Willie Colón

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willie Colón
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam William Anthony Colón Roman
Geboren 28 april 1950
Land Puerto Rico
Werk
Jaren actief 1967 - heden
Genre(s) Salsa
Portaal  Portaalicoon   Muziek

William Anthony Colón Roman (The Bronx, New York, 28 april 1950) is een Puertoricaans-Amerikaans trombonist, zanger en producer. Hij speelde een grote rol in de popularisering van de New Yorkse salsa die in de jaren 70 de interesse voor Latijns-Amerikaanse muziek in de Verenigde Staten opwekte.

Biografie[bewerken]

Colon is de kleinzoon van Puertoricaanse immigranten en werd tweetalig opgevoed. Hij begon op de trompet maar verruilde deze al snel voor een trombone. Colon bracht in 1967 op 17-jarige leeftijd zijn eerste album uit op Fania; El Malo, vernoemd naar zijn geuzennaam omdat hij volgens de andere Fania-artiesten kwaliteit zou missen. Zanger Héctor LaVoe (1946-1993) was het aanvankelijk eens met die kritiek, maar zou uiteindelijk zeven jaar met Colon samenwerken.

Colon poseerde op hoesfoto's als crimineel (Cosa Nuestra, eind 1969 het vierde album, werd midden jaren 00 door het blad "Revolver" onder de loep genomen in de rubriek Sprakeloos Smakeloos) maar schreef echter sociaal-politieke vraagstukken over de positie van latino's in de VS. Op het album The Good, The Bad, The Ugly uit 1975 (zijn laatste met Lavoe) maakte hij zijn debuut als leadzanger.

Vanaf 1977 bracht Colon duoplaten uit met Celia Cruz en de eveneens politiek bewuste Rubén Blades; ook produceerde hij voor Ismael Miranda en Soledad Bravo. Siembra, zijn tweede plaat met Blades uit 1978 verkocht drie miljoen exemplaren (het grootste succes op Fania) en staat tegenwoordig bekend als de Sgt. Pepper/White Album van de salsa. (Gabriel Rios samplede het openingsnummer Plastico op zijn hit Broad Daylight).

Daarna daalde de populariteit van de salsa, en met de soundtrack voor de film The Last Fight uit 1982 (waarin zanger-acteur Blades het opnam tegen de wereldkampioen boksen) verbraken Colon en Blades hun samenwerking om elders nieuwe wegen in te slaan. Colon was al ingehaakt op de salsa romantica en zou vervolgens ook Engelstalige nummers uitbrengen. In 1989 maakte hij een eenmalige comeback bij Fania met het album Top Secrets dat de hit El Gran Varon voortbracht; een taboedoorbrekend nummer over aids en homofobie. In 1991 werd Colon door Bill Cosby, een overtuigd salsaliefhebber, gevraagd voor een gastrolletje in diens Cosby Show.

Begin 1995 verscheen Tras La Tormenta; het vijfde en laatste duoalbum met Blades. In 1998, het jaar waarin Demasiado Corazon uitkwam, traden ze samen op tijdens een benefietconcert en op 3 mei 2003 vierden ze het 25-jarig jubileum van Siembra.

Ondertussen ging Colon deel uitmaken van diverse comités en verenigingen waaronder Latino Commission on AIDS, United Nations Immigrant Foundation (directielid) en de Arthur Schomburg Coalition for a Better New York (president). Ook kreeg hij een rol in een Mexicaanse soapserie.

In 2006 verscheen de film El Cantante waarin Marc Anthony Hector Lavoe speelde; Colon, in de film gespeeld door John Ortiz, was er niet over te spreken dat Lavoe als een drugsverslaafde werd neergezet.

In 2008 en 2013 verschenen de cd's El Malo II; Prisonieros del Mambo en Pregunta Por Ahi. Tussendoor gaf Colon op 8 oktober 2010, voor het eerst in 25 jaar, een concert in Nederland als onderdeel van zijn vermeende afscheidstournee. In 2012 nam hij twee nummers op met de groep Fonseca waaronder een nieuwe versie van zijn Idilio.

Externe link[bewerken]