Willem IX van Aquitanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem IX
1070-1126
William IX of Aquitaine - BN MS fr 12473.jpg
Hertog van Aquitanië
Periode 1086-1126
Voorganger Willem VIII
Opvolger Willem X
Graaf van Poitiers
Periode 1086-1126
Voorganger Willem VI
Opvolger Willem VIII
Graaf van Toulouse
Periode 1110-1120
Voorganger Alfons Jordaan
Opvolger Alfons Jordaan
Graaf van Rouergue
Periode 1110-1120
Voorganger Alfons Jordaan
Opvolger Alfons Jordaan
Hertog van Gascogne
Periode 1086-1126
Voorganger Willem VIII
Opvolger Willem X
Vader Willem VIII van Aquitanië
Moeder Hildegarde van Bourgondië
Dynastie Huis Poitiers

Willem IX (22 oktober 1071 - Chizé, 10 februari 1126[1]), bijgenaamd de Troubadour of de Jonge, was een zoon van graaf Willem VIII van Poitiers en Hildegarde van Bourgondië. Willem wordt beschouwd als een van de belangrijke voorbeelden van dichters en zangers uit de riddercultuur van de latere middeleeuwen.

Leven en politiek[bewerken]

Willem volgde in 1086 zijn vader op als graaf van Poitiers en hertog van Aquitanië. In 1088 trouwde hij Ermengarde van Anjou (ovl. 1146), dochter van Fulco IV van Anjou. Zij was mooi en goed opgeleid maar had sterk wisselende stemmingen, en had de gewoonte om in een slechte bui onverwacht afzondering te zoeken in een klooster. In 1091 besloot Willem om Ermengarde te verstoten, zij hadden geen kinderen. In 1094 trouwde Willem met Philippa (ca. 1073 - Fontevraud, 28 november 1117), erfdochter van graaf Willem IV van Toulouse. Na de dood van Willem IV, nam Raymond IV van Toulouse echter de macht over in het graafschap Toulouse.

De paus bezocht Willem in 1095 maar die weigerde om deel te nemen aan de Eerste Kruistocht. Raymond nam wel deel aan de kruistocht en Willem maakte in 1098 van zijn afwezigheid gebruik om Toulouse te bezetten. De kerk dreigde met excommunicatie maar Willem vond dat hij alleen maar het rechtmatige bezit van zijn vrouw opeiste en hield voet bij stuk. Ongetwijfeld als verzoenend gebaar naar de kerk besloot Willem wel deel te nemen aan de Kruisvaart van 1101. Om deze onderneming te financieren verpandde hij het graafschap Toulouse aan Bertrand van Toulouse, de zoon van Raymond. Willems kruistocht verliep rampzalig en hij bereikte met slechts zes volgelingen het Heilige Land. Teruggekomen had hij conflicten met Fulco V van Anjou. Bertrand van Toulouse overleed in 1112 en dit gaf Willem de gelegenheid om in 1113 het graafschap Toulouse opnieuw te bezetten.

In 1114 kreeg Willem een conflict met de kerk over belastingen. Willem werd geëxcommuniceerd. Hij probeerde de bisschop van Poitiers deze excommunicatie te laten annuleren maar die weigerde, zelfs toen Willem hem persoonlijk met zijn zwaard bedreigde. Willem durfde zijn dreigement niet uit te voeren en gaf toe, met de volgende uitspraak "U bent mij niet zo dierbaar dat ik u nu al naar het paradijs wil zenden". Een jaar later werd Willem opnieuw geëxcommuniceerd omdat hij Amalberga, de vrouw van zijn vazal Amalrik van Châtellerault, ontvoerde en als minnares nam. Een afgezant van de paus vermaande Willem hierom maar Willem antwoordde de geestelijke: "Er zullen krullen op je tonsuur groeien voordat ik de burggravin zal verlaten!". Philippa voelde zich zo vernederd dat zij Willem verliet en haar intrek nam in de abdij van Fontevraud, waar Ermengarde ook al verbleef.

Na de dood van Philippa in 1118 verscheen Ermengarde aan het hof van Willem en eiste om als hertogin te worden hersteld, maar Willem weigerde dat. Tijdens het concilie van Reims van 1119 bepleitte ze nogmaals haar zaak, maar zonder succes. In 1120 wist Willem te bereiken dat de excommunicatie werd opgeheven. In ruil daarvoor trok hij naar Spanje om tegen de Moren te strijden. Willem vocht mee in de slag bij Cutanda en bij de verovering van Calatayud. Hij kreeg in Spanje van Imad al-Dawla Abdelmalik (heerser van Zaragoza (stad)) een oude Perzische vaas van bergkristal. Deze werd door zijn kleindochter Eleonora van Aquitanië aan haar eerste man, Lodewijk VII van Frankrijk, gegeven. De vaas is nu nog te zien in het Louvre. In 1121 verzoende Willem zich met zijn zoon Willem, met wie hij een conflict had wegens de affaire met Amalberga. De zoon trouwde zelfs een dochter van Amalberga en Amalrik om de verzoening te bezegelen. Willem verloor in 1122 definitief de macht over Toulouse. Hij overleed tijdens het beleg van het kasteel van Blaye.

Bestuur en cultuur[bewerken]

Willem moderniseerde het bestuur van zijn hertogdom door naast zijn vazallen aparte functies voor bestuurders en opzichters te creëren. Hij verbouwde zijn paleis in Poitiers en zijn hof daar was een van de belangrijkste hoven van Europa. Willem was beschermheer van een groot aantal kunstenaars. Vooral is hij bekend door zijn eigen gedichten in het Occitaans. Zijn gedichten gaan vooral over vrouwen en liefde maar ook over zijn eigen ervaringen en emoties in politiek en oorlog en over zijn eigen (overdreven) seksuele prestaties. Zijn minnares Amalberge komt onder de naam "Dangereuse" in zijn gedichten voor. Willem had gewoonte om ten strijde te trekken met een afbeelding van de naakte Amalberge op zijn schild.

Huwelijken en nakomelingen[bewerken]

Willem had geen kinderen uit zijn eerste huwelijk met Ermengarde. Na de scheiding hertrouwde Ermengarde met Alan IV van Bretagne en kreeg met hem drie kinderen. Ze bezocht het Heilige Land en werd begraven in Redon.

Willem en Philippa kregen de volgende kinderen:

Willem en zijn minnares Amalberge kregen de volgende kinderen:

Amalberge had uit haar huwelijk met Amalrik van Châtellerault vijf kinderen, waaronder Eleonore die trouwde met Willem X.

Gedicht[bewerken]

Een van de gedichten van Willem:

Ab la dolchor del temps novel
foillo li bosc, e li aucel
chanton chascus en lor lati
segon lo vers del novel chan;
adonc esta ben c'om s'aisi
d'acho don hom a plus tal an.

De lai don plus m'es bon e bel
non vei mesager ni sagel,
per que mos cors non dorm ni ri,
ni no m'aus traire adenan,
tro qu'ieu sacha ben de fi
s'el' es aissi com eu deman.

La nostr' amor vai enaissi
com la branca de l'albespi
qu'esta sobre l'arbre tremblan,
la nuoit, a la ploja ez al gel,
tro l'endeman, que·l sols s'espan
per las fueillas verz e·l ramel.

Enquer me membra d'un mati
que nos fezem de guerra fi,
e que·m donet un don tan gran,
sa drudari' e son anel:
enquer me lais Dieus viure tan
c'aja mas manz soz so mantel!

Qu'ieu non ai soing d'estraing lati
que·m parta de mon Bon Vezi,
qu'ieu sai de paraulas com van
ab un breu sermon que s'espel,
que tal se van d'amor gaban,
nos n'avem la pessa e·l coutel.

De inhoud van dit gedicht is ongeveer de volgende:
Dankzij de lente lopen de bomen uit en zingen de vogels hun lied, het is dus alleen maar goed als we ons geluk vinden.
Maar ik krijg geen bericht van de bron van mijn vreugde, ik weet niet wat te doen, ik weet niet of ik wens of vrees.
Onze liefde is als een nieuwe meidoornscheut die met moeite de regen en de vorst doorstaat, maar in de zon tot bloei komt.
Toen we onze strijd staakten, gaf ze me haar ring en sprak van liefde. God geve dat ik mag leven tot mijn handen onder haar mantel zijn geweest!
Vreemde woorden vervreemden een Goede Buur niet. Ik weet dat praatjes de ronde zullen doen. Maar laat anderen maar zeggen dat hun liefde groeit, onze vreugde is groter.

Externe link[bewerken]

Bron en meer gedichten met Engelse vertaling: [1]

Bronnen, noten en/of referenties