William Adams

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
William Adams
William Adams
William Adams
Algemene informatie
Geboren Gillingham, 24 september 1564
Overleden Hirado, 16 mei 1620
Beroep Officier ter lange omvaart
Bekend van eerste Brit die Japan bezocht

William Adams (Gillingham, 24 september 1564Hirado, 16 mei 1620), in Japan bekend als Anjin of Miura Anjin, was een Engels zeeman die als stuurman van het Nederlandse schip De Liefde als eerste Engelsman Japan bereikte, en daar een vertrouweling van shogun Ieyasu Tokugawa werd. Hij wordt beschouwd als de eerste Brit die Japan bezocht.

Adams was succesvol in de Japanse samenleving, kreeg een landgoed in Hemi, nabij Yokosuka en trouwde met een Japanse vrouw. Zijn verzoek in 1605 om naar Europa te mogen terugkeren werd niet ingewilligd; wel was hij vanaf 1614 enkele jaren in dienst van de Britse Oost-Indische Compagnie, en bezocht onder meer Thailand. Later keerde hij naar Japan terug, waar hij stierf.

Jeugdjaren[bewerken]

Adams werd geboren te Gillingham in Kent, Engeland. Nadat hij zijn vader op twaalfjarige leeftijd verloor werd hij als scheepsjongen in de leer genomen door Nicolas Diggins in Limehouse. De volgende twaalf jaar spendeerde hij aan het bestuderen van scheepsbouw, astronomie en navigatie. Daarna werd hij tewerkgesteld in de Royal Navy, waar hij diende onder Sir Francis Drake, en in 1588 als meester van de Richarde Dyffylde vocht tegen de Spaanse Armada. Daarna werd Adams te werk gesteld voor de Barbary Compagny. Volgens jezuïtische bronnen nam Adams tijdens deze dienst deel aan een expeditie naar de Arctis, die 2 jaar duurde, in een zoektocht naar een Noordoostelijke Doorvaart langs de Siberische kust naar het Verre Oosten. Mogelijk was hij aanwezig op de reis van Jan Corneliszoon Rijp naar Spitsbergen.

Expeditie naar het verre Oosten[bewerken]

Op 34-jarige leeftijd, aangetrokken door de Nederlandse handel met Indië, vertrok hij in opdracht van Nederlandse handelaars uit Texel met een vloot van 5 schepen in 1598. Hij vertrok op 24 juni 1598 aan boord van Hoop en ontmoette de rest van de vloot (Liefde, Geloof, Trouw, en de Blijde Boodschap), die geleid werd door Jacques Mahu. De schepen (alle van 75 tot 250 ton) voeren naar de Guineese kust, waar ze het eiland Annobon aanvielen om voedselvoorraden te krijgen, waarna ze verder voeren naar de Straat Magellaan. - De Blijde Boodschap werd gevangen door de Spanjaarden. - De Geloof keerde terug met 36 van de oorspronkelijke 109 bemanningsleden, en kwam in juli 1600 aan in Rotterdam. De volgende lente kwamen aan de kust van Chili de kapiteins van de Liefde en de Hoop, samen met 20 bemanningsleden (waaronder Adams' broer, Thomas), om het leven in een conflict met Indianen.

Aankomst in Japan[bewerken]

Door angst voor de Spanjaarden zeilden de overblijvende bemanningsleden via de Stille Oceaan naar Japan. Onderweg stopten de schepen bij bepaalde eilanden (waarschijnlijk de Hawaïaanse eilanden), waar acht mannen deserteerden. Later tijdens deze reis (eind februari) vernietigde een tyfoon de Hoop en veroorzaakte de dood van de hele bemanning. Na meer dan 19 maanden op zee liet de Liefde het anker vallen op de Kyushu-eilanden. De lading bestond uit wol, spiegels, nagels, ijzer, hamers, 19 bronzen kanonnen, 5000 kanonskogels, 500 musketten, ... Toen de Liefde op 19 april 1600 aankwam in Bungo (het huidige Utsuki,in de prefectuur Oita) konden nog maar 24 van de bemanning op hun benen staan. De Portugese priesters beweerden dat Adams' schip een piratenschip was en dat ze allen gekruisigd moesten worden. Het schip werd onder bevel van Ieyasu Tokugawa in beslag genomen en de bemanning werd opgesloten in het kasteel van Osaka. De 19 kanonnen van de Liefde werden volgens Spaanse bronnen op 21 oktober 1600 gebruikt in het Slag bij Sekigahara. Tussen mei en juni 1600 ontmoette Adams Ieyasu drie maal in Osaka. Hij werd ondervraagd door Ieyasu en daarna door de voogd van Toyotomi Hideyori (de zoon van de net gestorven Toyotomi Hideyoshi).
Ieyasu had een interesse voor Adams' kennis over schepen, scheepsbouw en mathematica.

De eerste westerse Japanse schepen[bewerken]

In 1604 beval Ieyasu Adams en zijn kompanen een westers zeilschip te bouwen in Ito, aan de oostkust van het schiereiland Izu. Nadat het schip van 80 ton voltooid was, gaf Ieyasu het bevel om het volgende jaar een groter schip (van 120 ton) te bouwen. De overlevenden van de Liefde werden beloond en mochten aan internationale handel doen. Adams kreeg pas in 1613 goedkeuring om het land te verlaten, maar keerde er naderhand terug. Melchior van Santvoort en Jan Joosten van Lodenstein maakten een fortuin met handel tussen Japan en Zuidoost-Azië.

De eerste niet-Japanse samurai[bewerken]

Adams wordt ontvangen door Ieyasu. Van een kaart van Pieter van der Aa uit 1707

De shogun (Ieyasu Tokugawa) maakte van Adams zijn persoonlijke adviseur en gaf hem verschillende privileges. Na een aantal jaren verving hij zijn tolk, de jezuïet Padre João Rodrigues, door Adams. De shogun besloot dat de loods gekend William Adams gestorven was en de Samurai genaamd Miura Anjin geboren. Dit betekende ook dat de vrouw van Adams weduwe was geworden. Adams kreeg ook de titel van Hatamoto. Adams' woning bevond zich naast de haven van Uruga, het toegangspunt tot de baai van Tokio, waar hij handel dreef met buitenlandse schepen. Dankzij zijn positie kon Adams trouwen met Oyuki, de dochter van Magone Kageyu (een adellijke samoerai). Ze kregen een zoon, Joseph, en een dochter, Susanna.

Contacten met de V.O.C.[bewerken]

De Nederlandse factorij in Hirado. 17e-eeuwse gravure

De kapitein van de Liefde, Jacob Quaeckernaek, en Melchior van Santvoort waren door Ieyasu in 1604 op een expeditie naar Patani in Zuidoost-Azië gestuurd om de V.O.C. te contacteren om handel met Japan te drijven. Door conflicten met de Portugezen konden de Nederlanders geen schip voor 1609 naar de baai van Hirado sturen. Dankzij Adams' onderhandelingen met Ieyasu konden de Nederlanders in Japan vrij handel voeren.

Religieuze conflicten[bewerken]

De protestant Adams werd door de katholieke Portugezen als hinderlijk beschouwd. In 1614 verbande Ieyasu de jezuïeten uit Japan en stelde een verbod in op het katholicisme. Adams had Ieyasu ook gewaarschuwd voor een mogelijke Spaanse invasie.

Engelse handel[bewerken]

In 1613 kwam kapitein John Saris met de Clove naar Hirado om een Engels handelsfactorij te bouwen. (Hirado was al de handelsplaats van de V.O.C.). De Engelsen onderhandelden met de shogun om vrij in Japan te verblijven, goederen aan te kopen, te verkopen en te ruilen. Op 24 juni 1613 werd Adams tewerkgesteld in het pasgebouwde handelsfactorij te Hirado. Adams kreeg een jaarloon van £100, terwijl anderen maar £40 kregen. Van 1613 tot 1623 (zonder de Clove mee te rekenen) zijn er maar drie schepen uit Londen naar Japan gevaren. Enkel de handel tussen Zuidoost-Azië, die voornamelijk door Adams werd ondernomen, bracht winst op.

Karakter[bewerken]

Na 15 jaar in Japan te hebben doorgebracht waren de relaties met zijn landgenoten niet gemakkelijk. Maar de baas van de Hirado-compagnie, Cocks, wist Adams wel te appreciëren.

Deelname aan Aziatische handel[bewerken]

Adams nam deel aan verschillende expedities. Hij werkte de rest van zijn leven voor de V.O.C.. Hij reisde in 1616 naar Siam en in 1617 naar Cochin-China.

De Siamexpeditie van 1614[bewerken]

Adams kocht voor het bedrijf een schip van 200 ton waarmee hij in november 1614 op expeditie naar Siam vertrok. Het schip was bedoeld om zijde, Chinese goederen, sappanhout en herten- en reëenhuiden aan te kopen en naar Japan vervoeren. Het schip bevatte voor £1250 aan zilver en slechts voor £175 aan goederen. Door een tyfoon moest hij halt houden aan de Riukiu-eilanden om zijn schip te herstellen (van 27 december 1614 tot mei 1615) voor hij weer naar Japan kon terugkeren in juni 1615.

De Siamexpeditie van 1615[bewerken]

In november 1615 vertrok Adams nogmaals uit Hirado op expeditie naar Siam om dennenhout terug op de markt te brengen in Japan. Het schip bevatte enkel voor £600 aan zilver en de onverkochte goederen van de vorige expeditie. De expeditie duurde acht maanden. Adams kwam net één week na de dood van Ieyasu weer in Japan. Na diens dood verzwakte de politieke invloed van Adams, maar de nieuwe shogun (Hidetada Tokugawa) behield de handelsprivileges van de Engelsen.

De Cochinexpeditie van 1617[bewerken]

In maart 1617 vertrok Adams naar Cochin-China op zoek naar twee Engelse mannen die vier jaar geleden Hirado verlieten. Hij kwam terug wetende dat ze beiden beroofd en vermoord waren.

De Cochinexpeditie van 1618[bewerken]

In maart 1618 vertrok Adams naar Tonkin, in het huidige Vietnam. Door slechte weersomstandigheden moesten ze stoppen in Oshima, in het noorden van de Riukiu-eilanden). In mei kwam het schip terug aan in Hirado.

William Adams' nalatenschap[bewerken]

Adams stierf op 56-jarige leeftijd in Hirado op 16 mei 1620, en werd begraven te Hemi, Yokusuka. Hij liet zijn huis in Edo, zijn leengoed en £500 die moesten verdeeld worden onder zijn familie in Japan en Engeland. Adams' zoon behield de titel 'Anjin' en was een succesvol handelaar tot de sluiting van de Japanse grenzen. Een stad in Edo kreeg zijn naam, Anjin-Cho, waar jaarlijks een viering te zijner ere wordt gehouden. Ook te Ito, prefectuur Shizuoka, wordt er een jaarlijks festival in zijn eer gehouden. Een dorp in Yokosuka, Anjinzuka, draagt zijn naam.

Adams is bekend geworden door de roman Shogun van James Clavell en de daarop gebaseerde televisieserie.

Zie ook:[bewerken]

Jacques Mahu
De Liefde

Externe links[bewerken]

Informatie en foto's over de landingsplaats en omgeving van De Liefde met o.a. een borstbeeld van William Adams en informatie over de Miura Anjin festiviteiten. (Japans, gebruik translate) [1] [2]

Bronnen, noten en/of referenties