Willem George Frederik van Oranje-Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik met zijn oudere broer Willem, omstreeks 1790

Willem George Frederik van Oranje-Nassau (Den Haag, 15 februari 1774 - Padua, 6 januari 1799) was de jongste zoon van stadhouder Willem V en Wilhelmina van Pruisen, bijgenaamd: Fritz. Hij was de broer van koning Willem I

Opleiding en in Staatse dienst[bewerken]

In zijn jeugd werd prins Frederik opgeleid door de generaal Stamford, de wiskundige Leonhard Euler en de geschiedkundige Herman Tollius. Na een militaire opleiding in Brunswijk, waar zijn neef regerend hertog was, begon de actieve dienst van de prins in 1792 toen de Staten-Generaal hem de rang van luitenant-generaal der cavalerie en grootmeester der artillerie verleenden. In 1793 werd reeds gebruikgemaakt van zijn militaire capaciteiten toen de Republiek verdedigd moest worden tegen de Fransen. Hij bleek een bezielend aanvoerder en stond meestal in de voorste gelederen.[bron?] Prins Frederik had de verdediging op zich genomen van het noordwestelijke deel van Staats-Brabant. Later was hij onderbevelhebber van zijn oudere broer bij Menen en Veurne. Het Nederlandse leger leverde op 12/13 september 1793 slag bij het Vlaamse Wervik, waar prins Frederik door een kogel aan zijn schouder gewond raakte. Hij is van deze verwonding nooit geheel genezen. In 1794 werd hij benoemd tot generaal der cavalerie. In het vroege voorjaar onderscheidde hij zich bij het beleg van Landrecies.

In 1795 wilde de prins zich met de loyale troepen terugtrekken op Friesland, om van daaruit de Fransen en de patriotten te bevechten. Dit werd hem door zijn vader niet toegestaan, waarna hij met het stadhouderlijk gezin naar Engeland vluchtte. Op 22 juli 1795 vertrok prins Frederik met zijn aide de camp De Perponcher naar Osnabrück, waar het zogeheten rassemblement plaatsvond. In het koninkrijk Hannover verzamelden zich oranjegezinde officieren en er zouden troepen geworven worden voor een inval in de Bataafse Republiek. Pruisen wilde echter een oorlog met Frankrijk vermijden en onder deze druk werd het rassemblement opgeheven.

In Engeland vond hij zijn grote liefde: prinses Mary, een van de dochters van de Engelse koning George III. Van een huwelijk kon echter nog geen sprake zijn omdat George III vond dat zijn ongehuwde oudere dochters eerder aan de beurt waren.

Grafmonument, uitgevoerd door de beeldhouwer Antonio Canova.

In Oostenrijkse dienst[bewerken]

Prins Frederik begaf zich via Engeland naar Wenen, waar hij in mei 1796 in het Oostenrijkse leger dienst nam met de rang van generaal-majoor. Hij had het bevel over een brigade in het corps van Von Wartensleben, in het leger van aartshertog Karel. Later was hij in Nassau en Zuid-Duitsland onder bevel van Kray, ter verdediging van dat gebied. Prins Frederik nam deel aan diverse gevechten in Duitsland en speelde een rol in de verovering van Kehl in januari 1797. Omdat Frederik de Oostenrijkse legertactiek in Zuid-Duitsland misprees, verlangde aartshertog Karel dat hij samen met hem naar Italië vertrok. Daar werd hij bevelhebber van vier bataljons Duitse grenadiers. Met succes wist hij op 2 april 1797 de voorhoede van Napoleon bij Einöd tegen te houden, kort voordat de wapenstilstand viel bij Leoben, die resulteerde in de Vrede van Campo Formio. Vanwege zijn optreden in Einöd kreeg hij van de Oostenrijkse keizer de Maria Theresia Orde. Omdat hij nog steeds last had van zijn schouderwond, werd hij in de zomer van 1797 geopereerd te Görz en verbleef langdurig voor herstel in Baden. Op 29 oktober 1797 werd hij benoemd tot luitenant-veldmaarschalk. Met ziekteverlof bracht hij in de winter van 1797/1798 een bezoek aan Hampton Court. Eind april 1798 keerde hij terug naar Wenen. Er volgde een vijf weken durende inspectietocht langs de Italiaanse grens. Prins Frederik bleek nog steeds niet geheel hersteld en stortte in bij Gorizia. Op 14 november 1798 werd hij benoemd tot opperbevelhebber van het Oostenrijkse leger in Italië, met de titel van kaiserliche und königliche Feldzeugmeister. Daar bereidde hij het leger voor op de strijd tegen het Franse leger onder Schérer. Begin december 1798 betrok de prins zijn hoofdkwartier te Padua. Hij concentreerde zich op inspectiereizen en wapenschouwen.

Hij bezocht de vele zieken uit het leger. Mogelijk is de prins bij een van deze bezoeken besmet geraakt met een kwaadaardige koorts. Hij gunde zich te laat de tijd een arts te raadplegen.[bron?] In de nacht van 5 op 6 januari 1799 stierf prins Frederik in de armen van zijn adjudant De Perponcher.

Prins Frederik werd bijgezet in de kruisgang van het Heremietenklooster van Padua. In 1807 liet zijn familie een door Antonio Canova vervaardigd marmeren gedenkteken plaatsen. Dit gedenkteken is met de overblijfselen in 1815 overgebracht naar een nieuw graf aan de buitenzijde van de nabijgelegen Heremietenkerk (Chiesa degli Eremitani). De protestantse Frederik mocht niet in de kerk zelf rusten. In 1820 werd het stoffelijk overschot alsnog in de kerk herbegraven.

Herbegrafenis 1896[bewerken]

In 1896 wilde koningin Emma dat de prins werd overgebracht naar de Nieuwe Kerk in Delft. Ze reisde daartoe zelf naar Padua. Op de in de archieven aangegeven plaats werd het stoffelijk overschot toen echter niet aangetroffen. Het (uiteindelijk gevonden) overschot werd op 3 juli 1896 met een Nederlands marineschip naar Nederland overgebracht en op 7 augustus 1896 bijgezet in de grafkelder in Delft. Het gedenkteken werd eveneens opnieuw ingemetseld in de Nieuwe Kerk, waar het achter het praalgraaf van koning Willem I aanwezig is.

Voorouders[bewerken]

De voorouders van prins Frederik van Oranje-Nassau
Frederik van Oranje-Nassau
(1774-1799)
Vader:
Stadhouder Willem V
(1748-1806)
Grootvader:
Stadhouder Willem IV
(1711-1751)
Overgrootvader:
Stadhouder Johan Willem Friso
(1687-1711)
Overgrootmoeder:
Maria Louise van Hessen-Kassel
(1688-1765)
Grootmoeder:
Anna van Hannover
(1709-1759)
Overgrootvader:
Koning George II van Groot-Brittannië
(1683-1760)
Overgrootmoeder:
Caroline van Brandenburg-Ansbach
(1683-1737)
Moeder:
Prinses Wihelmina van Pruisen
(1751-1820)
Grootvader:
Prins August Willem van Pruisen
(1722-1758)
Overgrootvader:
Koning Frederik Willem I van Pruisen
(1688-1740)
Overgrootmoeder:
Sophia Dorothea van Hannover
(1687-1757)
Grootmoeder:
Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel
(1722-1780)
Overgrootvader:
Ferdinand Albrecht II van Brunswijk-Wolfenbüttel
(1680-1735)
Overgrootmoeder:
Antoinette Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel
(1696-1762)


Bronnen, noten en/of referenties
  • J. von Arnoldi, Leven en karakterschetsen van Willem George Frederik, prins van Oranje Nassau, keizerlijk en koninklijk veldtuigmeester (1821).
  • Willem Bilderdijk, Lijkgedachtenis van Zijne Doorluchtige Hoogheid prins Willem George Frederik van Oranje en Nassau, enz. enz. enz. Overleden, te Padua, op den 6 Januarij, 1799 (Leipzig 1799).
  • L. Bizio, Maladie, mort en sépulture de S.A. de Prince Guillaume George Frédéric d’Orange-Nassau. Documents officiels publiés a l’occasion du premier centenaire de sa mort (1899).
  • J.P. van Ginkel, Het leven van Willem George Fredrik, Prince van Orange etc. etc. etc. (Rotterdam 1802).
  • P.C. Molhuysen, P.J. Blok (e.a.), 'Frederik (Willem George Frederik)', Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek 1 (Leiden 1911) 894-896.