kan men meestal slechts met synthetische garens weven.

Afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek weven op in het WikiWoordenboek.