Wijnroeier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een wijnroeier is een persoon die met een speciale peilstok (de wijnroede) de hoeveelheid wijn in een vat kon meten. Het beroep kwam in Europa voor tot in de negentiende eeuw. Het bijbehorende werkwoord is wijnroeien of pegelen (peilen).

Taak[bewerken]

De wijnroeiers hadden als taak om bij slijters of kopers vast te stellen hoeveel wijn er in hun vaten zat. Op basis daarvan kon de verschuldigde accijns worden berekend. Daarnaast werden de wijnroeiers ook bij slijters of particulieren ingeschakeld om de precieze hoeveelheden vast te stellen bij geschillen of in geval van twijfel. Behalve van wijnvaten peilden de wijnroeiers ook de inhoud van vaten olie, levertraan en andere vloeibare en droge handelswaren die in vaten werden bewaard.

De functie van wijnroeier was een openbaar ambt. Wijnroeiers waren dan ook in dienst van een stad of van het rijk. Voor toelating (admissie) als wijnroeier moest een examen worden afgelegd. Rond 1650 waren er in Amsterdam bijvoorbeeld zes wijnroeiers. Vaak waren wijnroeiers ook landmeters en omgekeerd. Er is een verordening voor de wijnroeiers van Parijs uit de dertiende eeuw bekend.

Wiskundige achtergrond[bewerken]

Vele rekenboeken uit de late middeleeuwen, de Renaissance en later beschrijven onder meer de methodes en rekenregels van de wijnroeiers. In Nederland bijvoorbeeld de rekenboeken van Adriaan Metius (1634), R. de la Rose (1639), C.F. Eversdijck (1655) tot aan die van Rehuel Lobatto (1839) en H. van Blanken (1857). Zij onderscheiden verschillende vormen vaten en geven algoritmes voor de inhoudsbepaling van volle en deels lege vaten.

Voor Johannes Kepler was een bezoek van een wijnroeier de aanleiding voor zijn Nova stereometria doliorum (1615) en Messekunst Archimedis (1616). In de Doliometria leidde hij de inhoud van allerlei omwentelingslichamen op meetkundige wijze af, waarmee hij vooruitliep op de integraalrekening. In de Duitstalige Messekunst populariseerde hij zijn bevindingen voor praktisch gebruik door wijnroeiers.

Bekende wijnroeiers[bewerken]

Bekende personen die de functie van wijnroeier hebben vervuld, zijn Meindert Hobbema (in Amsterdam), Ezechiel de Decker (in Den Haag) en Antoni van Leeuwenhoek (in Delft).

Wijnroedes[bewerken]

Vele historische musea hebben wijnroedes (de peilstokken van de wijnroeier) in hun verzameling. De schaalverdelingen kunnen lineair, kwadratisch of kubisch zijn of geschikt voor wanmeting, de inhoudsbepaling van deels lege vaten. Bijvoorbeeld het Universiteitsmuseum Utrecht bezit een aantal wijnroedes.

Historische literatuur[bewerken]

  • Anonymus, Die waerachtige const der Geometrien...Hoemen maken sal die wijnroede, om daer mede te roeden alderhande tonnen vaten cuypen backen ende dier ghelijcke, Brussel 1513 en Antwerpen 1547
  • Vanden Hoecke, Gielis, In Aritmetica een sonbderlinge excellent boeck.., Antwerpen 1545
  • Readts, Willem, Pracktijcke om lichtelijc te leeren visieren alle Vaten metter Wisselroede, Antwerpen, 1566
  • Kepler, J. Nova stereometria doliorum, 1615
  • Kepler, J., Messekunst Archimedis, 1616
  • Cardinael, S.H., Over het wijnroeien, z.j.
  • Metius, A., Manuale Arithmeticae et Geometricae Practicae, 1634
  • De Hartog, H., Nieuwe Theorie der Wijnroei- en Peilkunde, Amsterdam, P.E. Briet, 1815
  • Lobatto, R., Proeve eener nieuwe handelwijze ter bepaling van den inhoud der vaten, 1839
  • Van Blanken, H., Beginselen van Roei- en Peilkunde, Deventer, A. Tjaden, 1857

Verder lezen[bewerken]

  • Folkerts, M. Die Entwicklung und Bedeutung der Visierkunst als Beispiel der praktischen Mathematik der frühen Neuzeit.. Humanismus und Technik 18 (1974), 1-41