William Jennings Bryan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
William Jennings Bryan was driemaal kandidaat voor het presidentschap
William Jennings Bryan was driemaal kandidaat voor het presidentschap

William Jennings Bryan (Salem, Illinois 19 maart 1860 - Dayton, Tennessee 26 juli 1925) was een Amerikaans advocaat en politicus. Hij was voor de Democratische Partij driemaal presidentskandidaat (1896, 1900 en 1908) maar wist nooit te verkiezingen te winnen. Van 1913 tot 1915 diende Bryan in het kabinet-Wilson als Secretary of State (Minister van Buitenlandse Zaken).

Inhoud

[bewerk] jeugd en vroege loopbaan

Bryan groeide op in een streng religieus gezin en zijn vroege opleiding, onder andere in bijbelstudies, zou zijn filosofie in zijn latere leven bepalen. Na zijn rechtenstudie praktiseerde hij eerst in Jacksonville, Illinois om in 1887 naar Nebraska te verhuizen. In 1891 begon Bryan zijn politieke carrière na te zijn verkozen als lid van het Huis van Afgevaardigden. Hij diende twee termijnen in het Huis alvorens zich – tevergeefs – kandidaat te stellen voor een Senaatszetel.

[bewerk] Drievoudig Presidentskandidaat

Gedurende zijn tijd in het Huis van Afgevaardigden werd Bryan leider van een groep Democraten die een op zilver gebaseerde dollar wilde invoeren in plaats van één gedekt door goud. Tijdens de Democratische conventie in 1896 verenigde hij de agrarische en zilver Democraten en veroverde hij de nominatie voor het presidentschap. Belangrijke elementen van de Democratische Partij steunde Bryan niet zonder meer en Bryan voerde campagne door zich meer direct met de kiezer in te laten. Bekend om zijn oratorische vermogens hield Bryan vele tientallen toespraken tijdens de campagne om zijn platform van free silver en populisme te bevorderen. Bryan kreeg veel aanhang in vooral het zuiden en het westen maar vele mensen in de midden-inkomens alsmede arbeiders vreesden de zilverbeweging en kozen voor de Republikeinse presidentskandidaat, William McKinley, die de verkiezingen won.

In de aanloop naar oorlog met Spanje in 1898 was Bryan één van de drijfveren die opriepen tot oorlog. Hij bood zichzelf aan als vrijwilliger, werd zelfs kolonel van een regiment, maar bleef gedurende de oorlog in Florida en was zodoende nooit betrokken bij gevechtshandelingen. Na de oorlog werd hij fel tegenstander van de Amerikaanse annexatie van de Filipijnen in het bijzonder en imperialisme in het algemeen.

Bij de presidentsverkiezingen van 1900 werd hij wederom genomineerd voor de Democraten. Hij voerde ditmaal campagne tegen het imperialisme alsmede voor zijn oude stokpaardje, een zilveren munt. Na een energieke campagne met vele toespraken werd hij echter eenvoudig door McKinley, de zittende president en Republikeins kandidaat, opzij geschoven.

In 1904 passeerde de Democratische Partij Bryan voor de nominatie als presidentskandidaat, ten gunste van Alton B. Parker. Maar in 1908 werd hij wederom, voor de derde maal, de Democratische kandidaat voor het Witte Huis. Ook ditmaal verloor hij de verkiezingen; ze werden gewonnen door zijn Republikeinse rivaal William Howard Taft.

[bewerk] Minister van Buitenlandse Zaken

In 1912 was Bryan instrumentaal bij de benoeming van Woodrow Wilson als de Democratische kandidaat voor het presidentschap bij verkiezingen in dat jaar. Wilson won, mede dankzij een splitsing in de Republikeinse Partij en de vorming van de Bull Moose Partij door Theodore Roosevelt. Wilson beloonde deze steun met een ministerspost bij het State Department. In deze capaciteit tekende Bryan zo'n 30 verdragen met grotere en kleinere mogendheden in de hoop toekomstige oorlogen te voorkomen. Bryan stapte in 1915 uit het kabinet van president Wilson na onenigheid over het beleid jegens Duitsland dat hij te confronterend vond. Na de oorlogsverklaring tegen Duitsland bood de oud-minister zich echter wel aan om in enige capaciteit deel te nemen aan de oorlog, hetzij politiek of als militair.

Na zijn ministerschap legde Bryan zich toe op sociale thema's zoals vrouwenkiesrecht en de strijd tegen alcoholmisbruik middels drooglegging. Hij streed voor de aanname van het Achttiende Amendement op de Grondwet dat van de drooglegging een feit maakte en hij verzette zich tegen Democratisch presidentskandidaat Al Smith in 1924 omdat deze niet "droog" genoeg was. Uiteindelijk kreeg John Davis de nominatie met Bryans jongere broer Charles W. Bryan als de vicepresidentskandidaat.

[bewerk] De Scopes Trial

Na zijn verlies in de campagne van 1900 richtte Bryan zich meer op het geven van toespraken met christelijke thema's. Hij sprak zich geregeld uit tegen de theoriën van Darwin en voor een striktere interpretatie van de bijbel. Hij vond dat Darwins theorieën de moraliteit aantastten, een opinie die zich na de Eerste Wereldoorlog zou versterken.

In zijn strijd tegen darwinisme richtte hij zich vooral op het onderwijs in deze theorie en hij steunde het verbod op deze in enkele zuidelijke staten. In Tennessee werd zo de Butler Act in 1925 van kracht die het scholen verbood de evolutietheorie te onderwijzen. Nadat John Scopes deze wet overtrad en toch de evolutietheorie in zijn lessen opnam kwam het tot een rechtszaak die nationaal en internationaal bekendheid zou verwerven als de zg. Monkey Trial (het apenproces).

Bryan fungeerde in deze rechtszaak prominent als één van de openbaar aanklagers en zijn verhoor aan de hand van een advocaat voor de verdediging bracht zijn onkunde in de wetenschappelijke achtergrond van de evolutietheorie aan het licht. Uiteindelijk werd Scopes toch schuldig bevonden, een veroordeling die later aan een hoger hof ongedaan werd gemaakt. Slechts 5 dagen na de rechtszaak kwam Bryan onverwachts te overlijden.

 
Persoonlijke instellingen