Willem die Madocke maecte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Willem die Madocke maecte is de naam waarmee verwezen wordt naar de verder anonieme, vermoedelijk Oost-Vlaamse, auteur[1][2] die omstreeks 1260 de Middelnederlandse satire Van den vos Reynaerde schreef. De laatste jaren wordt Willem Corthals van Boudelo geregeld geopperd als de schrijver van de Reynaerd.

Biografie[bewerken]

Kerk van het voormalig Boudeloklooster te Gent

Er is zo goed als niets met zekerheid bekend over Willem, behalve het feit dat hij beweert de auteur geweest te zijn van 'Madocke'. Vermoedelijk ging het om een persoon uit de streek tussen Gent en Hulst. In de eerste regels van zijn 3469 versregels tellende gedicht over de sluwe vos maakt hij bekend dat hij "madocke" maakte, een verwijzing naar een ander Middelnederlands verhaal. Er is een interpretatie, die er mogelijk op kan wijzen dat Madocke een in de vergetelheid geraakt of zelfs verbannen verhaal is. Volgens andere interpretaties zou "madocke" een verwijzing naar prins Madoc van Wales zijn, die in 1170 naar Amerika zou zijn gevaren. Deze stelling werd door Hubert Lampo in zijn essay verdedigd.

In de laatste regels van Van den vos Reynaerde verschijnt het acrostichon "BI WILLEME", waarmee de auteur nogmaals zijn naam bevestigt.

Willem van Boudelo, alias Willem Corthals[bewerken]

Een mogelijke Willem is Willem van Boudelo (of Corthals). Hij was lekenbroeder in de abdij van Boudelo en beheerde voor de gravin van Vlaanderen een ziekenhuis in Rijsel. Voor haar kocht hij ook woeste gronden aan en bemiddelde hij in juridische conflicten. Vooral de streek rond Hulst kende Willem goed. Het minuscule plaatsje Absdale, tussen Hulst en Axel, neemt in Van den vos Reynaerde een grote plaats in. Willem van Boudelo was betrokken bij aankoop door de gravin van grond te Absdale; hij had er zelf een huis, zoals blijkt uit akten uit 1267 en 1280. In 1252 werd deze Willem door zijn kloosterorde berispt, omdat er veel klachten over hem kwamen.[3]

Status[bewerken]

Willem die Madocke maecte wordt in het Nederlandstalig taalgebied gezien als een belangrijk auteur. Het verhaal rond Reynaert heeft namelijk buitenlandse auteurs beïnvloed en dat komt in de Nederlandse literatuurgeschiedenis niet zo heel vaak voor. Het werk werd rond 1278 in het Latijn vertaald door Balduinus Iuvenus.[4][5] De Britse middeleeuwse schrijver Geoffrey Chaucer gebruikte fragmenten uit het verhaal voor zijn eigen Canterbury Tales, met name het verhaal van Cantecleer de Haan en Reynaert. In 1485 vertaalde William Caxton het gehele verhaal als The Historie of Reynart the Foxe. Zelfs William Shakespeare noemde het personage Tybalt in zijn toneelstuk Romeo en Julia naar Tybeert de Kater en Goethe schreef ook over de geslepen vos in zijn fabel Reineke Fuchs.

Inspiratiebronnen[bewerken]

Willem haalde de inspiratie voor zijn roman waarschijnlijk zelf uit de Franse roman "Le Plaid" (het pleidooi), het eerste verhaal van een grotere verzameling vossenverhalen - Roman de Renard - geschreven door Perrout de Saint Cloude in 1160.[6] Ook een omstreeks 1100 verschenen fabelbundel over een groep dieren waarbij een vos centraal staat kan een inspiratiebron geweest zijn. Dit in het Latijn geschreven verhaal geeft de dieren voor het eerst eigennamen. Uit een handschrift uit de 13e/begin 14e eeuw komt "Magister Nivardus" als mogelijke auteur van dat verhaal naar voren. Vermoedelijk was Magister Nivardus een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.[7] Andere mogelijke inspiratiebronnen voor het verhaal van Willem vormen de nog oudere voorlopers van fabels rond dieren Aesopus en Phaedrus uit de Klassieke Oudheid.

In hoeverre Willem zijn verhaal op deze bronnen heeft gebaseerd is onduidelijk. Niettemin betreft het op zijn minst een bijzonder goede vertaling naar het Middelnederlands met veel scherpe satire en geslaagde woordspelingen van eigen bodem. En meer dan dat: het is niet alleen een vertaling vanuit het Frans maar een aanvulling door Willem.

Willem die Madocke maecte werd in 2005 genomineerd voor de Vlaamse versie van De Grootste Belg, maar belandde op nr. 214, buiten de officiële nominatielijst.

Persiflage of realiteit?[bewerken]

Bij een satirisch gedicht als het episch dierdicht Van den vos Reynaerde zou volgens sommige geleerden de satire zo ver zijn doorgevoerd dat ook het gebruik van een acrostichon aan het begin en einde een parodie is op de conventies van middeleeuwse dichtwerken. Het zou een verder bewijs zijn van het meesterschap van de auteur achter dit werk.

Noten
  1. Tot enkele jaren geleden speculeerden de meeste bronnen onderzoekers niet verder over de identiteit van deze 'Willem' en beperkten zich tot wat hij zelf meedeelt.
  2. Een enkele bron zoals Literair Gent was stelliger en zegt dat hij zeker een Oost-Vlaming was: J. Janssens, art. Anoniemen: Reinaert, Literair.Gent.be (2007), cf. art. Willem, die den Madoc maakte, in K. ter Laan - L. Roelandt, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuids-Gravenhagen, 's-Gravenhage, 19522, p. 606.
  3. Malfliet, R; Van den vos Reynaerde, de feiten, Apeldoorn 2010; Nederlands Dagblad 5-11-2010, Gulliver bladz 4 De Reynaertdichter 24/12/2007 Tiecelijn, jg 18 - nr. 3: de Reynaertdichter
  4. Balduinus zal het niet, zoals soms wordt gedacht, in 1200 vertaald hebben, het is zeer de vraag of het toen al geschreven was.
    Zie voor 1278 DBNL.org: Balduinus Iuvenis
  5. (In 1967 zou Dr. R.B.C. Huygens deze Latijnse vertaling weer terug naar het Nederlands vertalen).
  6. A.Th. Bouwman, Reinaert en Renart. Het dierenepos ‘Van den vos Reynaerde’ vergeleken met de Oudfranse ‘Roman de Renart’, 2 dln., Amsterdam, 1991. Voor ca. 1204 als datering van dit werk, zie art. Reinaert de Vos, in K. ter Laan - L. Roelandt, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuids-Gravenhagen, 's-Gravenhage, 19522, p. 430.
  7. Voor een datering van dit werk in 1151, zie art. Reinaert de Vos, in K. ter Laan - L. Roelandt, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuids-Gravenhagen, 's-Gravenhage, 19522, p. 430.

Bronnen