Winter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
RomanW-01.png
Winter met berijpte velden langs een vaart
IJspegels aan een dakrand in de winter
Illustratie Februari uit Les Très Riches Heures du Duc de Berry, 1412-1416, Gebroeders Van Limburg, Musée Condé, Chantilly

De winter is een van de vier seizoenen in de gematigde en polaire streken. Het afwisselen van de winter met de andere seizoenen wordt veroorzaakt door de schuine stand van de aardas. In de winter staat op het noordelijk halfrond de aardas van de zon af gewend en in de zomer juist naar de zon toe gericht. Op het zuidelijk halfrond is dit omgekeerd, zodat de winter zich daar juist afspeelt tijdens de zomer van het noordelijk halfrond. Het meest kenmerkend aan de winter is hierdoor behalve de in vergelijking met andere seizoenen lage temperaturen de korte dagduur.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de astronomische winter en de meteorologische winter.

Inhoud

[bewerken] Astronomische winter

De astronomische winter begint op het noordelijk halfrond rond 21 december. De zon staat dan 's middags aan de Steenbokskeerkring loodrecht aan de hemel. De naam is afgeleid van het sterrenbeeld Steenbok dat rond midden december begint. Deze dag valt daarom ook samen met de kortste dag op het noordelijk halfrond. De astronomische winter eindigt meestal op 20 maart, soms op 21 maart, wanneer de zon 's middags aan de evenaar loodrecht aan de hemel staat (equinox). Hierna begint de lente.

Op het zuidelijk halfrond begint de astronomische winter rond 21 juni, wanneer de zon 's middags aan de Kreeftskeerkring loodrecht aan de hemel staat. De naam is afgeleid van het sterrenbeeld Kreeft die rond midden juni begint op het zuidelijk halfrond en eindigt meestal op 23 september, soms op 22 september wanneer de zon 's middags aan de evenaar loodrecht aan de hemel staat.

1rightarrow.png Zie ook Zonnewende

[bewerken] Meteorologische winter

De meteorologische winter is een verwarrend begrip, al is het oorspronkelijk bedoeld om het juist overzichtelijker te maken. Een veel gehoorde definitie van de meteorologische winter is die van de maanden december, januari en februari op het noordelijk halfrond en juni, juli en augustus op het zuidelijk halfrond. Als men het heeft over de gemiddelde wintertemperatuur, dan is die berekend aan de hand van deze periode.

Een andere, alternatieve definitie van de meteorologische winter is die van de gemiddelde luchttemperatuur op het noordelijk halfrond, respectievelijk het zuidelijke halfrond. Hiervoor neemt men de gemiddeld koudste dag van het jaar en trekt men respectievelijk anderhalve maand eraf en erbij om het begin en het eind van de winter te krijgen. De uitkomst hiervan bepaalt dat op 6 december de winter begint en op 6 maart eindigt. Op het zuidelijke halfrond komt dit meer overeen met de data van de astronomische winter, namelijk 20 juni t/m 19 september.

[bewerken] Begin van de winter

Aanvangstijdstippen van de astronomische winter op het noordelijk halfrond, van 2003 tot 2020.

2003 22 december 08:04   2009 21 december 18:47   2015 22 december 05:48
2004 21 december 13:42 2010 22 december 00:38 2016 21 december 11:44
2005 21 december 19:35 2011 22 december 06:30 2017 21 december 17:28
2006 22 december 01:22 2012 21 december 12:11 2018 21 december 23:22
2007 22 december 07:08 2013 21 december 18:11 2019 22 december 05:19
2008 21 december 13:04 2014 22 december 00:03 2020 21 december 11:02

De aangegeven tijd is de lokale MET-tijd.

Op het zuidelijk halfrond begint op deze data de zomer, zie daar voor het begin van de winter op het zuidelijk halfrond.

[bewerken] Oorsprong/etymologie

Oorspronkelijk deelde men in de Germaanse streken het jaar in in slechts twee (zomer en winter) en later drie (zomer, winter en lente) seizoenen. Jaren werden geteld als winters (bijvoorbeeld na zeventien winters is na zeventien jaren). Het woord winter stamt van het Oudhoogduitse woord uuintar, wintar of uuntar, dat door het 1ste Latijns-Duitse woordenboek Abrogans:

hyems. uuintar. tempestas. unuuitari. uel frigus. edho frost.

wordt gelijkgesteld met het Latijnse woord hiems in de betekenis van onweer (unuuitari) of vrieskou (frost), doch dat tegenwoordig als winter vertaald wordt. In nauwer aan het Nederlands verwante talen dan het Latijn is het woord vetr (Oudnoors), vintrus (Gotisch), winter (Engels en Oudengels, Duits, Deens). In de Indo-Europese taalgroep is het woord winter waarschijnlijk een cognaat van water, en is de winter dus te beschouwen als het natte seizoen.

[bewerken] Verschillende indelingen

Niet in alle landen die op hetzelfde halfrond liggen worden precies dezelfde delen van het jaar als periodes van de winter beschouwd. In landen die de Ierse kalender hanteren, zoals Ierland, wordt de periode van de winter uitsluitend bepaald aan de hand van de dagduur. De winterzonnewende die rond 21 december plaatsvindt wordt dan beschouwd als het midden van de meteorologische winter, die men laat beginnen op 1 november, een dag die bekend staat als Samhain. Op Imbolc - een dag die overeenkomt met 1 of 2 februari - eindigt volgens de Ierse kalender de meteorologische winter en begint de meteorologische lente.

In sommige andere Europese landen wordt 11 november, de dag van het Sint Maarten-feest, als het begin van de meteorologische winter beschouwd. Men laat de meteorologische lente dan beginnen op de dag die bekend staat als Valentijnsdag en overeenkomt met 14 februari.

In de Chinese astronomie en andere Oost-Aziatische kalenders begint de meteorologische winter op 7 november, met de Jiéqì.

[bewerken] Ecologie

De sneeuwhaas is een van de diersoorten die in de winter wit wordt.

In het dierenrijk vinden om overwintering mogelijk te maken allerlei morfologische en gedragsgerelateerde aanpassingen plaats, zoals de vogeltrek en de winterslaap waarbij de stofwisseling vermindert. Ook is er aangepaste camouflage; om onherkenbaar te blijven ondergaan sommige diersoorten zoals de alpensneeuwhoen, de poolvos, de wezel en de sneeuwhaas in de winter crypsis. Ze worden dan net als hun omgeving wit, en blijven zodoende onherkenbaar.

Eenjarige planten zijn voorbeelden van organismen die de winter nooit overleven, in tegenstelling tot vaste planten.

[bewerken] Activiteiten

1rightarrow.png Zie Wintersport voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Onder meer de volgende activiteiten zijn strikt gebonden aan het winterseizoen:

[bewerken] Sneeuw

[bewerken] IJs

[bewerken] Psychologische neveneffecten

1rightarrow.png Zie Winterdepressie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In meer of mindere mate heeft het wisselen van de seizoenen bij sommige mensen van invloed zijn op hun gemoedstoestand. Wellicht als gevolg van het geringe aantal zonuren kan de winter een bepaald soort neerslachtigheid veroorzaken. Wanneer deze neerslachtigheid ernstige vormen aanneemt, spreekt men van een winterdepressie.

[bewerken] Symboliek

1rightarrow.png Zie ook Personificatie

In de klassieke mythologieën, volksverhalen en muziek wordt de winter op allerlei manieren symbolisch afgebeeld. In de Griekse mythologie wordt het wisselen van de seizoenen toegeschreven aan het jaarlijkse afdalen aan het begin van de herfst van Persephone, de dochter van Zeus, naar de onderwereld. In andere verhalen wordt de winter zelf voorgesteld als een persoon en/of geassocieerd met negatieve zaken, zoals de dood en het ontbreken van elke hoop. Een voorbeeld van een dergelijk verhaal is De Kronieken van Narnia: Het betoverde land achter de kleerkast van C.S. Lewis. Een van de stukken van de The Four Seasons van Antonio Vivaldi stelt als zodanig de winter voor.

[bewerken] Winter in Nederland

[bewerken] Temperatuur

De gemiddelde wintertemperatuur loopt uiteen van 2,4 graden in het noordoosten tot 4,2 graden in het zuidwesten. In de oostelijke helft liggen de nachtelijke temperaturen gemiddeld enkele tienden van graden onder nul, in het westen een paar graden boven nul. Vlissingen telt in de drie wintermaanden 20 dagen met vorst tegen 42 vorstdagen in Eelde. Op 15 dagen vriest het hier matig (lager dan -5 graden) en op 5 dagen streng (lager dan -10 graden). Op 10 tot 12 dagen vriest het in het noorden en oosten de hele dag. Vlissingen telt 6 ijsdagen, maar in noordelijke richting neemt het aantal ook aan zee toe tot 9 ijsdagen in Den Helder.

Wanneer er sprake is van wintertemperaturen die ver beneden het gemiddelde liggen, dan spreekt men van een strenge winter. Om te bepalen of een winter streng, koud of zacht was, gebruikt men het koudegetal of Hellmangetal.

Gemiddelde maandtemperaturen in Nederland over de maanden dec. t/m feb. en over de jaren 1971-2000

[bewerken] Neerslag

De winter is het seizoen met de meeste uren neerslag. In drie maanden valt er landelijk gemiddeld gedurende 195 uur regen of sneeuw tegen 114 uur in de zomer. Toch is de winter niet het natste jaargetijde. Landelijk valt er 186 mm, dat is 45 mm minder dan in het najaar. Het midden van het land, rond de Utrechtse Heuvelrug, is 's winters het natste gebied. In Beekbergen valt 243 mm. Zeeland is met ruim 160 mm in Noordgouwe (Schouwen-Duiveland) een stuk droger. De landelijke verdeling van de neerslag toont echter een grillig patroon, deels samenhangend met het reliëf. De hoogste delen van het land vangen doorgaans de meeste neerslag. Zo krijgt in Zuid-Limburg het hoger gelegen Vaals 233 mm winterneerslag, terwijl Echt in Noord-Limburg slechts 163 mm opvangt. Het aantal sneeuwdagen loopt in de winter uiteen van 13 in het zuidwesten tot 21 in het oosten.

[bewerken] Stormen

De winter is ook het seizoen van de grote stormen. Landelijk gemiddeld stormt het op 1 dag, maar aan de kust staat gewoonlijk op 4 tot 6 dagen een stormachtige met windkracht 8 of meer.

[bewerken] Zonneschijn

De zon schijnt in drie maanden gemiddeld tussen 160 en 180 uren, het meest in het westen. Gewoonlijk laat de zon in het donkerste seizoen op 37 dagen geheel verstek gaan, terwijl de zomer landelijk maar 5 zonloze dagen telt. Op 5 dagen schijnt de zon de hele dag (meer dan 80% van de mogelijke duur) tegen 10 zeer zonnige dagen in het voorjaar.

[bewerken] Geschiedenis en ontwikkeling

Van de 15e tot en met de 18e eeuw - een periode die ook wel bekend staat als de kleine ijstijd - waren Nederland en veel andere delen van de wereld veel strenge winters, waardoor bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk het water van de Theems geregeld bevroor en de zogeheten Theems-vorstbeurzen konden worden gehouden. De gemiddelde wintertemperatuur is sinds het begin van de 19e eeuw echter onafgebroken gestegen met ongeveer een graad per eeuw. In het tijdvak 1940-1970 was even sprake van een kleine afkoeling, maar sinds 1970 is zowel in Nederland als de meeste andere delen van de wereld het aantal zachte winters zeer snel toegenomen terwijl het aantal koude tot strenge winters is afgenomen. Ook stijgt de gemiddelde wintertemperatuur sinds de jaren '90 van de 20e eeuw aanzienlijk sneller dan voorheen. Het is vrijwel zeker dat deze trend grotendeels het gevolg is van menselijk handelen en hooguit in geringe mate samenhangt met de natuurlijke activiteit van de zon.

1rightarrow.png Zie ook Opwarming van de aarde
Wiktfavicon en.svg Zoek winter op in het WikiWoordenboek.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


Persoonlijke instellingen