Willem Witsen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret van Willem Witsen (ca. 1893)

Willem Arnoldus Witsen[1] (Amsterdam, 13 augustus 1860 - aldaar, 13 april 1923) was een Nederlandse kunstschilder, fotograaf, etser en schrijver. Hij kwam uit de welgestelde familie Witsen, waartoe ook de 17e-eeuwse regenten Cornelis Jan Witsen en diens zoon Nicolaes Witsen behoorden.

Jeugd en vriendenkring[bewerken]

Tijdens zijn studie aan de Amsterdamse Rijksacademie was Willem Witsen bestuurslid van de naar de schutspatroon van de schilderkunst vernoemde kunstenaarsvereniging Sint Lucas. In 1885 richtte hij de Nederlandsche Etsclub op.[2] Hij behoorde tot de Tachtigers; een groep jonge kunstenaars met grote artistieke en zelfs politieke invloed in de jaren tachtig van de 19e eeuw. Hij publiceerde onder pseudoniem in het letterkundige tijdschrift “De Nieuwe Gids” en steunde het maandblad financieel. Schilders als George Hendrik Breitner, Isaac Israëls, Eduard Karsen en Jan Veth en schrijvers als Lodewijk van Deyssel, Albert Verwey, Willem Kloos, Hein Boeken en Herman Gorter behoorden tot zijn directe vriendenkring.

Werk[bewerken]

In Londen zag Witsen het werk van James McNeill Whistler. Hij werkte enige tijd in de kunstenaarskolonie Laren en in Rotterdam, Wijk bij Duurstede en Ede. Zijn prenten van Dordrecht maakte hij naar schetsen vanuit een bootje.[3] Na terugkeer in Amsterdam wordt hij lid van de kunstenaarsvereniging Maatschappij Arti et Amicitiae.

De zwaarmoedige Witsen was geen echte impressionist. Daarvoor zijn de vaak winterse voorstellingen onder sombere luchten wat te streng. Tijdens zijn eerste eenmanstentoonstelling, bij kunsthandel Van Wisselingh en Co. in 1895, wilde de verkoop van de donkere schilderijen aanvankelijk niet erg vlotten. Een paar jaar later, na zijn tweede tentoonstelling, bleken zijn Rotterdamse prenten, een Amsterdamse serie, enkele gezichten op Ede, maar vooral een serie aquarellen, een groot succes.

Verstilde Amsterdamse stadsgezichten, zoals die van de Herengracht en Leidsegracht, “Turfschepen in de Oude Schans” en “Huizen langs de oude Waal” behoren tot zijn sterkste werk.[4] In 1911 koopt Witsen opnieuw een ”zolderschuit” om, zoals duidelijk te zien is aan het lage gezichtspunt in veel van zijn werk, vanaf het water te kunnen werken. Er zijn prenten en schilderijen van zijn Venetiaanse indrukken. Hij experimenteerde met kleuretsen en aquatinten. Gedurende zijn hele carrière schilderde hij ook portretten en bloemstillevens. Prijzen op de Wereldtentoonstellingen in Parijs en St. Louis bezorgden hem internationale belangstelling. In 1915 bezocht hij de wereldtentoonstelling in San Francisco. Enkele jaren later maakte hij een reis naar Nederlands-Indië.

Foto's en brieven[bewerken]

Prins Hendrikkade te Amsterdam, 1891. Aquarel.

Zijn oorspronkelijk fotowerk verraadt de etser, die met grote aandacht voor uitsnede en gezichtspunt werkt in alle nuances van zwart-wit en ook in de techniek van het medium is geïnteresseerd.

Witsens in literair- en kunsthistorisch opzicht belangwekkende correspondentie staat op de site van de DBNL.[5]. Als gevolg van de samenwerking tussen de Koninklijke Bibliotheek en een groot aantal instellingen zijn duizenden persoonlijke documenten en foto’s betreffende Witsen en zijn kring digitaal toegankelijk via de online beeldbank “Het geheugen van Nederland” onder de titel: Willem Witsen, Tachtiger in brief en beeld [6].

Witsenhuis[bewerken]

  • Witsens atelier dat aanvankelijk ook door Breitner werd gebruikt, staat aan het Amsterdamse Oosterpark 82. Dit naar hem vernoemde Witsenhuis[7] verkeert in oorspronkelijke staat en is beperkt voor het publiek toegankelijk.[8]
  • Het Witsenhuis wordt aan schrijvers ter beschikking gesteld als tijdelijke woonruimte. Marga Minco woonde er van 1949 tot 1970 met haar echtgenoot Bert Voeten[9], van 1950 tot 1954 tegelijk met Gerrit Kamphuis. Latere bewoners waren onder anderen Jan Kal en Thomas Rosenboom.
  • De laat-romantische schrijver Nescio liet de hoofdpersoon in zijn verhaal Verliefdheid uit maart 1919 in dit huis wonen.[10]

Familie[bewerken]

In 1889 maakte Willem Witsens zuster, de zangeres Anna Witsen, een einde aan haar leven. Zij verdronk in de vijver van het buitenhuis van de familie, de Ewijckshoeve. Herman Gorter verwerkte de gebeurtenis in zijn gedicht in de zwarte nacht is een mensch aangetreden opgenomen in zijn bundel 'Verzen' (1890). Schrijver Arthur Japin liet zich in zijn toneelstuk Absinthe (2013) inspireren door Willem Witsens vriendenkring en de tragische omstandigheden rond de dood van zijn zuster Anna.

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten