Wisselschakeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een wisselschakeling (boven), en twee toestanden van een kruisschakeling

Een wisselschakeling is een samenstel van twee wisselschakelaars (de schakelaars A en B in de figuur), die het mogelijk maakt een lamp op twee plaatsen zowel aan als uit te schakelen. Een veel gebruikte toepassing van deze schakeling is onder- en bovenaan een trap.

De werking is als volgt: op beide plaatsen is een wisselschakelaar aangebracht (ook wel hotelschakelaar genoemd). Tussen de twee wisselschakelaars lopen twee draden, en beide schakelaars kunnen dus kiezen tussen de ene of de andere verbinding. Alleen als ze beide op dezelfde verbinding staan gaat de lamp aan, als een van de twee wordt omgezet gaat de lamp uit.

Kruisschakeling[bewerken]

Een uitbreiding op dit systeem is de kruisschakeling, waarin tussen de beide wisselschakelaars een of meer kruisschakelaars (de schakelaar C in de figuur) zijn aangebracht. Hiermee kan dus op drie of meer plaatsen de lamp aan of uit worden geschakeld.

Hotelschakeling[bewerken]

In de volksmond wordt een wisselschakeling vaak hotelschakeling genoemd. Deze term slaat echter op een andere schakeling, namelijk de zogenaamde slaapkamerschakeling, waarbij drie wisselschakelaars worden toegepast om maximaal een van de twee lampen in te schakelen. Deze vindt zijn toepassing met name in hotels en is bedoeld om te voorkomen dat beide lampen (bijvoorbeeld de kamerverlichting en een lamp boven de wastafel) langdurig tegelijkertijd branden en zodoende energie te besparen.

De eerste twee schakelaars vormen een normale wisselschakeling: een bij de toegangsdeur en een bij het bed. De derde schakelaar wordt bij de wastafel geplaatst. Deze derde wisselschakelaar dient als keuzeschakelaar tussen de plafondlamp en de lamp boven de wastafel. Met deze schakelaar kan het licht dus niet uitgeschakeld worden, dat gebeurt via de beide andere schakelaars.

Wissel/Wisselschakeling[bewerken]

Deze schakeling betreft feitelijk twee verschillende wisselschakelingen op 1 wisselschakelaar en verdient niet veel uitleg. De wijze van aansluiten komt namelijk op hetzelfde neer als de beschrijvingen hier reeds op deze pagina vermeld met dien verstande dat men twee verschillende wisselschakelingen vanaf 1 punt kan bedienen. De schakeling bestaat uit twee wisselschakelaars en 1 wissel/wisselschakelaar met eventueel daar tussen in 1 of meerdere kruisschakelaar(s). Op deze schakelaar zitten twee schakelcontacten. Het eerste schakelcontact is voor de ene wisselschakeling en het tweede schakelcontact is voor de andere wisselschakeling. Deze schakelaar heeft 6 aansluitingen. Op de achterzijde van deze schakelaar staat een schema dat aangeeft welke contacten met elkaar schakelen en is te gebruiken voor alle soorten wisselschakelingen en is tevens te gebruiken als zijnde een soort van dubbele keuzeschakelaar in de hotelschakeling. In deze dienen wel beide voedende contacten met elkaar doorgelust te worden.

Kleuren van aansluitklemmen[bewerken]

Bij de verschillende schakelaars zijn de aansluitklemmen niet gelijkwaardig. Bij de wisselschakelaar heeft een van de drie klemmen, de voedende zijde, een afwijkende kleur of is hij gemerkt met de letter P of L. Bij de kruisschakelaar zijn twee van de vier klemmen anders van kleur. Bij de wissel/wisselschakelaar hebben twee van de zes klemmen, de voedende zijde, een afwijkende kleur of zijn deze gemerkt met de letters P of L.

Kleuren van draden[bewerken]

In Nederland is het gebruikelijk dat alle schakeldraden zwart zijn. Dat kan voor de installateur een klein probleem zijn, doordat hij de draden niet van elkaar kan onderscheiden. In België worden ook grijze draden gebruikt.

De wijze van aansluiten is:

  • Eerste wisselschakelaar: fasedraad (bruin)      aan de gemerkte klem, schakeldraden (zwart)      aan de beide andere klemmen.
  • Kruisschakelaar: hier komen vier zwarte schakeldraden samen, namelijk twee paar; elk paar leidt naar een andere schakelaar. Het ene paar komt aan de gemerkte klemmen en het andere paar aan de ongemerkte klemmen. De twee paren mogen verwisseld worden, en de draden van een paar ook, maar het is niet goed een draad van het ene paar te verwisselen met een draad van het andere paar.
  • Tweede wisselschakelaar: schakeldraad (zwart) naar de lamp aan de gemerkte klem, de andere twee schakeldraden (zwart) aan de beide andere klemmen.

Alternatieven[bewerken]

Twee alternatieve wisselschakelingen

De afbeelding hiernaast toont twee andere manieren om hetzelfde effect te bereiken. De bovenste schakeling noemt men ook wel de: Spaarschakeling. Deze schakeling werd vroeger gebruikt en is feitelijk vervangen door de wisselschakeling. Gezien de veel gebruikte buisdiameter 16mm (5/8) kan er bij renovatie, wanneer er vanuit het schakelpunt nog moet worden doorgelust naar een wandcontactdoos met randaarde, een probleem ontstaan met het maximaal aantal draden in een installatiebuis van 16mm. Over het algemeen genomen is het maximaal aantal draden hierin: 5. Te weten: 3 x 2,5mm2 en 2 x 1,5mm2 of 3 x 1,5mm2 en 2 x 2,5mm2. Omdat randaarde voor een wandcontactdoos vroeger niet overal verplicht was, volstond op deze plaatsen de wijze van aanleg. Tegenwoordig dient bij een volledige renovatie de randaarde overal meegetrokken te worden wat inhoud dat men, bij het handhaven van de wisselschakeling, met 6 draden: 3 x 2,5mm2 en 3 x 1,5mm2 door een installatiebuis van 16mm heen zou moeten. Volgens de normen mag dit niet. Als men in deze situatie volgens de normen en zonder aanpassingen te maken in het bestaand buizensysteem toch een wisselschakeling terug wil plaatsen, biedt de spaarschakeling de enige uitkomst. Hierdoor zal de spaarschakeling bij renovatie weer nieuw leven ingeblazen worden. Indien met een installatiebuis van 19mm (3/4) gewerkt is of gewerkt wordt, kan de wisselschakeling gewoon gehandhaafd blijven. Dit omdat het maximaal aantal draden hierin hoger ligt.

Voor de geïnteresseerden onder de lezers volgt hier de wijze van aanleg. Men trekt naar beide wisselschakelaars een bruine draad en 2 zwarte draden. Vervolgens komt in tegenstelling tot de normale wisselschakeling, bij iedere wisselschakelaar de bruine draad op een wisselcontact. Hierna worden de 2 overgebleven zwarte draden op de 2 overige contacten van de wisselschakelaar aangesloten. Vervolgens dient de zwarte draad die bij beide wisselschakelaars op het voedend contact (aangeduid met de letter: L of P of een rode kleur) is aangesloten in de centraal doos direct met elkaar te worden verbonden. Na deze handeling houdt men bij beide wisselschakelaars nog 1 zwarte draad over. Ook deze worden in de centraal doos direct met elkaar verbonden met als verschil dat op deze verbinding ook de verbinding naar de lamp komt. Op deze wijze is de spaarschakeling een feit en correct geïnstalleerd.

Het tweede alternatief, de onderste schakeling in getoonde afbeelding, mag feitelijk niet eens een alternatief genoemd worden. Deze schakeling, ook wel de "verkeerde" of "Franse" wisselschakeling genoemd, is omdat deze gevaar oplevert in sterkstroominstallaties verboden en in zwakstroominstallaties sterk af te raden. De reden hiervan is omdat het in deze schakeling beslist noodzakelijk is dat de schakelaars eerst het ene contact dienen te verbreken voordat het andere contact kan worden gemaakt. Gebeurd dit niet dan zal de fase- en nuldraad worden kortgesloten. Bovendien blijft er bij een bepaalde stand van de schakelaars spanning op de lamp staan terwijl deze in feite wel is uitgeschakeld, omdat enkel de nuldraad is onderbroken. Ook is het zo dat, al naar gelang de stand van de schakelaars, de ene keer het middencontact van de lamphouder met de fasedraad is verbonden (goed), en de andere keer het zijcontact (fout). Dit alles kan gevaar opleveren en derhalve is dit alternatief verboden om nieuw aan te leggen. Mocht deze schakeling in een installatie nog wel aanwezig zijn dan verdient het beslist aanbeveling deze te wijzigen naar toegestane schakelingen.

Kleurgebruik[bewerken]

Draadtype Symbool Internationaal België Nederland Nederland tot 1970*
Fasedraad L Niet lichtblauw of tweekleurig  Bruin  of  Rood   Bruin   Groen 
Fasedraad (drie fasen) L1 Niet lichtblauw of tweekleurig  Bruin 
L2  Bruin  of  Zwart 
L3  Bruin  of  Grijs 
Nuldraad N  Lichtblauw   Lichtblauw   Lichtblauw   Rood 
Schakeldraad T Niet lichtblauw of tweekleurig  Zwart  of  Grijs   Zwart   Zwart 
Aarddraad Earth Ground.svg  Geel-groe  Geel-groe  Geel-groe Wit of Grijs

*De oude kleuren worden niet meer toegepast, maar zijn wel in woninginstallaties van voor 1970 aanwezig.

Zie ook[bewerken]