Windmolenpark
Een windmolenpark is een verzameling moderne windmolens of windturbines, bedoeld om windenergie op te wekken. Van 1975 tot 2010 is de masthoogte opgelopen van zo'n twintig meter tot bijna tweehonderd meter hoog, hoger dan de Euromast te Rotterdam.
Inhoud |
[bewerken] Landschapsinrichting
De windmolens van een windpark zijn steeds meer gaan opvallen. In het begin stonden ze in hun eentje bij een boerderij. Hun hoogte was nog te relateren aan bijvoorbeeld bomen in de buurt. Maar met de toenemende hoogte werd onderkend dat een aantal windmolens samen (het windmolenpark) een zelfstandig landschapelijk element is, dat ook als zodanig in het landschap ontworpen moet worden. De Nederlandse provincie Flevoland is een voorbeeld van een gebied waar vele kleine groepjes windmolens tot een onrustig en voor sommigen ongewenst landschappelijk aanzicht leiden. Plaatsing van de zeer grote molens begint in Nederland steeds vaker op bezwaren van omwonenden te stuiten.
Vooral als een windenergie project meer dan drie molens omvat, wordt steeds vaker een gedegen landschapsontwerp gemaakt of op zijn minst onderzocht. Daarbij worden de molen-locaties samen tot een zo mooi mogelijk ontwerp gemaakt.
[bewerken] Visuele benadering
Voorbeelden van patronen om molens in te plaatsen zijn:
- rechte lijn
- gebogen lijn
- meerdere rechte lijnen
- een bepaald raster, waarbij de molens er als een compacte groep uit zien
- het volgen van een bestaand object zoals een snelweg of een kanaal
Dit is de visuele benadering van het ontwerp-probleem.
Vanuit het standpunt van een beschouwer worden de effecten van de verschillende plaatsingspatronen bekeken. En vooral hoe het aanzicht verandert als de beschouwer beweegt in het landschap, in het zicht van het windpark. Een beschouwer kan zijn: iemand die er in de buurt woont of een automobilist of fietser op een weg in het gebied. Verder speelt ook het toeristisch en recreatief gebruik van het landschap soms een rol.
[bewerken] Inhoudelijke benadering
Er is nog een andere ontwerp benadering mogelijk, de inhoudelijke. Door de toenemende hoogte van hedendaagse windmolens, passen ze eigenlijk nergens meer bij, ze zijn een object dat helemaal op zichzelf staat. Om dan toch nog zin aan een ontwerp te geven, wordt een niet tastbaar iets gebruikt. Bijvoorbeeld een geologisch gegeven zoals de rand van de Peel op de grens van de provincies Brabant en Limburg. Ook die provinciegrens zelf kan een geschikte zingeving zijn. Een willekeurige, mooi ontworpen lijn of patroon in het landschap kan ook geschikt zijn.
Bij deze aanpak is essentieel dat belanghebbenden en omwonenden zich ergens mee kunnen identificeren. De rand van de Peel is een voorbeeld. Maar ook "kunnen participeren" door meerdere belanghebbenden, is een mogelijkheid. Niet alleen de initiatiefnemers (meestal agrariërs), maar ook omwonenden investeren dan in het park. De windmolens zelf zijn dan onderwerp van identificatie naast het zelf investeren in duurzame energie. Dan hoeft het fysieke ontwerp niet meer na te streven dan een rustig landschappelijk beeld. Een groot voordeel is dat de betrokkenen bijvoorbeeld mede-eigenaar zijn of hebben geparticipeerd in het ontwerp en de precieze locatiekeuze van een enkele molen in het geheel.
[bewerken] Andere plaatsingsvoorwaarden
In Nederland mogen niet in elk gebied windparken ontworpen worden. Provincies bepalen in hun streekplan waar wel en niet mogelijkheden zijn. Gebieden met veel woonbebouwing en cultuurhistorische waarde worden meestal uitgesloten. Voor windparken, groter dan een bepaald aantal molens of een bepaald gezamenlijk opgesteld vermogen, moet bovendien eerst een Milieueffectrapportage (MER) worden opgesteld.
Een aspect van geheel andere orde is de aanwezigheid van een hoogspanningsnet. Als dat al aanwezig is, wordt het project goedkoper.
[bewerken] Plaatsing in zee
Bij het bouwen van een windmolenpark in zee is de afstand tot de kust belangrijk: hoe langer de (door de hoge aanlegkosten dure) hoogspanningskabel naar de kust is, des te minder rendabel het park. In het Verenigd Koninkrijk heeft de staat een lange hoogspanningskabel in zee aangelegd, om particuliere windparken op zee langs die kabel te stimuleren.
In Nederland zijn er op dit moment twee windmolenparken in de Noordzee. Daarenboven zijn drie concessies verleend:
- De NoordzeeWind staat voor de kust in vak Q8 bij Egmond aan Zee. Het park heeft 36 windmolens met ieder een vermogen van drie megawatt. Het park was in augustus 2006 gereed en is gebouwd door Shell en NUON.
- Het tweede windmolenpark: het Prinses Amaliawindpark staat in vak Q7 buiten IJmuiden. Het park heeft zestig Vestas V-80 windturbines van elk twee megawatt[1]. Het windpark werd op 4 juni 2008 geopend en wordt beheerd door Eneco.
- De concessie voor een derde park is verleend aan Typhoon Offshore; dit wordt aangelegd ten noorden van Ameland.
- De concessie voor een vierde park is eveneens verleend aan Typhoon Offshore; dit wordt aangelegd ten noorden van Schiermonnikoog.
- De laatste concessie werd op 4 november 2011 verleend aan Eneco, heeft als werknaam Q10, en ligt 23 kilometer uit de kust bij Noordwijk aan Zee.[2]
Op de Doggersbank komt mogelijk een windmolenpark van 9000 MW.[3]
[bewerken] Windmolenparken in België
[bewerken] Referenties
- ↑ Windpark Q7 (g.d.), Projectgegevens Windpark Q7. URL bezocht op 23 juli 2008.
- ↑ "Eneco krijgt miljard steun voor windpark op de Noordzee", in NRC Handelsblad 5 november 2011.
- ↑ BBC - New UK offshore wind farm licences are announced
[bewerken] Externe links
- Windenergie.nl
- Noordzeewind
- Windenergie op zee
- Geschiedenis van windmolens
- Constructie van een windmolen
| Nederland windparken op land |
|---|
|
In bedrijf: Windpark Jaap Rodenburg · Windpark Irene Vorrink |
| Nederland windparken op zee |
|---|
|
In bedrijf: NoordzeeWind · Prinses Amaliawindpark |
| Zie de categorie Wind farms van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |