Willy Brandt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobel prize medal.svg Willy Brandt
Willy Brandt, foto uit 1980
Willy Brandt, foto uit 1980
Volledige naam Herbert Ernst Karl Frahm
Geboren 18 december 1913
Overleden 8 oktober 1992
Voorganger Kurt Georg Kiesinger
Opvolger Helmut Schmidt
Partij SPD
Functies
1969–1974 Bondskanselier
1964–1978 Voorzitter SPD
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Willy Brandt, geboren als Herbert Ernst Karl Frahm (Lübeck, 18 december 1913Unkel, 8 oktober 1992), was een Duits politicus en bondskanselier (1969–1974). Van 1964 tot en met 1987 was hij voorzitter van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD).

Jeugdjaren[bewerken]

Willy Brandt werd geboren op 18 december 1913 in Lübeck als Herbert Frahm, de zoon van de ongehuwde verkoopster Martha Frahm. Zijn vader leerde hij nooit kennen, hij groeide bij zijn moeder en stiefgrootvader Ludwig op, later bij de stiefgrootvader en diens tweede vrouw. Ludwig Frahm was sociaaldemocraat, Herbert werd in 1925 lid van een sociaaldemocratische kinderengroep. Ofschoon sinds 1930 lid van de SPD, ging hij in oktober 1931 naar de radicalere kleine Sozialistische Arbeiterpartei. Hij had zijn gymnasiumdiploma (Abitur) behaald en wilde journalist worden.

Noorwegen en Zweden[bewerken]

Na de machtsovername van de nationaalsocialisten in 1933 trok hij in opdracht van de SAP naar Noorwegen om daar een voorpost van deze verzetsbeweging op te bouwen. Hij leerde Noors en voorzag in zijn onderhoud door het schrijven voor Noorse kranten. Hierdoor en door zijn politieke werk kon hij zijn studie geschiedenis die hij in 1934 in Oslo begon niet voltooien.

In 1938 nam de Duitse regering hem zijn staatsburgerschap af. Een van zijn pseudoniemen uit die tijd was Willy Brandt, onder welke naam hij in augustus 1940 Noors staatsburger werd en in 1948/1949 weer Duits staatsburger. Brandt ging onder meer incognito op politieke verkenningsreis naar Duitsland en deed verslag van de burgeroorlog in Spanje. Onder meer bezocht hij in 1934 Nederland, als afgevaardigde voor een congres van het Socialistisch Jeugdverbond dat op 24 februari 1934 te Laren zou worden gehouden. De burgemeester van Laren liet echter alle buitenlandse deelnemers aan dit congres arresteren wegens 'ongewenste politieke activiteiten.' Vier van Brandts Duitse medestanders werden aan nazi-Duitsland uitgeleverd, wat slechts één overleefde. Dankzij zijn Noorse papieren wist Brandt Nederlandse uitlevering aan de Gestapo te ontlopen en werd hij over de Belgische grens gezet.[1]

Na de inval van Duitse troepen in Noorwegen in het voorjaar van 1940 werd Brandt gearresteerd door Duitse soldaten, maar door zijn Noorse uniform niet herkend als socialistische Duitse balling. Na te zijn vrijgelaten vluchtte hij naar Zweden. In Stockholm stichtte hij met enkele medestanders een Noors-Zweeds persbureau, dat de informatievoorziening voor 70 kranten in Zweden verzorgde, en werkte hij eraan mee om SAP-leden weer naar de SPD te brengen. In 1945 kwam hij als verslaggever voor Scandinavische kranten terug naar Duitsland. Uiteindelijk besloot hij om niet terug naar Lübeck te gaan maar naar Berlijn, waar hij in dienst trad als persattaché bij de Noorse militaire missie.[2]

Berlijn[bewerken]

In 1949 werd Brandt, inmiddels weer Duits staatsburger, een van de Berlijnse afgevaardigden in de Bondsdag, het Bonds-Duitse parlement in Bonn, vanaf 1950 was hij ook lid van het stadsparlement van (West-)Berlijn. In 1955 ging hij echter terug naar Berlijn om president van het Berlijns parlement te worden en werd in 1957 gekozen tot de nieuwe burgemeester van Berlijn. In die functie werd hij populair en ook buiten Berlijn zeer bekend. Hij was burgemeester toen in 1961 de Duitse Democratische Republiek de Muur liet bouwen. Twee jaren later sloot West-Berlijn met de DDR diverse Passierscheinabkommen, waardoor West-Berlijners tussen Kerstmis en Nieuwjaar het recht kregen om hun familie in Oost-Berlijn te bezoeken.

Burgemeester Brandt in 1961 bij de Amerikaanse president Kennedy

Hij gold als conflictschuw en gematigd links georiënteerd lid van de SPD. Daarom steunden zeker niet alle partijleden hem, maar toch zag de partij hem in 1961 als de meest geschikte kandidaat voor het bondskanselierschap. Nog op hetzelfde partijcongres waarop hij kandidaat werd kreeg hij niet voldoende stemmen om lid van het bestuur van de partij te worden. Bij de Bondsdagverkiezingen van 1961 en 1965 (en 1969) bezorgde Brandt zijn partij winst, maar ze bleef steeds bij de CDU/CSU achter. Brandt bleef burgemeester van Berlijn; na de verkiezingen van 1965 had hij zijn doel om bondskanselier te worden voor zichzelf laten vallen.

Minister van Buitenlandse Zaken[bewerken]

Bondskanselier Ludwig Erhard van de CDU kon in 1965 zijn coalitie met de liberale FDP voortzetten, maar in oktober 1966 viel de coalitie uiteen. De liberalen waren het niet eens met Erhards antwoord op de toenmalige economische crisis. Snel werd de SPD gevraagd als partner, en op 1 december 1966 werd de CDU-politicus Kurt Georg Kiesinger tot kanselier van een CDU/CSU-SPD-coalitie (de zgn. Grote Coalitie) gekozen. Brandt werd Minister van Buitenlandse Zaken.

Kanselier[bewerken]

Na de verkiezingen van 1969 kon Brandt een regering vormen met een krappe meerderheid van SPD en FDP. Brandt werd de 4de bondskanselier van de Bondsrepubliek en de eerste sociaaldemocratische kanselier van Duitsland sinds 1930.

Brandts ambtstijd werd vooral gekenmerkt door zijn vernieuwende Ostpolitik, die de Koude Oorlog door de spreuk „Wandel durch Annäherung“ (verandering door contact, resp. „politiek van kleine stappen voorwaarts) moest vervangen en waardoor de Berlijnse Muur geleidelijk opener zou moeten worden, vooral voor personenverkeer uit West- én Oost-Duitsland. Ondanks scepsis in het begin, (Nixon, Kissinger, Pompidou) werd dit beleid gesteund door de grootmachten van het westen. De door Brandt begonnen ontspanningspolitiek sloeg aan en mondde uiteindelijk uit in verdragen met Polen en de Sovjet-Unie, waarmee de Bondsrepubliek onder meer de naoorlogse grenzen van Europa erkende.

Toen Brandt in 1970 in Erfurt de voorzitter van de Ministerraad van de DDR Willi Stoph trof tijdens zijn staatsbezoek aan de DDR, werd hij door de bevolking hartstochtelijk toegejuicht, wat de DDR-machthebbers irriteerde. Maar ook in eigen land maakte zijn charismatische optreden en zijn besluitvaardig, geleidelijk toewerken naar betere internationale verhoudingen, hem zeer populair.

Tijdens het bezoek aan Warschau op 7 december 1970, voor de ondertekening van het Verdrag van Warschau, herdacht hij in de functie van Duitslands bondskanselier de slachtoffers van het nationaal-socialistisch bewind door letterlijk een knieval te doen voor het gedenkteken van de opstand in het getto van Warschau in 1943. Deze knieval van Warschau illustreerde de start van zijn ontspanningspolitiek. De internationale erkenning voor die politiek werd onder meer onderstreept door de toekenning aan Brandt van de Nobelprijs voor de Vrede in 1971.

Brandt wilde ook grote hervormingen doorvoeren op sociaal-, rechterlijk- en onderwijsgebied. "Mehr Demokratie wagen", luidde zijn motto, waarmee hij de volgens hem vastgeroeste binnenlandse politiek in beweging wilde krijgen.

Zijn politiek ten opzichte van het Oostblok, en de maatschappelijke hervormingen die Brandt wilde doorvoeren stuitten op kritiek, voornamelijk bij de oppositionele CDU en CSU en hun afgevaardigden in de Union-fractie. Maar ook binnen de eigen meerderheid had hij niet altijd alle parlementsleden aan zijn zijde. Sinds zijn aantreden als kanselier waren zoveel leden van de SPD en FDP, waaronder ook de voormalige FDP-leider Erich Mende, naar de oppositie overgelopen dat Brandt in 1972 rekenkundig nauwelijks nog de meerderheid in de Bondsdag had.

Brandt en zijn FDP-vicekanselier Walter Scheel in 1972 na de gewonnen verkiezingen

In 1972 meende oppositieleider Rainer Barzel dat hij genoeg steun in het parlement zou verkrijgen om door een konstruktives Misstrauensvotum zelf bondskanselier te worden. Hij kwam echter twee stemmen te kort; later bleek dat minstens één lid van de CDU door de DDR omgekocht was om niet voor Barzel te stemmen.

Wetsontwerpen van de SPD-FDP-coalitie verkregen echter ook geen meerderheid in de Bondsdag, daarom liet Brandt (via een wat ingewikkelde procedure) door president Gustav Heinemann de Bondsdag ontbinden. Bij de verkiezingen van november behaalde de coalitie van SPD/FDP een klinkende overwinning. De SPD kwam op 45.8% van de stemmen, ze kreeg voor het eerst meer steun van de kiezers dan CDU/CSU. Brandt kon een nieuwe regering vormen die op een ruime meerderheid in de Bondsdag kon rekenen.

Tijdens dit tweede kabinet-Brandt keerde het tij. De binnenlandse hervormingen bleken duur te zijn, in 1973 kwam daar de oliecrisis bij. Brandts kracht en grote charisma kwamen meer tot hun recht in de buitenlandse politiek dan in binnenlands-economische aangelegenheden. Op 6 mei 1974 nam Brandt onverwacht ontslag omdat zijn persoonlijke medewerker Günter Guillaume ontmaskerd werd als DDR-spion. Een van de redenen was dat Brandt werd meegedeeld dat de DDR over kwetsende informatie over zijn privéleven beschikte[3]. Zowel toen als later beweerden critici dat fractievoorzitter Herbert Wehner hem de nodige steun zou hebben geweigerd om de spionnen-affaire te doorstaan, omdat Wehner de SPD-minister Helmut Schmidt geschikter als kanselier vond.

Politicus en elder statesman[bewerken]

Brandt in het Oost-Duitse Gera in maart 1990

Brandt bleef actief in de politiek; tot 1987 was hij voorzitter van de SPD en vond dat bondskanselier Schmidt een te pragmatische koers voer en te veel afstand nam van de vredes- en milieubeweging. Brandt werd in 1976 voorzitter van de Socialistische Internationale. Toen op 9 november 1989 de Muur in Berlijn viel was Brandt de eerste bekende sociaaldemocraat die zich voor een snelle hereniging van Duitsland uitsprak.

Familie[bewerken]

In 1941-1948 was hij getrouwd met Carlotta Thorkildsen en had met haar de dochter Ninja (1940). In 1948 trouwde hij met de weduwe Rut Bergaust. Ze lieten zich scheiden in 1980. Ze was de moeder van zijn drie zoons Peter (1948), Lars (1951) en Matthias (1961). In 1983 trouwde Brandt met de dertig jaar jongere historica Brigitte Seebacher.

Citaat[bewerken]

Een markante uitspraak van Willy Brandt luidt: te vaak met de vuist op tafel slaan (dat wil zeggen een compromisloze koers voorstaan en die met harde middelen willen afdwingen) is slechter voor je vuist dan voor de tafel (Zu oft mit der Faust auf den Tisch zu schlagen, bekommt der Faust schlechter als dem Tisch).

Externe links[bewerken]

Noten
  1. Willy Brandt Mijn weg naar Berlijn, uitg. De Arbeiderspers (1960), p.69 en Willy Brandt Draussen. Schriften während der Emigration, uitg. Berlijn (1976), pp.277–278.
  2. Willy Brandt Mijn weg naar Berlijn, uitg. De Arbeiderspers (1960), p.168.
  3. Brandt, Willy (1990) Herinneringen. Utrecht/Antwerpen: Veen Uitgevers, pp. 310-311
Voorganger:
Gerhard Schröder
Minister van Buitenlandse Zaken
1966-1969
Opvolger:
Walter Scheel
Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: OPCW · 2014: Satyarthi, Yousafzai