Wild zwijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie Wild Zwijn (documentaire) voor de Nederlandse documentaire van Willem Baptist.
Wild zwijn
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Everzwijn in modderbad (Grünwald, Duitsland)
Everzwijn in modderbad (Grünwald, Duitsland)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Suidae (Varkens)
Geslacht: Sus (Echte zwijnen)
Soort
Sus scrofa
Linnaeus, 1758
Big
Big
Afbeeldingen Wild zwijn op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Wild zwijn op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Video van wilde zwijnen bij een modderpoel.

Het wild zwijn of everzwijn (Sus scrofa), kortweg ever,[2] is het meest voorkomende lid van de familie der varkens (Suidae), en komt tegenwoordig over de hele wereld voor. Het is de wilde voorouder van het gedomesticeerde varken.

Beschrijving[bewerken]

Het wild zwijn is een krachtig zoogdier, dat qua uiterlijk veel op het varken lijkt. Het dier heeft een donkere borstelachtige vacht die 's winters langer is en hij heeft een dikke ondervacht. Het volwassen mannetje, keiler genaamd, heeft twee slagtanden, die door jagers "houwers" worden genoemd. Deze slagtanden zijn twee hoektanden in de onderkaak, die naar boven gericht staan. Ook de bovenste hoektanden zijn sterk ontwikkeld en wijzen omhoog. Over de borstkas heeft het mannetje een vier centimeter dikke laag kraakbeen, die dient als bescherming voor de longen en het hart in gevechten.

Mannetjes worden groter dan vrouwtjes. Een mannetje wordt gemiddeld 105 tot 167 centimeter lang, 64 tot 109 centimeter hoog en 33 tot 148 kilogram zwaar. De staart kan 17 tot 30 centimeter lang worden. In het oosten van Duitsland zijn mannetjes aangetroffen van bijna 200 kilogram zwaar en tot 185 centimeter lang. Het recordgewicht staat op 230 kilogram.[bron?]

Oog in oog met een volwassen wild zwijn

Een vrouwtje wordt gemiddeld 100 tot 146 centimeter lang, 59 tot 89 centimeter hoog en 30 tot 80 kilogram zwaar. De staart van het vrouwtje wordt 16 tot 28 centimeter lang.

In het noorden van Europa worden zwijnen zwaarder dan in het zuiden. Door kruisingen met grote verwilderde varkens worden zwijnen zelfs nog groter. Oudere zwijnen zijn zwaarder dan jongere dieren. Het lichaamsgewicht is ook afhankelijk van de leefomstandigheden, in goede omstandigheden kan het gewicht vrij snel verdubbelen.

Tien procent van de wilde zwijnen in het noordwesten van Europa hebben genen van tamme varkens. De bewuste genen zouden ze hebben gekregen in de jaren 00, waarschijnlijk na kruising met gefokte wilde zwijnen, die op hun beurt vaak met tamme varkens werden gekruist.[3]

Gedrag[bewerken]

Een troep wilde zwijnen op zoek naar voedsel

Wilde zwijnen zijn in de schemering en 's nachts actief. Het zijn alleseters, ze eten voornamelijk plantaardig voedsel zoals eikels, kastanjes, knollen en groene plantendelen, maar ook dierlijk voedsel als aas, regenwormen, insectenlarven en knaagdieren. Er zijn meldingen dat ook hertenkalveren ten prooi vielen. Meestal wroeten ze met hun gevoelige snuit in de bosbodem. Door dit gewroet komt de minerale ondergrond vrij waardoor bepaalde zaden beter ontkiemen.

Wilde zwijnen leven in kleine groepen, "rotten" genaamd, bestaande uit vrouwtjes met hun jongen en één- en tweejarige zwijnen. Keilers leven daarentegen meestal solitair. Onvolwassen mannetjes kunnen zich soms in los groepsverband ophouden. Ze zijn redelijk honkvast. In Polen trekken de dieren in de lente uit de bossen naar maisvelden en andere landbouwgebieden, waar ze tot in de herfst blijven.

Zwijnen kunnen in gevangenschap 15 tot 20 jaar oud worden, in het wild 8 tot 10 jaar.[bron?]

Voortplanting[bewerken]

Wild zwijn met biggen

De paartijd (bronst, rauschtijd) duurt van september tot maart.

De biggen, frislingen genoemd, worden geboren tussen februari en juni, na een draagtijd van 115 dagen. De meeste biggen worden in maart geboren. Zeugen krijgen maximaal 12 jongen per worp, dit komt overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Meestal krijgen ze vier tot zeven jongen per worp. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen.

De biggen zijn bij de geboorte ongeveer 1,1 kilogram zwaar. Ze hebben horizontale strepen, ook wel "pyjama" genoemd, die dienen als camouflage. De strepen verdwijnen na drie tot vijf maanden. De jongen worden geboren in een door de moeder aangelegd nest, de "ketel". In dit nest blijven ze samen met hun moeder de eerste week van hun leven. Na een week sluiten moeder en jongen zich weer aan bij de oorspronkelijke groep. Als zwijnen jongen hebben kunnen ze agressief worden tegen mensen, mochten deze te dichtbij komen.

Na een jaar zijn de zwijnen geslachtsrijp. Ze worden in deze periode "overlopers" genoemd. Mannetjes zullen zich echter nog niet voortplanten.

Leefgebied[bewerken]

Biotoop[bewerken]

Verwilderde zwijnen in de Amerikaanse staat Florida

Wilde zwijnen komen voornamelijk voor in loofbossen, halfopen landschap en landbouwgebied, mits er voldoende beschutting is. Wilde zwijnen waren oorspronkelijk verspreid over vrijwel geheel Europa en grote delen van Azië en Afrika. Van Ierland tot Japan en Java: in bossen in Europa (noordelijk tot Zuid-Scandinavië), Noordwest-Afrika en het grootste gedeelte van Azië (met uitzondering van het hoge noorden, het Arabisch Schiereiland, de woestijnen van China en Mongolië, Indonesië ten oosten van Java, en op Borneo en de Filipijnen). Ze zijn ingevoerd in onder andere de Verenigde Staten, op de Molukken en enkele eilanden in de Grote Oceaan. Het is wel zo dat er regionaal en lokaal nogal wat verschillende soorten en variëteiten bestaan. Verwilderde varkens komen ook in een groot gedeelte van de wereld voor, waaronder in Australië.

Het wild zwijn is tegenwoordig uitgestorven in Egypte. Ook was het wild zwijn sinds de 17e eeuw uitgestorven op de Britse Eilanden. In een aantal gebieden is er echter sprake van een terugkeer. Een groot aantal van de nieuwe populatie komt van ontsnappingen uit fokboerderijen, een kleiner aantal verdween uit dierentuinen. Met name door vernielingen bij een storm in 1989 is een grote groep ontsnapt. Er bestaat ook het vermoeden dat een aantal expres is losgelaten. Deze nieuw gevormde populaties lijken begin 21e eeuw levensvatbaar.

Voorkomen in de Benelux[bewerken]

Het wilde zwijn was lang niet inheems in Nederland, het laatste werd in 1826 waargenomen. Dat veranderde toen in opdracht van prins Hendrik in 1907 wilde varkens werden uitgezet in de bossen van de Koninklijke Houtvesterij Het Loo. Anno 2010 zijn ze in grote delen van Oost-Nederland te vinden en is er, niet alleen in Limburg maar ook in Drenthe en Twente, sprake van de komst van dieren van over de Duitse grens. Nederland kent twee 'officiële' (en deels ingerasterde) leefgebieden voor het wild zwijn, te weten de Veluwe (ca. 60.000 hectare) waaronder onder andere het Nationaal Park De Hoge Veluwe (ca. 6000 hectare), de Koninklijke Houtvesterijen Het Loo ("het Kroondomein") en het Nationaal Park Veluwezoom. Buiten de Veluwe is er het Nationaal Park De Meinweg bij Roerdalen. Voor overig Nederland hanteert men een zogenaamd nuloptie-beleid - wat wil zeggen dat men ze liever helemaal ziet verdwijnen. Toch weten de varkens zich in enkele regio's ver buiten hun officiële leefgebied goed te handhaven en zelfs uit te breiden, de inspanningen van veel jagers en faunabeheerders ten spijt. Behalve op de Veluwe leeft sinds de jaren negentig een toenemende aantal in Zuid-(Gulpen) en Midden-Limburg (Nederweert) en zelfs Zuidoost-Brabant (Valkenswaard), verder kleine aantallen in Twente, het Rijk van Nijmegen, Drenthe en zelfs het gebied van de Utrechtse Heuvelrug.

In België komen everzwijnen van nature voor in de Ardennen. Uitgezette zwijnen zijn de laatste jaren echter ook in overlast gevende aantallen aanwezig in Belgisch Limburg en zelfs in het Zoniënwoud ter hoogte van Brussel. Ook is er sprake van een forse populatie nabij Zedelgem, rond de bossen van Brugge.

Jacht[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1949 over een jacht op wilde zijnen in de Drunense duinen.
14e eeuws schilderij van de wilde zwijnenjacht

Wild zwijn is zeer geliefd bij de jagers. Het vlees smaakt sterker dan gewoon varkensvlees en wordt vaak gemarineerd gegeten of verwerkt in stoofpotten. De haren van een zwijn worden wel gebruikt voor kwasten. In restaurants in gebieden waar gejaagd wordt staat in de herfst en winter het vlees vaak op het menu.

Ook wordt er op gejaagd om eventuele plagen te voorkomen. Wilde zwijnen kunnen namelijk schade aanrichten aan de landbouw. Er mag dan gejaagd worden om de populaties in omvang te beperken.

In het grootste deel van Nederland geldt het zogenaamde 'nulstandbeleid', wat inhoudt dat er geen enkel wild zwijn voor mag komen, met uitzondering van de Veluwe en de Meinweggebied. In Zuidoost-Brabant is het nulstandbeleid moeilijk houdbaar.

Om de stand in Nederland beperkt te houden kan na het opstellen van een beheersplan door de Provincie een ontheffing worden verleend op het verbod om zwijnen te doden. Het aantal kan dan gereduceerd worden en wordt zo in overeenstemming gebracht met de draagkracht van het gebied. Die draagkracht kan bepaald worden door de hoeveelheid beschikbaar voedsel, de hoeveelheid schade aan landbouwgewassen en aan de hand van de verkeersveiligheid (hoeveelheid aanrijdingen).

Tot 2002 mochten de wilde zwijnen worden (bij-)gevoerd. Vanaf 1 april 2002 is dat bij de Flora- & Faunawet verboden. Slechts 15 kg per 100 hectare per jaar mag als lokvoer verstrekt worden. Dat is zo weinig dat één zwijn er slechts twee weken van kan leven.

Symboliek[bewerken]

In de christelijke iconografie is een everzwijn het attribuut van de gepersonifiseerde wellust. De ever wordt dan vertrapt door de gepersonifiseerde kuisheid.[2] In de Griekse mythologie komt een verwoestend everzwijn voor in het verhaal Meleager. Het dier wordt door de hoofdpersoon gedood. In de oude Noord-Europese mythologie is Gullinbursti ('Goudborstel') het everzwijn dat met de vruchtbaarheidsgod Freyr wordt geassocieerd. Ook in de Ierse mythologie krijgt het everzwijn een speciale betekenis als vruchtbaarheidssymbool.

Ondersoorten[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Wild zwijn op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b Hall, J. (2000). Hall's Iconografisch Handboek. Leiden: Primavera Pers. ISBN 90-74310-05-2
  3. DNA van varken in wild zwijn. Natuurbericht.nl (22 februari 2013) Geraadpleegd op 22 februari 2013