Wilhelm Burgdorf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Wilhelm Burgdorf (14 februari 1895, Fürstenwalde/Spree - 1 mei 1945, Berlijn) was een hoge Duitse officier in de Tweede Wereldoorlog.

Hij beleefde de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog vanuit de führerbunker, waar hij kort na de zelfmoord van Adolf Hitler de hand aan zichzelf sloeg.

Burgdorf was aanvankelijk commandant van de 529e compagnie, werd bevorderd tot waarnemend hoofd van de Duitse afdeling die over personeelszaken in het leger ging en werd in oktober 1944 bevorderd tot hoofd van die afdeling. Tevens werd hij bevorderd tot chefadjudant van Adolf Hitler. Beide functies beoefende hij tot aan het eind van de oorlog.

Wilhelm Burgdorf speelde een belangrijke rol in de dood van de populaire Duitse generaal Erwin Rommel die ervan verdacht werd achter de mislukte aanslag op Adolf Hitler te zitten. Generaal Wilhelm Keitel besefte dat een proces tegen Rommel voor de nodige opschudding zou zorgen en stuurde Burgdorf samen met generaal Ernst Maisel richting Rommel om hem ervan te overtuigen dat zelfmoord voor hem de beste optie was. Rommels familie zou dan verder met rust gelaten worden en hij zou een staatsbegrafenis krijgen. Een kwartier nadat Rommel en Burgdorf samen in een auto wegreden werd de vrouw van Rommel gebeld dat haar man was overleden. Burgdorf was samen met Joseph Goebbels, Hans Krebs, en Martin Bormann getuige en ondertekenaar van het testament van Adolf Hitler.

Burgdorf pleegde op 1 mei 1945 samen met generaal Hans Krebs zelfmoord in de führerbunker. Zijn lijk werd gevonden door Rochus Misch.