White Star Line

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
White Star vlag
Oceanic II (1899)
Titanic

De White Star Line of Oceanic Steam Navigation Company was een rederij uit Engeland, vooral bekend vanwege de Titanic die onder de vlag van deze rederij voer en op haar eerste reis zonk.

Oorsprong[bewerken]

De White Star Line (WSL) werd in 1845 in Liverpool als White Star Line of Boston Packets opgericht door John Pilkington en Henry Wilson. De vloot van de rederij bestond uit zeilschepen en vanaf 1863 ook uit stoomschepen.

In 1867 ging de rederij failliet en werd voor 1.000 pond sterling opgekocht door Thomas Ismay, directeur van de Britse National Line. Hij nam naam, logo en imago van de failliete originele White Star Line over met als doel met grote passagiersschepen de Atlantische oversteek te gaan maken. Door een overeenkomst te sluiten met de scheepswerf Harland and Wolff kon hij een nieuwe vloot stoomschepen bouwen. De schepen van de White Star Line kregen namen die allemaal op -ic eindigden, zoals Oceanic, Baltic en Atlantic. In maart 1871 vertrok als eerste de Oceanic uit Liverpool, met een bestemming in Noord-Amerika. Later werden extra diensten opgenomen, waaronder naar Australië en Nieuw-Zeeland. In 1899 liet Ismay de Oceanic II bouwen, volgens velen een van de mooiste stoomschepen uit de negentiende eeuw. Met dit schip besloot de WSL zich voortaan niet te richten op de snelst mogelijke overtocht maar op zo veel mogelijk comfort voor de passagiers. Hiermee werd tevens het verbruik van kolen binnen de perken gehouden.

Titanic en zusterschepen[bewerken]

De belangrijke rivaal van de WSL was de Cunard Line. Om te concurreren met de populaire vlaggenschepen van Cunard, de Lusitania en de Mauretania, bestelde Ismay in 1907 een drietal nieuwe schepen bij de scheepswerf van Harland and Wolff. De schepen moesten (in volgorde van bouwen) Olympic, Titanic en Gigantic gaan heten en door hun buitengewoon luxueuze inrichting passagiers bij Cunard weglokken. Na de ramp met de Titanic werd de Olympic aangepast en de Gigantic opnieuw ontworpen, gebouwd en Britannic gedoopt. Hoewel de Titanic en de Britannic ongelukkig en vroegtijdig aan hun eind kwamen, bleef de Olympic 25 jaar lang succesvol in de vaart.

Fusie[bewerken]

In 1902 werd de rederij overgenomen door de Amerikaanse International Mercantile Marine Company. In 1926 kwam de rederij weer in Britse handen met de overname door de Royal Mail Steam Packet Company. In 1933 waren zowel de WSL als de Cunard Line in grote financiële problemen door de Grote Depressie, teruglopende passagiersaantallen en de hoge gemiddelde leeftijd van de vloot. In 1933 stemde de Britse regering toe hulp aan beide bedrijven te bieden, onder voorwaarde dat zij gefuseerd verder zouden gaan. De overeenkomst werd op 30 december 1933 getekend. Samen gingen de bedrijven verder onder de naam Cunard White Star Line. Toen eind jaren vijftig Cunard alle aandelen in de rederij in handen kreeg, werd de naam echter weer veranderd in Cunard Line.

Vloot[bewerken]

White Star of Boston Packets, 1845-1869[bewerken]

Red Jacket, 1845
White Star
Ellen
Sirius
Royal Standard
Tayleur, 1854

White Star Line/Oceanic Steam Navigation Company, 1869-1933[bewerken]

Oceanic (I), 1871
Atlantic, 1871
Baltic I, 1871
Tropic I, 1872
Republic I, 1872
Adriatic I, 1872
Celtic I, 1872
Traffic I, 1872
Belgic I, 1872
Asiatic, 1873
Gaelic I, 1873
Britannic I, 1874
Germanic I, 1875
Arabic I, 1881
Coptic, 1881
Ionic I, 1883
Doric I, 1883
Belgic II, 1885
Gaelic II, 1885
Cufic I, 1885
Runic I, 1889
Teutonic, 1889
Majestic I, 1890
Nomadic I, 1891
Tauric, 1891
Magnetic, 1891
Naronic, 1892
Bovic, 1892
Gigantic I (nooit afgebouwd), 1892
Gothic, 1893
Cevic, 1894
Pontic, 1894
Georgic I, 1895
Delphic I, 1897
Cymric, 1898
Afric, 1899
Medic, 1899
Oceanic II, 1899
Gigantic II (Olympic II, nooit afgebouwd), 1899
Runic II, 1900
Suevic, 1901
Celtic II, 1901
Athenic, 1902
Corinthic, 1902
Ionic II, 1902
Nordic, 1902
Cedric, 1903
Victorian (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1903
Armenian (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1903
Arabic II, 1903
Romanic (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1903
Cretic, 1903
Republic II (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1903
Canopic (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1903
Cufic II, 1904
Baltic II, 1904
Tropic II, 1904
Gallic, 1907
Adriatic II, 1907
Laurentic I, 1909
Megantic, 1909
Olympic II, 1910
Zeeland (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1910
Nomadic II, 1911
Traffic II, 1911
Belgic III, 1911
Zealandic, 1911
Titanic, 1912
Ceramic, 1912
Ceric (nooit afgebouwd), 1913
Germanic II (nooit afgebouwd), 1913
Vaderland (Southland) (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1914
Lapland (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1914
Britannic II (Gigantic III), 1913
Belgenland (Belgic IV), 1917
Vedic, 1918
Bardic, 1919
Gallic, 1920
Mobile (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1920
Arabic III, 1920
Homeric (oorlogsbuit), 1920
Haverford (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1921
Poland (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1922
Majestic II (oorlogsbuit), 1922
Pittsburgh (gekregen van de International Mercantile Marine Company), 1922
Doric II, 1923
Oceanic III (nooit afgebouwd)
Delphic II, 1925
Regina (gekregen van de International Mercantile Marine Company)
Albertic, 1927
Calgaric, 1927
Laurentic II, 1927
Britannic III, 1930
Georgic II, 1932